zaterdag 14 november 2009

Dag 26 – Vrijdag 6 november : Seoul-Parijs-Thuis



Na 5 uur vlucht (en 2 uur tijdverschil) landen we rond 7 uur in Seoul.


We zijn allemaal nog een beetje suf van de korte nachtrust als we de slurf naar het luchthavengebouw inwandelen. We hebben 6 uur te gaan voor de vlucht naar Parijs vertrekt en hopen stilletjes dat we in de lounge binnengeraken. We wandelen er recht naartoe maar worden vriendelijk maar beslist de toegang geweigerd. We hadden niet anders verwacht met onze economy tickets voor de volgende vlucht. Luk dringt aan, laat de e-mail zien die we van Asiana in Parijs hadden ontvangen, maar de vriendelijke dames verstaan geen Frans. Het blijft nee. We vermelden dat we 6 uur langer onderweg zijn door een wijziging in het vluchtschema van Asiana en dat we daarom de toelating hadden om de lounge te gerbuiken. Ze weten het niet meer zo goed en we vragen hen de verantwoordelijke te contacteren. Ze bellen iemand en binnen de 30 seconden is het gefikst : we mogen erin ! Opluchting !
De lounge is nog bijna leeg op dit uur en we kunnen de meeste optimale plaatsen uitkiezen.

We zetten ons aan de kant waar er lange, doorlopende banken zijn die uitnodigen om een dutje op te doen. We installeren ons en zoeken en vinden een ontbijt : granen, fruit, yoghurt, zelfs soep en rijst plus alle warme en koude dranken. Luxe ! We eten allen een beetje en Kris en Frie nestelen zich languit op de banken.


Marc gaat op verkenning en vindt de douches, de internetkamer en de relaxzetels. Luk profiteert om ook een kort slaapje te doen en geniet van een verkwikkende douche. Marc heeft na het ontwaken ontdekt dat de relaxzetels nog een bijkomende functie hebben : ze bieden een massageprogramma, waarvan hij verschillende stappen probeert. Luk probeert ze ook na zijn douche en stoot op een 10'durend programma dat je gronding onder (stalen) handen pakt. De zetel duwt en klemt op je ruggegraat, klemt en trekt en duwt aan je armen en benen, de kopsteun grijpt zelfs onder je hoofd en rekt je zachtjes uit. Er wordt op je rug getrommeld en geknepen en getrild, kortom je wordt helemaal onder handen genomen. Soms gaat het er wel erg hard aan toe en trek je grimassen van de intensiteit waarme de stoel te werk gaat. De dames zijn ondertussen nog steeds in dromenland. Ideaal want op die manier komen ze al terug in het ritme van thuis. Als ze straks om 1 uur vertrekken (5 uur 's morgens in Belgie) en ze slagen er in om tijdens de vlucht wakker te blijven, zitten ze al heel dicht bij een normale dagindeling in Belgie.
Marc gaat ondertussen op zoek naar het laatste nieuws in Belgie op het internet en Luk werkt rustig verder aan de blog. We doen ons regelmatig tegoed aan een koffie of een koekje, nemen rond de middag een eerste glaasje champagne als voorbereiding op de vlucht (nee, niet van de schrik maar van de GOESTING !).
Frie slaapt tot 12 uur en is blij verrast met het aanbod om nog snel te kunnen douchen. Kris laat zich verleiden tot een massage in de Samsung-stoelen. De blikken zeggen genoeg ! 
De dames laten zich ook op andere manieren gerieven door het technisch vernuft dat hier alom aanwezig is : de toiletten zijn hier voorzien van een hele reeks knopjes en andere toeters en bellen. Ze maken er nieuwsgierig gebruik van. Alleen niet op het juiste ogenblik..., met als resultaat dat de toiletruimte ongevraagd een douche krijgt van de automatische bidet- (of sproei-mijn-k...)functie. De mannen hadden daar allemaal geen last van. Die kunnen van de knopkes blijven....
Ook Frie springt nog snel in een stoel maar moet haar 'behandeling' vroegtijdig afbreken omdat de inscheping al gestart is en we dringend naar het vliegtuig moeten.




Bij het aan boord komen wijst een hostess Luk in de richting van Business Class, maar dat berustte spijtig genoeg op een misverstand en we trekken met ons vieren terug helemaal naar achteren voor de laatste 4 zetels in het toestel. We zitten relax en ruim, worden alleen regelmatig gestoord door enkele Franse knulletjes die wel 20 keer (met hun 2) naar het toilet zijn geweest en telkens doortrekken met de deur van het toilet nog open. Grrrrrrr.
De service in economy is weer erg goed. Goed en vrij uitgebreid eten, regelmatig dranken en als je iets extra wil (een sundowner nu en dan...) dan maken ze daar echt geen probleem van.


Er wordt gelezen, dagboeken bijgewerkt - waarbij regelmatig al wat onderlinge hulp nodig is om het geheugen op te frissen – aan de blog gewerkt, film gekeken of muziek geluisterd en (heel kort) geslapen. Na 7 uur werken geeft de batterij van de laptop het op.


Verdomme, ik had nog zo graag de blog afgewerkt.... We trachten het ding nog opgeladen te krijgen en weer zijn de hostessen heel behulpzaam : ze vinden een adapter en Luk mag de PC in business class op een vrije stoel aan het stopcontact aansluiten. Een uur later gaat hij hem terug ophalen, maar blijkbaar is de stroomvoorziening heel erg benepen want de batterij geeft slechts 4% vulling aan, dus daar doen we niet lang mee. We zitten de rest van de vlucht uit met wat te lezen en te praten en landen bijna een vol uur vroeger dan verwacht in Parijs.



Ook nu loopt alles van een leien dakje : de baggage komt bijna onmiddellijk van de band gerold, de douane kijkt beleefd de andere kant op, de shuttletrein tussen de terminals staat op ons te wachten en sluit de deuren netjes achter ons, de RER-trein van terminal 2 naar Parijs Noordstation loopt het station binnen als we halverwege de roltrap zijn en ook hier geraken we nog net op de trein voor hij vertrekt. Bovendien is het één van de weinige treinen die bijna zonder haltes tot de Gare du Nord rijdt. Kortom, kort na half zeven staan we al in het station, maar onze trein gaat pas om 9 uur....
Ondanks de wetenschap dat je die heel goedkope tickets niet kan wijzigen, proberen we het toch maar. We spreken de chef de train van de eerste Thallys naar Brussel van 18u55 aan en vragen vriendelijk of de trein vol zit, maar de dame heeft er weinig zin in en antwoord kortaf 'oui'. Geen geluk met deze dame, dus maar op zoek naar een stationsbuffet om een iets te drinken tijdens het wachten. De Gare du Nord is zoals Antwerpen een open station en de meest buffetten bevinden zich gewoon in de stationshal. Gelukkig zijn we warm aangekleed en hebben we het van het zeulen met onze 100 kg bagage warm gekregen.
We bestellen wat en kletsen wat. De volgende Thallys is om 19u35 en rijdt tot Amsterdam. Slechts 10 minuten voor het vertrek verschijnt op het aankondigingsbord het spoor en Luk probeert opnieuw of we eerder kunnen vertrekken. Er staan echter 2 Thallys treinen echter elkaar op het spoort en het is zeker 800 m wandelen tot aan de kop van de trein. De treinmanager is duidelijk een Nederlander en de man beantwoord de vraag of de trein vol zit in 2de klasse met een wedervraag ; welk ticket heeft u ? Hij is slim genoeg om 'standaardticket' te vertalen in 'het goedkoopste' maar maakt uiteindelijk geen bezwaar : je moet zelf maar een vrije plaats zoeken wanneer de trein vertrokken is !
Yesss – we kunnen mee, alleen wordt het nog een race om op tijd aan boord te geraken. De 800 m wordt in recordtempo gelopen en buiten adem worden de gezellen gevraagd als de bliksem naar de trein te gaan. Nog een laatste slok van de Grimbergen en de cola's en in snelpas, de baggage achter ons, naar de trein. We springen op de eerste wagen en blokkeren bijna volledig de doorgang voor de reguliere passagiers. Een Franse conducteur maakt zich druk, vraagt naar onze tickets en wie ons wel de toelating heeft gegeven om op deze trein te stappen. De Nederlandse Chef de Train, is het antwoord. Gelukkig komt de man zelf aan en bevestigt dat we meemogen.
Marc is ondertussen moeten doorlopen naar de volgende wagon om plaats te maken voor de laatste opstappers. We vertrekken en zeulen met onze trolleys door de middengang. Sommige mensen vertikken het gewoon om de middengang vrij te maken en je moet er bijna overheen rijden. Frie slaagt erin een zwarte man, die met zijn been ook half in de gang zat, de naad van zijn broek open te rijden met de trolley. Hij beklaagt zich tegen Luk maar die doet alsof we niet samen zijn. Had zijn landingstel maar moeten intrekken...
We vinden uiteindelijk allemaal een plaatsje, verspreid over de 2de wagon. Het dingt suist gemoedelijk over de rails. Nooit heb je de indruk 300 km/u te rijden. Alleen als je naar de wagens op de snelweg naast je kijkt merk je hoe snel je gaat. Ook wanneer je 1u10 na vertrek de melding krijgt dat de trein Brussel Zuid nadert schrik je even en realiseer je hoe snel deze trein wel moet gaan.
We staan op tijd klaar om af te stappen en zoeken ons een verbinding naar Antwerpen (van de vriendelijke Nederlander hadden we meegemogen tot Antwerpen Centraal, maar dat had ons 12 euro pp gekost, en vermits we toch in Berchem wilden afstappen en de Thallys op dit traject marginaal sneller is dan een IC, hadden we gekozen om over te stappen). We hebben geluk : IC naar Antwerpen op spoor 20 (andere kant station) om 20.55. We hebben hooguit 3 minuten moeten wachten op onze verbinding en tegen 21u35 lopen we Berchem binnen. Ben staat ons tot onze verrassing al op het perron op te wachten. Dat komt heeeeel goed uit : de kerel mag al direct een deel van de baggage mee helpen versjouwen. Hij kwam net van Leuven en had nog een hoop eigen spullen bij, dus werd het een oefening 'hoe stop ik spullen die net in een monovolume passen in een kleine break ?'. Het lukt, maar iedereen, met uitzondering van de chauffeur, heeft een pak op zijn schoot. Veiligheidsgordels achteraan zijn niet nodig – de baggage tussen mensen achteraan en de voorzetels houdt iedereen stevig op zijn plaats. We droppen Marc en Frie voor de deur, nemem afscheid en wensen hen een goed nachtrust (vooral voor Frie die op zaterdag al moet beginnen werken) en stevenen naar Sint Job. Half elf- dik anderhalf uur vroeger dan verwacht - maken we ons na 26 nachten op om eindelijk terug in het eigen bed slapen !
Einde van een mooie, leerrijke, interessante, intensieve, aangename reis !!!
P.S. : 's nachts rillend van de kou wakker geworden en 3 (drie !) dekens bij opgelegd. We zijn de temperaturen hier helemaal niet meer gewoon....


dinsdag 10 november 2009

Dag 25 – Donderdag 5 November : Angkor Dag 3 en aanvang terugreis


Om 4u30 begint onze laatste vakantiedag. We willen er schijnbaar nog eens vol voor gaan. We willen immers de zonsopgang boven Angkor Wat zien.

5u stipt vertrokken – we zijn niet de enigen die er vroeg uit zijn. Hoe dichter we bij Angkor Wat komen, hoe drukker het verkeer. Het busje dropt ons voor de ingang en Sowann loodst ons mee naar de ingang van het complex. Hier en daar stopt hij om wat uitleg te geven bij de verschillende delen die we passeren, maar we zien er niet veel van in het maanlicht. Eens binnen de muren loodst hij ons naar een plek waar we een mooi uitzicht op de tempel met de 5 torens hebben. De vijver tussen ons en de tempel weerspiegelt het complex perfect.

Een man heeft in een venster van een zijcomplex plaats genomen en vraagt Luk, die ook op zoek is naar een geschikte plek om zich te installeren, op nogal dringende toon om uit zijn gezichtsveld te gaan. Is de site soms van hem ???

Luk besluit uiteindelijk op dezelfde plaats te gaan staan, maar betreurt zich dat al snel. De kerel heeft zijn gesofisticeerde Nikon ingesteld op interval, en alhoewel de zon de eerstvolgende 15 minuten zeker niet boven Angkor Wat uitkomt, klikt het ding alle 5 seconden. Tot overmaat van ramp heeft hij de flits ingeschakeld alhoewel die maximaal een meter of 8 draagt. Wat een sereen beeld had moeten worden, wordt dus elke 5 seconden opgeschrikt door een lokale bliksemflits... Luk hoopt dat zijn batterij het snel begeeft. Na 20-30 foto's (waar je naar alle waarschijnlijkheid niet het minste verschil tussen ziet), kiest hij toch maar voor een andere instelling. Er wordt nu afwisselend met en zonder flits getrokken. God mag weten waarom. Net als ik er genoeg van krijg en wil doorgaan, wordt de lieve man aangesproken(geroepen) door zijn lieve vrouw – nota bene in 't Gents (of van die kanten). Iedereen in de wijde omgeving mag meegenieten van de discussie. De plek is dan toch van hen blijkbaar. Luk wil nog een opmerking maken, maar laat het er maar bij en vervoegt de anderen. Het zal nog even duren voor de zon boven de tempel uitkomt en de gids zegt dat we beter met de zon mee kunnen kijken, dat dat veel mooier is. We lopen om Angkor Tom heen en zijn bijna helemaal alleen als we aan de oostzijde aankomen. Hij had gelijk, de zon die gelijdelijk de torens van boven naar onder toe laat oplichten biedt een mooi schouwspel. Ondertussen worden de vogels in het aangrenzende bos wakker en laten hun diverse gekwetter horen. Frie spot een vogel met een erg lange staart en Sowann die vandaag speciaal zijn vogelgids heeft meegebracht wijst hem dadelijk aan : rocket tailed drongo – vlaggendrongo.


 


 

 We horen ook andere geluiden en de gids beweert dat het honden zijn maar hij blijft constant naar het bos turen. Tot hij ons op een grijze aap wijst die uit een boom gekropen komt, even later gevolgd door een jong dat over de grond achter hem aanloopt. Hij denkt dat het een mannetje is dat op zoek is naar het vrouwtje en de kleine terugbrengt.


 

Zittend op de oostelijke trappen geeft Sowann dan een uiteenzetting over één van de taferelen die op de wanden van Ankor Wat te vinden zijn : het is het epos van de goden die het levenselexir aan de demonen willen ontfutselen. Het is een thema dat in alle tempels terugkomt : de goden aan de ene zijde, de duivels aan de andere, beide hebben ze de slang in handen en trekken om beurten, waardoor de berg (tempel) de melkzee karnt. Hij brengt er weer zijn grappige versie van : de goden sturen de allermooiste Apsara's (goddelijke danseressen) op de duivels af om hen te verleiden, sturen de allermooiste Lakshmi op de demonenleider af maar er is 1 duivel die niet toegeeft (volgens de gids dus een homoseksueel) en die het levenselexir bemachtigd en kan drinken. Maar voor het elexir zijn maag kan bereiken, grijpt Shiva in en slaagt erin de duivel in schijven te hakken (met een discuss). Daardoor komt het dat het duivelshoofd wel blijft leven, maar niets fundamenteel fout kan doen. Telkens hij iets eet of drinkt (de gewone mensen die zondigen) komt het even later via zijn keel terug vrij.
Terwijl hij verhaalt, zien we nog enkele keren de drongo overvliegen maar fotograferen is er niet bij.
Wie hem wil zien kan naar volgende website : http://www.birdpix.nl/album_page.php?pic_id=135987

We wandelen naar de gaanderijen. Degene die hierboven beschreven is wordt net gerestaureerd en we zien alleen een foto op ware grootte. In de anderen staan we oog in oog met het imposante beeldhouwwerk, honderden meters lang met verhalen van het maken van elexir, de strijd van koning Vaiaraman 7, de taferelen van hemel en hel enz. De gids geeft hier en daar commentaar bij de meest markante passages of bij pikante of markante details, zoals de verschillende duidelijk herkenbare vogelsoorten of vissen enz.
Hierna klimmen we naar de eerste gallerij maar daar is niet veel meer te zien. Her en der verspreid staat nog een buste, maar de wandverhalen zijn hier niet aanwezig. Enkele vrouwen bereiden zich voor op een (dans)voorstelling. Ze zijn gekleed als Apsara's, enkelen dragen gesofisticeerde vleugels. In de hindoeistische voorstellingen zijn er trouwens ook engelen. Maar in plaats van ze uit te beelden met vleugeltjes op de rug (zoals in onze kunst), worden ze voorzien van een soort vleugels die aan de armen vastzitten. We zwerven nog wat rond, maar bij gebrek aan ontbijt, begint Marc de eerste signalen van opkomende hoofdpijn te krijgen. We rijden terug naar het hotel. Iets na negen uur zitten we aan het ontbijt.
Na het ontbijt beginnen we aan de definitieve inpak. Frie en Marc gaan nog even terug naar de markt en kopen er nog enkele kussenovertrekken – hebben we ineens een cadeau voor Frie haar verjaardag. Marc koopt uiteindelijk het boek van Natioanl Geographic over te tempels van Angkor van een man zonder handen die een boekstalletje uitbaat. Er zit een papiertje in met de man zijn geschiedenis en hoe hij uiteindelijk in Siem Reap is verzeild geraakt. Het is de hogere prijs meer dan waard...
Marc en Luk maken nog even gebruik van het zwembad. Even na 12 u checken we uit en zetten ons vervolgens nog even aan het zwembad tot men ons om 1 uur komt ophalen voor de allerlaatste activiteit.
De baggage wordt ingeladen (what's in there – are you taking some bricks home ?) en rijden richting Tonle Sapmeer. Dit meer is in feite een immens groot moeras. In de regentijd vult het zich op met water (dat o.a. van de Mekong via de Tonle Sap rivier het meer instroomt om zich in het droge seizoen te ledigen, via de Tonle Sap rivier, in de Mekong. De rivier stroomt dus, afhankelijk van het seizoen, in 2 richtingen. We varen het meer op met een kleine traditionele boot (met motor). De stroming is net gekeerd en het water staat nog erg hoog (max 6-7 meter). De meeste bomen staan tot aan de kruin in het water, maar blijkbaar zijn ze erop voorzien en ze overleven het. Op het meer leven hele vissersgemeenschappen op drijvende huizen (zoals in de Halong baai). Bij lage waterstand worden de huizen versleept naar het midden van het meer. We denken een rustige tocht tegemoet te gaan met kans op het spotten van watervogels, maar telkens de motor stilgelegd wordt, komen er onmiddellijk enkele kleine bootjes toegevaren ; drankjes, kindjes met slangen rond de hals, banananenverkopers of rechttoe : bedelaars. Het gaat er echter opdringeriger aan toe dan in Vietnam. Het uitzicht is ook niet biezonder – het meer ligt in een enorme vlakte en buiten wat hoge boomkruinen is er buiten de dorpen niets te zien.
De boot brent ons naar het dorp, waar we even aan 'land' kunnen en vanop een platform een overzicht hebben over het drijvende dorp. Ook hier worden we al van in de boot belaagd door bedelaars. Kinderen varen in ronde badtobben, python rond de hals, naar de aankomende toeristenboten. Een van de kinderen mist een hand maar peddelt evengoed mee.
Wat we ons voorgesteld hadden als een rustige laatste activiteit draait uit op een bittere confrontatie met de (geveinsde ?) armoede.
Kris koopt er nog een sierverpakking voor een kleenexdoos.
We hebben nog een zak balpennen bij en willen die in het drijvende schooltje afgeven, maar de tijd begint te dringen en Sowann besluit direct terug te varen naar de haven. Daar staan enkele weeskinderen bij een collectedoos voor een wezenschooltje. Het kan niet beter uitkomen. De pennen worden gedeponeerd, evenals een bijdrage voor het schooltje.
Een dame verkoopt plastieken bordjes met de foto van Marc, Frie en Kris erop. Waar hebben ze die foto's genomen en zo snel verwerkt ? Ook hier staat de techniek niet stil. Frie negocieert de prijs als een volleerde en sleept de 2 bordjes in de wacht. De winst van de onderhandeling gaat naar een eenarmige bedelaar die zich gepast in de buurt heeft opgesteld.
De chauffeur rijdt ons naar de luchthaven en dropt ons om kwart na vier voor de ingang. We nemen afscheid van hem en Sowann. Frie biedt nog een restant aan balonnen aan (ze hebben kleine kinderen) maar het wordt blijkbaar vrij negatief opgevat. Een affront ? Ze hebben er al....
In de luchthaven is bijna geen bedrijvigheid. We kleden ons snel om voor de terugreis, stoppen de laatste dingen in de baggage en checken in. In tegenstelling tot wat we dachten, kunnen we de baggage niet inchecken tot de eindbestemming. We moeten ze in Phnom Penh ophalen en terug inchecken. We vrezen dat men dan ook de gewichtslimiet voor locale vluchten zal toepassen en dat we toeslag zullen moeten betalen, maar we houden ons van de domme en de 93 kg passeren zonder problemen. Oef....
Ondertussen hadden de onverwachtte extra uitgaven op het meer onze resterende voorraad dollars bijna volledig opgesoupeerd, dus bleef er niet veel meer over voor extraatjes tijdens het wachten. Frie kon zich nog net een thee veroorloven om de sinusitus wat te helpen bestrijden. Hoe ging zij de 3 vluchten verwerken met een verstropte neus en oren was de vraag die bij allen leefde. De anderen stelden zich tevreden met het water dat we nog hadden.
Stipt 17u30 ging het kleine toestel de lucht in voor de vlucht over het Tonle Sap meer naar Phnom Penh.
In Phnom Penh werd het 5 uur wachten op de aansluiting naar Seoul. Gezien de check-in maar 2 uur op voorhand openging, brengen we dik 2 uur door in het enige restaurant/snack-bar die de kleine luchthaven rijk is. We bestellen er een snack/annex drankje en kunnen gelukkig de 20 dollar met credit card betalen. Gelukkig gaat de check-in iets vroeger open dan verwacht. Alles loopt vlot en we krijgen inderdaad 4 plaatsen in business class van PP naar Seoul, inclusief toegang tot de lounge, waar we ons languit neerploffen in de zetels, en genieten van enkele zoetigheden (je zou gezworen hebben met Belgische chocola). Marc beent zijn kennis bij op het internet terwijl de anderen een slaapje doen.
Een uur voor vertrek zijn we getuige van een jonge gast met pakken pretentie die zijn intrede doet in de lounge vergezeld van zijn 2 bodyguards. Het is een (decadent) schouwspel op zichzelf.
De boarding begint stipt en we nestelen ons in de brede fauteils voorin het toestel. Het ventje zit aan de andere kant van het gangpad en is duidelijk niet opgezet met het feit dat hij naast een vreemde vrouw moet plaatsnemen. Een van zijn guards moet met hem van plaats wisselen.
Om 12 uur hangen we in de lucht en de verwennerij kan beginnen. Kris kiest voor de lange nachtrust en wil alleen een glas water. Gezien er op deze vlucht van 5 u geen ontbijt geserveerd wordt, kiezen Marc en Frie om van het avondeten te proeven. Luk vergezeld hen bij het apperitief – champagne. De service is dik in orde ; witte linnen tafelkleedjes, zilverwerk en een keuze aan gerechten. Luk neemt nog een nachtmutsje en een slaapmiddel en is binnen de kortste keren in dreamland. Ze moeten hem voor de landing wakker maken.

maandag 9 november 2009

Dag 24 – Woensdag 4 November : Angkor Dag 2

Om 8u30 vertrekken we voor onze tweede dag Angkor. Het programma wordt gewijzigd om bezoeken die in dezelfde sector liggen te kunnen combineren. Het goede nieuws : staalblauwe hemel. We hadden dus toch naar de zonsopgang kunnen gaan kijken...
Maar door het aanpassen van het programma komt Angkor Wat pas op donderdag, dus.... zouden we het morgen nog kunnen doen. We moeten dan wel om 4u30 op en we hebben een loodzware terugreis voor de boeg, maar we zijn het er met 4 over eens dat het die moeite waard is. (was de reis dan toch nog niet zwaar genoeg collega-reizigers ???) We interpelleren Sowann en die stemt (ietwat aarzelend) in.

We rijden 55 km naar Kbal Spean, een berg buiten het Angkor complex waar een riviertje ontspringt dat het oude Angkor van water voorzag en vervolgens in de Tonle Sap uitmondt. Het water wordt als heilig en reinigend beschouwd. Er is nog maar weinig volk als we er aankomen maar het is al verdomd heet en zwoel. We beginnen aan de wandeling van 1.5km naar de 150 m hoger gelegen top. De vegetatie is pure tropen en we horen de roep van verschillende vogels. De gids schijnt er zich ook in te verdiepen en weet er aardig wat van. Het pad is soms erg steil maar mooi. Luk vraagt Sowann naar de tijd van Pol Pot en de Rode Khmer. Hij zegt er bij een rustplaats op terug te zullen komen. We vragen ons af of hij er wel over wil praten. We klimmen verder en stoppen even verder aan een prieel. We praten over de natuur en de vogels. Plots komt hij toch terug op de recente geschiedenis en geeft hij een vrij uitgebreidde versie van zijn kijk op de historie. We krijgen een veel genuanceerder beeld te horen over Pol Pot dan wat ons bekend is. We krijgen ook de visie van de Cambodjanen over de Vietnamezen en de Thay te horen. Ze voelen zich ingeklemd tussen 2 expansionistische staten, waarbij ze vooral Vietnam vrezen. We horen ook een aantal dingen waarvan we denken, dit is politiek/nationalistisch gemanipuleerde retoriek van het huidige bewind. Feit blijft dat volgens Sowann de meer bemiddelde Cambodjanen trachten het land, met hun middelen, te ontvluchten omdat ze het niet veilig vinden. (het zet de drang van Borei, de gids in Phnom Penh, in een ander daglicht). Ook de buitenlandse investeringen lopen niet en de Khmer hebben schrik van teveel Vietnamees kapitaal. De koning zoekt momenteel toenadering tot China, tegenstander van Vietnam, maar we hebben onze vragen bij die strategie op lange termijn. Sowann blijft ons verbazen : hij is niet alleen ontzettend goed op de hoogte van wat hij gidst (hij heeft tijdens zijn opleiding 1 week doorgebracht in elk van de 40 tempels rond Siem Reap), hij is ook de gids die het meeste weet over gebruiken en geschiedenis van andere delen van de wereld. Wanneer hij uitlegt dat de vrouwenbeelden in de citadel der vrouwen veel volumineuzer zijn dan in andere tempels, pikt hij onmiddellijk in op opmerkingen die de vergelijking met Rubens maken. Anderzijds blijft de man op persoonlijk vlak heel afstandelijk tegenover zijn gasten, ook al speelt hij heel natuurlijk in op onze interesses voor fotografie en vogels. Bizar en moeilijk te peilen.

We zitten dik een half uur te praten, vooralleer we verder trekken. Er is ondertussen meer volk opgedoken die de koelte tussen de bomen prefereren boven de loden hitte in en rond de tempels.
Boven vinden we een klein beekje dat over trapjes naar beneden spoelt. In de meeste stenen zijn er bas-reliefs uitgehouwen die hier vooral Hindoeistische geïnspireerd zijn : Shiva's, Garuda's, Ganeshen, een vooral : duizenden linga's : de mannelijke penissymbolen die in combinatie met de vrouwelijke yani's de vruchtbaarheid en het evenwicht tussen yin en yang moeten uitdrukken. Sowann maakt er zoals gewoonlijk zijn pittige opmerkingen over : de linga's zijn wat kort, niet door de erosie (toch 1000 jaar oud), maar door het koude water. Zo heeft hij er nog een paar.
Op de terugweg zien we hem, heel onopvallend, zijn waterflesje vullen met het water van de beek, zijn haar besprenkelen en de handen en het flesje reinigen. Het water moet voor hen wel een heilige betekenis hebben.

Door de babbel en ons temp zijn we serieus achter op het schema. We eten snel iets aan een restaurantje naast de Banteay Srey tempel. Zelfde stramien als gisteren. Snel en heel redelijk van prijs. We worden er aangesproken door een jonge gast (blijkt achteraf 28 jaar te zijn) die vlotjes babbelt in het Engels. Hij verkoopt de reisgidsen waar ze je hier mee om de oren slaan. Marc vraagt uiteindelijk wat de National Geographic versie kost. Hij komt aandragen met de officiele prijs : 28 euro. We lachen eens en zeggen dat we hem al aan 5 dollar aangeboden hebben gekregen. Veel poeha, kan niet, prijs postkaartjes etc. We mogen hem voor 20 dollar hebben. Hij slaagt er in aan andere tafels te verkopen, komt terug, zakt naar 10 dollar. Uiteindelijk is het ook 5 dollar. We vinden het er een beetje over en zeggen dat als we ze voor 5 dollar kunnen kopen zonder onderhandelene, we niet meer dan 3 $ willen geven. Hij laat ons definitief met rust. We zitten dus te laag daarmee.

Na de lunch wandelen we richting Banteay Srey – ook wel de citadel der vrouwen genoemd. De tempel is gebouwd door een brahmaan en moest daarom kleiner zijn dan de koninklijke bouwwerken. Hij munt uit door het detail van het beeldhouwwerk. Je kan hier niet meer van bas-relief spreken, dit is hoog-relief. De sculpturen zijn veel dieper dan in al de andere tempels en zijn werkelijk ook zeer diep doorgestoken, zodat het bijna een voorgezet beeldhouwwerk wordt. Door de lagere uitvoering is alles ook beter te bekijken. Het complex ademt iets heel bijzonder uit, idillisch bijna en we spenderen er aardig wat tijd in.

Van de citadel gaat het naar Banteay Kdey, een deels overgroeide tempel die werd opgericht ter ere van de leermeesters van koning Yavajaraman II. We stoppen aan een zijpoort die heel mooi in de avondzon ligt. De gezichen op de toren zijn in zeer goede staat en de beelden baden in het warme avondlicht : Sowann weet zijn gasten te verwennen. Deze zijpoort schijnt echter niet in gebruik te zijn. Een rieten schutsel sluit de doorgang grotendeels af, maar Sowann wurmt zich erlangs en sommeert ons te volgen. We komen op een totaal verlaten en sterk overgroeide toeganslaan terecht en wandelen richting tempel. Na 200 m stoten we op de waterpartij die hier elke tempel omringt. Er is schijnbaar geen uitweg maar de gids zoekt een vindt een overwoekerd padje dat op een 10tal meter naast het water oploopt. We bekijken elkaar en grijpen bijna automatisch naar de bus Deet en smeren onze blote benen en voeten in. Sowann bevestigd dat het geen slecht idee is want dat er wel wat mieren kunnen zitten. Hij loopt echter in gesloten schoenen en lange broek. We lopen het padje af. Hij slaat duwt regelmatig wat dode takken van het pad af en verwittigd wanneer we een termietenpad kruisen. Daar wordt in draf overgestapt. Op bepaald ogenblik hebben de zwarte beestjes hun weg echter op ons pad gelegd over een afstand van 3-4 meter. Zelfs Sowann zet het hier op een lopen en controleert in detail zijn schoenen en zokken... We hebben geen keuze en stormen met onze open sandalen over het pad. Gelukkig zonder ongenode gasten een lift te geven. Even verder komen we op de gewone toegangsweg naar de tempel uit. Er zit weer een orkestje landmijnslachtoffers te spelen en we doen weer een kleine gift. Als we uiteindelijk op de Banteay Kdey uitkomen, hebben we een beetje een deja-vue gevoel. De tempel is in niet al te beste staat en is gedeeltelijk overgroeid met bomen, net zoals Ta Phrom gisteren. De tempel lijkt in grondplan erg op Ta Phrom, maar doordat hij minder overgroeid en beschadigd is, is hij veel overzichtelijker en minder een doolhof. Van beeldhouwwerk is hier, evenals in Ta Phrom, minder sprake. We mogen er van Sowann zelf wat in verkennen, maar zijn er na 20 minuten al uit. Kris koopt ondertussen nog (maar eens) een zijden sjaal. Ze gaat bewust niet tot het uiterste in het pingelen en legt Luk eveneens het zwijgen op door akkoord te gaan met een prijs. (en eens je een akkoord hebt, wordt daar niet meer van afgeweken, ook niet van de kant van de verkoper. We hebben in de 2 landen nooit meegemaakt dat iemand moeilijk ging doen over het wisselgeld dat moest teruggegeven worden. We hebben het ooit anders geweten). Bij het verlaten van de tempel worden we opgeschrikt door een verschrikkelijke luide en perfect gelijkmatige hoge toon. We denken aan een soort alarm maar weten niet goed waar dat hier wel zou moeten staan. Sowann zegt dat het een cyclade (soort krekel) is maar we kunnen het ons haast niet voorstellen, zo gelijkmatig is de frequentie. Plots wijst hij het beestje aan tegen een pilaar. Hij zegt dat het geluid van de vleugels komt, maar we zien niets bewegen. Luk twijfelt nog altijd dat het dit diertje is, met zijn dove rechterkant, heeft hij de indruk dat het geluid uit een andere richting komt, maar de gids jaagt de krekel op en als ze opvliegt stopt het alarm... Dus toch !

Aan de overkant van Banteay Kdey ligt Sras Srang. Dit is een vrij grote vijver met trappen aan de vier zijden (over de ganse lengte). Aan de kant van de tempel is er een soort hoofdtrap, geflankeerd door leeuwn. Vroeger moeten er aan deze kant gebouwen hebben gestaan die wat bescherming boden tegen de zon. De plaatsen waar de houten zuilen stonden zijn nog zichtbaar. Lokaal wordt de vijver het koninklijk bad genoemd, maar het lijkt meer aannemelijk date het door monniken of zelfs gewone menzen gebruikt werd. In het midden van de vijver was vroeger een eilandje, met waarschijnlijk ook een gebouw, maar dat ligt nu onder het wateroppervlak. Vooral in de avondzon is dit een erg mooie plek, met de zon die door de bomen schijnt die het meer omzomen.

Het is ondertussen bijna 5u, en Luk is dus te laat voor de afspraak in de kliniek. De chauffeur is zo vriendelijk Luk er direct naar toe te rijden. De andere 3 worden vervolgens aan het hotel afgezet waar afgesproken wordt om ons morgen om 5 u stipt op te halen. Luk wordt terug naar kamer 1 gevoerd en men maakt zich op om de bloeddruk te meten. Hij vraagt of dit veel verschil zou maken met gisteren ? De verpleegster vraagt waarom hij komt : voor nazicht van het oor. Even wachten. Dezelfde dokter, met mondkapje voor, daagt terug op en sommeert in een consultatiekamer te komen. Pleister en wiek worden verwijderd en het oor gecontroleerd ; 'big improvement' luidt het. Medicatie verder nemen, nu nog 1-2 druppels per keer in het oor en de terugreis zal wel lukken. Willen ze van hem vanaf ? Dat is dan wederzijds. Even wachten en dan komt de verpleegster warempel zeggen dat het onderzoek 'free' is. Verwondering ! Confirmatie volgt : 'this consult is free, you can go, we will not charge you'. Zouden ze de opmerkingen gisteren gehoord hebben ? De tuk-tuk brent Luk terug naar het hotel maar onderweg worden nog een paar winkels met fotomateriaal aangedaan. Het toestel dat hij zoek is slechts in 1 winkel beschikbaar, maar kost er evenveel als via internetshops in Belgie of Nederland. Merkwaardig is dat wat wij hier in een mooie gouden doos kopen, hier in het uitstalraam staat met een krimpfolie errond. Is het om tegen het stof te beschermen en krijg je bij aankoop toch de doos erbij, of kan het dat ze dit gesofisticeerd materiaal ook al namaken. Aan de prijs te zien heeft dat laatste weining kans. Om 6 uur is Luk al terug in het hotel.

We besluiten om op onze laatste avond nog een laatste keer te gaan shoppen. We gaan naar de oude markt van Siem Reap en ieder gaat zijn eigen weg, met een duidelijk verlanglijstje in het hoofd. M&F zoeken houten maskertjes zoals ze in Phnom Penh gezien hadden maar komen uiteindelijk in een piepklein antiekwinkeltje terecht waar hun ogen op een kleine Boeddha-buste vallen. Het hoofdje zou 200 j oud zijn en ze twijfelen lang of ze dit wel zouden doen. Is het echt, mag dit wel. Ze vinden een aantal krantenknipsels in de winkel (zelfs in het Nederlands) die de handelaar als bonifide omschrijven. Ze krijgen een officieel document met de nodige stempels die het beeldje de vrijgeleide over de grens moeten garanderen.
Ondertussen zoeken K&L naar jeans voor Ben (onvindbaar hier), een regenjas voor Luk (niets gezien) en een houten hangertje om een doek aan te hangen, die ze uiteindelijk wel vonden.
Ondertussen hadden we ontdekt dat de oude bazaar tegen een zeer drukke restaurant en uitgangsbuurt ligt. We trekken door de straten op zoek naar de geschikte eettent voor onze laatste maaltijd van deze vakantie.
Marc laat zijn oog vallen op heerlijk uitziende rundsbrochettes, Luk op de kikkers die ze er grillen. Het restaurant biedt ook om het uur een show met lokale muziek en Apsara dansen. De dames hebben even verderop een gezellige plek ontdekt. We kiezen voor het entertainment maar bollen het er meteen weer af wegens te rumoerig en daardoor niet echt de plaats voor het laatste avondmaal. We trekken naar het andere restaurant en zetten ons aan een gezellig gedekte tafel. Er kan een cocktailke af en laten ons een lekker visje en 2 reuzerivierkreeften roosteren. De dames maken een eigen keuze. Het is een perfecte afsluiter van de vakantie.
Terwijl we zitten te eten zijn we getuige van een opstootje tussen tuk-tuk chauffeurs die schijnbaar hommeles hebben over wie een klant mag vervoeren. Ze gaan bijna op de vuist – iets wat we tot nu toe nog niet hebben gezien.
Kris stelt voor om ons terug naar het hotel te laten rijden. Op het ogenblik dat we betalen en aanstalten maken om op te stappen komen de eerste chauffeurs al naar het restaurant toegestapt. Als we op straat komen worden we door 3-4-5 mannen aangesproken en het wordt zo orpdringerig dat we besluiten eerst een eind te voet te gaan om zeker geen aanleiding te geven tot geduw en getrek. Maar ook aan het andere eind van de straat worden we door meerdere werkloze chauffeurst aangeklampt, waarop we de 5 minuten naar het hotel maar te voet doen. Een tip voor de volgende keer ; negeer de opdringerige gasten en stap gedecideerd naar een 'rustige' tuk-tuk toe en vraag hem je te rijden. Als de anderen iets zeggen, dan had je al voordien afgesproken met de man...

In het hotel bewonderen we nog even de aanwinst van M&F. K&L kruipen daarna direct het bed in – M&F beginnen nog aan de inpak. Morgen moeten we er om 4u30 uit.

vrijdag 6 november 2009

Dag 23 – Dinsdag 3 November : Angkor Dag 1


Om 12 uur een eerste keer wakker geworden door luide knallen in de stad. Klinkt als klappervuurwerk dat in China met nieuwjaar wordt afgeschoten. Waarschijnlijk de afsluiting van de Waterfeesten hier. Rond 4 uur terug wakker geworden. Het is te fris in de kamer en de airco wordt uitgeschakeld. Dan hoor ik dat het regent...


Om 7 uur zitten we al aan de ontbijttafel. Het regent nog steeds maar veel minder hard. Er is hoop dat het snel zal ophouden, maar de lucht is volledig volgepakt met wolken.

M&F merken op dat hun toilet iedere keer dat men ergens doortrekt, bij hen veel lawaai maakt. Bovendien spat het water in de pot zo hoog op dat het tot tegen de bril komt. Zit maar eens op de pot als ze elders chassen ; gratis spoeling ! Ze kunnen de deur van de badkamer ook niet sluiten want ze is scheef getrokken, dus ze zijn ook meerdere keren wakker geworden.

We maken een opmerking bij de receptie en ze komen onmiddellijk inspecteren. Blijkbaar hebben ze toch ergens een euvel gevonden want ’s avonds was het opgelost. De kamer van L&K blijft muf ruiken.

Om 8 u ontmoeten we onze nieuwe gids : Sowann, een gezette maar gezellige vent van rond de 40. Spreekt goed Engels en is vlot in de omgang. We springen in de bus en begeven ons op weg naar ons eerst bezoekpunt : Angkor Tom. We hebben de indruk dat er iets met het busje is : de koppeling ligt er uit of hij vertrekt in derde. Later zal blijken dat de chauffeur waarschijnlijk een cursus zuinig rijden of zo iets heeft gevolgd en nu constant probeert zo laag mogelijk in toeren te rijden.

We gaan op weg naar Angkor Tom (de Grote Stad).

Luk heeft al een paar dagen last van etterig vocht in het rechteroor en hoort bijna niets aan die kant. Het begint wat zorgen te baren, vooral met de nakende terugreis binnen 2 dagen. Hij vermoedt dat het een zweertje in de oorgang is maar wil zekerheid. Hij besluit een dokter te raadplegen en informeert bij de gids. Die refereert naar het International Hospital maar lacht zich rot als hij de prijs vermeldt die een andere gast had moeten betalen voor een gewoon onderzoek en wat medicatie ; meer dan 300 dollar !

Luk besluit dan maar eerst de VTB reisbijstand te contacteren en hen te laten bepalen waar hij zich kan laten onderzoeken. We hadden recent gehoord dat iemand niets had kunnen terugvorderen omdat hij op eigen houtje naar een dokter was gegaan. Maar pech, niemand had het nummer van de VTB bij. Het zat in het hotel in de safe. Dus moeten we nog een dag wachten.



Angkor Tom is het grootste complex in totale oppervlakte, maar de bouwwerken zijn iets kleiner dan in Angkor Wat.

Het werd gebouwd in 1010-1080 onder koning Udayadit Yavarman II. Het was een soort kroon op het werk van de Khmer koningen die eerst door ingenieuze irrigatie het aantal rijstoogsten van 1 op 2 tot 3 per jaar hadden kunnen brengen en vervolgens hadden voorzien in andere infrastructuurwerken. Met een goed gevoedde en tevreden bevolking en een sterk leger slaagden ze er in om een gebied in te palmen dat een groot deel van het huidige Thailand en Vietnam, heel Laos, het huidige Cambodja en een stukje van China innam. Als kroon op het werk lieten ze eerst Ankor What (de residentie) en later vele andere tempels en kloosters oprichten. Angkor What werd eind 12de eeuw door boeddhistische koning Jayavarman VII verbouwd tot een stad die het centrum van de cosmos moest voorstellen. In het Ramayana epos wordt de godenberg Meru – hier de Bayontempel – omgeven door de oceaan – hier de brede vijvers die rondom de buitenmuur gegraven zijn. Overal vindt je verwijzingen naar ‘het karnen van de melkzee’ de zoektocht van de goden naar het levenselexir : Sama of Amrita.

We komen Tom binnen via de zuidpoort. Je komt aan via een lange kaarsrechte straat tussen een jungle-vegetatie en dan zie je de poort met de torens en de 3 hoofden voor je opduiken. Het heeft wel iets. De hoofden zouden afbeeldingen zijn van de koning, die zich de reincarnatie van de boddisattva Avalokiteshvara beschouwde. Je vindt ze overal terug in Angkor Tom. We stappen uit net voor de brug over de ringgracht (het is meer een brede vijver dan een gracht), trekken de regenjassen aan, openen de paraplu’s en lopen over de brug. Volgens de gids zal het waarschijnlijk 1 of 2 dagen regenen. We zitten in de staart van de tyfoon Mirinae, die alweer voor 20 doden zorgde op de Fillipijnen, maar hier is afgezwakt tot een sterk regenfront.

Een leger van 56 koppen kijkt je op elke brugzijde aan : aan de ene zijde de goden, tegenover hen de demonen. Ze houden de slang van de chaos Vasuki vast. De slang slingert zich over de buitenmuur van het complex, 6 km aan elke zijde, tot aan de noordpoort. Aan elke van de 5 poorten vindt je hetzelfde tafereel. De goden en demonen trekken aan de slang en duiden daarmee aan dat het hele complex van Angkor Tom om zijn as getorst wordt.

Dit wordt niet voor niets de ‘straat der reuzen’ genoemd. Er zijn geen 2 dezelfde en de meeste zien er na bijna 1000 jaar nog goed uit. Het vriest hier gelukkig nooit, dus infiltrerend water richt hier bijna geen schade aan. Ondertussen laten sommige touristen zich verleiden tot een tochtje op een fraai versierde olifant (zoals de koning en hogere gezagsdragers zich destijds verplaatsten). We krijgen ruim de tijd om te fotograferen en rond te wandelen. Het is merkwaardig dat je in een complex van deze historische waarde zomaar overal op kan klimmen en rondwandelen. Alleen daar waar gevaar dreigt voor instorting, staan er bordjes die je de toegang verbieden maar niemand dwingt het af. Door de regen krijgen K&L een Machu-Pichu gevoel, daar hadden ze na een bijna regenloze vakantie op het moment supreme van de reis ook de hele dag regen en mist. We prijzen ons blij dat we het toch mogen meemaken en vergapen ons aan de details waarmee deze schepping is gerealiseerd.

De auto wacht ons op aan de andere kant van de poort. De omwallingsmuur, op sommige plaatsen 8 m hoog, is aan de binnenzijde verstevigd door een aarden talud, wat de muur moest verstevigen tegen aanvallen. Binnen de stadsmuren woonden vroeger tot 100.000 mensen, maar nu vindt je hier alleen een enorme varieteit aan boomsoorten, sommigen uniek in Cambodja. We rijden 1.5 km tot aan de Bayon tempel, maar er zijn reeds veel mensen vóór ons aangekomen. Daarom besluit de gids door te rijden tot aan het olifantenterras. Daar is inderdaad minder volk en we krijgen in alle rust de uitleg over de functie van het terras : van centraal op het 350 m lange en tot 14 m brede terras gaf de koning toespraken of aanschouwde hij met zijn gevolg processies, parades en opvoeringen die zich op het Grote Plein ervoor afspeelden. Volgens oude Chinese kronieken zou een groot deel van het terras vroeger overdekt zijn geweest. De plaatsen waar de ronde dakpalen hebben gestaan zijn in alle geval nog zichtbaar.

Een aantal activiteiten is in de bas-refiefs tegen de muren van het terras uitgewerkt. Ook hier weer zijn er die in fantastische staat zijn. Je ziet er acrobaten, worstelaars, kick-boxers, koorddansers, degenvechters, troepen in parade, polospelers, maar ook een 5 koppig paard (Balaha, dat een soort beschermende rol heeft in het boeddhisme), de olifantenjacht, leeuwen, garuda’s en natuurlijke de honderden olifanten die vanop het hoofd of vanop de zijde zijn afgebeeld. Kortom weer veel te veel om op te noemen of te belijken.

Aan de overzijde van het Grote Plein staan 12 torens. Ze staan niet allen op gelijke afstand wat een beetje vreemd aanvoelt in deze harmonieuze omgeving. De juiste functie van de Prasat Suor Sat torens is niet bekend, er doen 3 theorieen de ronde.

1- de naam duid op torens waartussen een touw gespannen is, wat de theorie voedt dat hier koorddansers hun kunsten zouden verkocht hebben.

2- het zouden gevangenissen zijn geweest waar beschuldigden werden opgesloten voor korte tijd. Indien ze ongeschonden terug buiten kwamen, waren ze onschuldig. Indien slangen of ander ongedierte hen zouden toegetakeld hebben, waren ze schuldig

3- elke van de 12 torens zou verwijzen naar een jaar in de Chinese kalender, en inwoners zouden kunnen komen bidden aan de tempel van hun geboortejaar (hond, varken, etc)

De laatste theorie lijkt ons de meest waarschijnlijke, want de torens hadden 4 uitgangen en 8 ramen, dus als gevangenis waren ze niet echt efficient en koorddansen op 300 m van de koning heeft ook niet veel effect.

Van op het olifantenterras hebben we zicht op een boeddha-achtig figuur op de volgende pyramide. Het is de zogenaamde Leprakoning. De figuur is echter geen boeddha (niet de juiste houding) maar aan Yama, een soort rechter en god van de dood. Hij kreeg zijn naam omdat er een stuk van de voet en enkele vingers in de hand waarmee hij een zwaard vasthield ontbreken. Het origineel staat in het museum in Phnom Penh.

Een legende wil dat de eerste koning Yasovarman, die Angkor stichtte, melaats werd omdat hij 1 nacht zijn taak niet volbracht had om met een van de hofdames te vrijen. (dat was on onderdeel van de dagelijkse taken in die tijd). De hogere goden zouden het hem kwalijk genomen hebben en hem lepra op het lijf hebben gestuurd. Moeilijk na te gaan of dat waar was, maar het staat vast dat hij aan lepra stierf.

De werkelijke functie van de heuvel was waarschijnlijk dat hier de overleden royalties en hoogwaardigheidsbekleders ritueel verbrand werden of dat er vanop deze heuvel recht gesproken werd.

Via de grote baden, lopen we richting Phimeanakas. Dit is een 12 m hoge pyramide in 3 verdiepen. Op de top stond vroeger een gebouwtje op een kruisvormig fundament. Het had aan de 4 zijden een toegang en zou met goud bekleedt zijn geweest. Van dit Luchtpaleis blijft niets meer over. Dit zou de plaats zijn waar de koning zijn dagelijkse ‘taak’ moest vervullen (weinig privacy he, maar koud is het hier nooit dus da’s geen probleem). Volgens de Chinese kroniek zou de koning hier elke nacht om 12 u samenkomen met de slangenkoningin en de koning zou uit de ‘vereniging’ de wijsheid puren die hij nodig had om het land welvarend te regeren. (mooi verwoordt door die Chinees, onze gids hechtte meer geloof aan de rechttoe-rechtaan uitleg). We lopen via een glibberig en steil houten trapje met 1 leuning naar boven, kijken eens rond in de mooie gallerij, bewonderen hoe ze de daken maakten in zansteen met immitatie van dakpannen, en slibberen terug naar beneden, waar we terug overvallen worden door boeken, kaartjes, sjaals, paraplu en dies meer verkopers.

Van de Luchttempel gaat het naar de kleine maar mooi oostelijke toegangspoort tot het paleisterrein. (N3206). Van alle profane gebouwen, inclusief het paleis zelf, blijft niets over. Deze waren opgetrokken in hout en riet. Sommigen hadden lemen dakpannen, waarvan je hier en daar nog overblijfselen vindt. In de toegangspoort zijn op de kolommen teksten ingebeiteld die de eedaflegging van de edelen aan de koning weergeven. Het geschrift is anders dan het huidige Khmer, maar er zijn nog duidelijke gelijkenissen. D9111.

Na een korte stop op het centrale deel van het Olifantenterras, P0129, lopen we zuidelijk naar de Bayon tempel, de tempel met het meeste aantal torens/gezichten van allen. De bovenste terrassen zijn in een tweede fase uitgebreid waardoor de onderste verdiepingen moesten worden vergroot. Gedeelten van de terrassen zijn later ingestort, wellicht omdat de onderbouw er niet op voorzien was.

De tempelfundering heeft de vorm van een grieks kruis. De buitenhoeken zijn door gallerijen met elkaar verbonden, waardoor het van op afstand vierkant lijkt. Deze gallerijen zijn meter voor meter bezet met bas-reliefs die allerhande de veldslagen maar activiteiten uit het dagelijkse en hofleven voorstellen. De ronde tempel zelf staat op een piramide in 3 verdiepen (op het griekse kruis) en is in totaal 43 m hoog. Vanuit de centrale tempelkoepel vertrekken 12 stralen naar kleinere heiligdommen. Elk van de heiligdommen en de hoektorens zijn versierd met gezichtstorens. Van de 54 torens zijn er 37 bewaard gebleven. Aan gezichten (37x4= 148) dus geen gebrek hier ! Al de 3 tot 4.5 m hoge gezichten zijn verschillend en stellen de god Lokiteshvara voor maar hebben de glimlachende gelaatstrekken van koning Jayavarman VII.

In het centrale heiligdom staat een naga-boeddha, een boeddha zittend op het opgerolde lichaam van een slang die haar 7 hoofden beschermend boven hem houdt. N3237

De tempel is afgewerkt met een overdaad aan apsara’s, figuratieve motieven (geen 2 dezelfde), taferelen allerhande,...

Fotogeniek is vooral het derde niveau van de piramide, waar je letterlijk tussen de gezichtstorens wordt verzwolgen.

Na deze natte, uitgelopen ochtend rijden we naar een restaurantje waar we snel iets eten. Voor 12 euro waren we met ons 4 gesteld. Niet veel als je bedenkt dat je hier echt niet veel keuze hebt en ze de prijzen gemakkelijk zouden kunnen verdubbelen.

We vervolgen onze tour en rijden naar de Ta Phrom tempel. In feite is deze ommuurde site een klooster waar op bepaald ogenblik meer dan 5000 mensen woonden, waarvan 2700 monniken. Dit is wellicht de best bekende site na Angkor Wat, omwille van de scenes die er gedraaid zijn voor een Indiana Jones film. Toen het complex ontdekt werd besloten de archeologen de bomen die het complex overwoekerd hadden te laten staan. Op bijna alle anders sites probeert men de oorspronkelijke staat terug te herstellen, maar hier beperkt men zich tot het verwijderen van de dode bomen en het verwijderen van nieuwe jonge scheuten. Daar waar een boom verwijderd wordt, gaat met over tot restauratie van het gebouw.

Volgens de gids zouden het vooral uitwerpselen van parkieten zijn, die voor de snelle overwoekering hebben gezorgd ; ze eten de zaden van de bomen en sommige zaden worden met de uitwerpselen terug uitgescheiden. Ze zitten dus al in een pakketje mest. Als zoiets in een kleine voeg valt, komt het process op gang. Het klooster bereik je via een weg van 400 m. Onderweg zit een orkestje mannen Khmer muziek te spelen. Het zijn allemaal slachtoffers van landmijnen die proberen iets te verdienen. We zullen er nog verschillende tegenkomen. N3277

Net voor de ingang van het klooster kruisen we een groepje monniken. N3278.

De site is echt fascinerend. Bomen van tientallen meters hebben zich rond en over de gebouwen gekruld en persen de vernuftige techniek van de Chmer met hun wortels uit elkaar. (all stenen zijn op een of andere manier met elkaar verbonden : zwaluwstaarten, pen en gat, metalen ankers,... Maar tegen de kracht van de wortels is niets opgewassen. P30146. Binnenin is het complex een echte doolhof en we worden gemaand de gids te volgen en niet van het parcours af te wijken. Door de dichte vegetatie komt er weinig zonlicht (het was trouwens even gestopt met regenen) en verlies je heel makkelijk je orientatie. N3296. N30150, n3303

Ook dit complex is minitueus versierd. Er is bijna geen centimeter vlak materiaal te vinden op de zijwanden. D9153

We poseren natuurlijk even voor de deur waar Angelina Jolie verscheen in de Spielberg film. N3307

N3309. D9151, D9156, N3323.

We verlaten deze overweldigend (mooie), overwoekerde site en keren terug naar het hotel. Het is ondertussen bijna 5 u. We hebben er bijna 2 u langer over gedaan dan gepland. De gids zegt dat we door het slechte weer de zonsopganga op Angkor Wat moeten schrappen 

Luk wil eindelijk werk maken van zijn oor en wil de VTB bellen, maar we krijgen de safe niet open. Waarschijnlijke een andere code ingegeven. Dus naar de receptie, maar alleen het management kan de safe openen en die zijn er pas terug om 5u45. Gelukkig komt hij eerder opdagen. Zoals altijd zijn ze heel vriendelijk maar to the point bij de VTB. ‘Heeft u al een arts gezien ? Nee, dan zullen we ons in verbinding stellen met onze lokale agent en die zal u terugbellen’. Maar we hebben geen telefoon op de kamer (eerste hotel op de hele reis en uitgerekend NU heb je hem nodig) en de Belgische GSM’s met betaalkaart doen het hier geen van allen ! De enige die werkt is die van Luk zijn werk, maar die mag daar niet voor gebruikt worden. We zetten ons te wachten op een terrasje naast M&F hun kamer en kijken wat foto’s en film van de afgelopen dag. Een half uur later komen ze ons roepen van de receptie : Bangkok calling : Mr Ruyeanders, can you ask reception to bring you to the Angkor International Hospital, they are expecting you. - Are you sure, this is horribly expensive ? No problem sir… Dus Kris en Luk in een tuk-tuk 7 km naar het hospital, terwijl Marc en Frie verder foto’s selecteren. In het hospitaal niets dan luxe : stil, airco, marmer, 2 man aan de receptive om je te helpen uitstappen (uit de open tuk-tuk)… Even registreren, we hebben nog geen bevestiging van de verzekering dat ze de kosten op zich nemen, maar zet u maar, we helpen u dadelijk verder. Inderdaad na 5’ een verpleegster in smetteloos wit en witte nylons, in lispelend engels vanwege de blokjes op haar tanden, follow me sir.

Kris nestelt zich in een witte leren zetel in de hall. Luk mee met de verpleegster : ze wist al wat het probleem was. Even een vooronderzoek : bloeddruk, hartslag, temperatuur – alles normaal. Vragen ivm allergieën, diabetes, verkoudheid etc.. Negatief. Hij mag Kris vervoegen in het leder. 5 minuten later naar de dokter ; andere kamer, gezichstmasker op, spreekt tegen het (dove) rechteroor, versta de man voor geen meter. De andere kant werkt beter. Checkt de vragenlijst ivm allergie enz. Enkele vragen ; recent gaan zwemmen –ja, gedoken – ja.. Verdomme, niet aan gedacht, maar die oren zijn inderdaad heel gevoelig aan drukschommelingen en enkele keren diep gedoken. Zou het dan toch van het zwembad in Mui Ne zijn ?

Normaal ooronderzoek = even kijken : diagnose = ooronsteking. Ben je zeker – sure, geen zweer te zien. Is het erg ? Low to medium !

Shit !!! Dat kan de terugreis in gevaar brengen. Terug naar het leder tot men het oor kan reinigen.

Ondertussen de man van de receptie ; ze hebben nog steeds geen bevestiging van de verzekering. Of we ze kunnen bellen. We bellen de VTB en vragen hen zo snel mogelijk de bevestiging te laten sturen. Geven fax en e-mail door.

5 minuten later terug de verpleegster – follow me, naar een derde indentieke kamer waar ze het oor gaan reinigen. Wiek erin en soppen ; lots of puss sir. Hij doet de uitleg terug tegen het rechteroor, versta hem weer niet. Hij komt links zitten om de situatie te beschrijven : kan tot een week duren. Vliegen kan heel pijnlijk zijn. Ik dring aan ; als er geen drukverschil is tussen binnen en buitenoor, kan het dan pijnlijk zijn ? Normaal niet maar dan moet wel alles vrij zijn. Dus werd de medicatiewinkel opengetrokken : wiek in het oor met antibiotica druppels, antibiotica tabletten, neusspray en tabletten om de sinus te ontzwellen... Ik zal later begrijpen waarom. A propos, morgen terugkomen voor check en vooral geen water in het oor = niet zwemmen of douchen en geen alcohol, daar wordt je misselijk van in combinatie met de antibiotica !

Dat was het. Bij ons is het in 10 minuten gepiept, hier moet je 3 keer terugkomen. Ondertussen was de bevestiging van de verzekering er. We mogen naar een andere balie. Even de factuur tekenen aub : 240 dollar !! Wablief, wat staat daar allemaal op. 4 prestaties en 5 apotheek artikelen, inclusief de wiekjes en de pleisters. Prijzen waar Belgische dokters groen van jaloezie over zouden worden. Luk is in alle staten. Ziet verschillen tussen wat de dokter had gezegd en wat hier als dosering wordt opgegeven. Vraagt naar de actieve bestanddelen van de medicatie, maar daar komt geen duidelijk antwoord op. Ze zijn zo’n gezijk niet gewoon en eentje wordt vrij nijdig als we slechts 1 kopij van de factuur willen tekenen. Tekenen uiteindelijk toch.

Goed een uur later terug in de tochtige tuk-tuk naar het hotel. M&F willen net aan tafel gaan als we aankomen en we schuiven met 4 aan. Het verhaal wordt gedaan en op ongeloof onthaald. Het enige goede aan het verhaal is dat Frie de neusdruppels en sinusdecongestie kan gebruiken voor haar sterk opkomende verkoudheid. De sinutab en de neusdruppels zijn immers bijna op.

We eten lekker maar storen ons aan de indringende geur van de lamppetroleum die gebruikt wordt in de olielampjes op de tafel en in de tuin. We trekken ons niets aan van de drooglegging en bestellen dezelfde witte wijn van gisteren. Een fris afsmakende Pays d’Oc.

De antibiotica moet pas na het eten worden genomen en in de bijsluiter (die we op het internet vinden) staan geen tegenindicaties voor gebruik in combinatie met alcohol.

Toch ligt het eten heel de nacht zwaar op de maag....

maandag 2 november 2009

Dag 22 – Maandag 2 November : Phnom Penh naar Siem Reap)

Allemaal heerlijk geslapen. Niet te warm of te koud op de kamer, ook zonder airco. Om 7 uur zitten we al aan het ontbijt op het terres op het 6de verdiep van hotel met mooi zicht op de Tonle Sap.
De eerste boten liggen al bemand in het water en roeien wat op en neer. Een half uur later zien we de eerste races.

Om 8 uur vertrekken we uit het hotel met alle bagage. We worden afgezet aan het koninklijk paleis. Eens binnen vernemen we dat door de festiviteiten een deel van het paleis niet toegangkelijk is. Ik herinner me dat dit inderdaad vooraf gemeld is. Maar het paleis is prachtig, met duidelijk andere architectuur dan wat we tot nu toe in Vietnam gezien hebben EN duidelijk beter onderhouden. Alles staat te stralen, er is geen spat verf die ontbreekt, geen schimmels op de muren, perfect ! We kijken onze ogen uit naar de minuscuul gebeeldhouwde miniaturen op de stoepa's van de overleden koningen. Bekijken de zilveren pagode van de buitenkant en lopen naar de andere zijde van het complex dat ongeveer 400 bij 400 m groot is. Er blijkt een zeer grote verering voor het koningshuis te zijn in Cambodja. We krijgen wat uitleg bij de verschillende gebouwen : de residentie, het kroningshuis, het feestpaleis, de verschillende stoepa's,het ramajana verhaal dat rondom tegen de buitenmuur is geschilderd.
We gaan uiteindelijk de zilveren pagode binnen, doen de sandalen uit en worden gevraagd geen foto's te trekken L !
De vloer telt 5000 zilveren vloertegels van 1250 gram, de meeste overdekt met tapijten. De koning komt hier, evenals vele Cambodjanen, bidden. Binnen staan vele giften van andere landen : een jade Boeddha van Laos, bovenop een stoepa achtige sokkel, een marmeren uit Thailand. Het pronkstuk is echter een 1,70 m grote gouden Boeddha die centraal staat. Ook hier weer ziet alles er prachtig verzorgd uit. Borai probeert ondertussen Marc te overtuigen hem ene uitnodiging te sturen om in Europa te komen werken. Gisteren, kort na aankomst, had hij het onderwerp ook al aangeraakt. We leggen hem uit dat er in Belgie momenteel ook 12 % werkeloosheid is en dat alleen mensen met zeer specifieke kennis, waar in Belgie een tekort aan is, naar Belgie mogen komen. Op vakantie mag altijd (voor 1 maand), maar een werkvergunnig krijg je niet. Hij zegt het te begrijpen maar begint er later weer over. Blijkbaar is het beeld van het rijke Europa hier wel heel aanlokkelijk.

Na het paleis bezoeken we het Nationaal Museum met een fantastische collectie Khmer beeldhouwwerk uit de 4 tot de 17de eeuw. Weer geen foto's, behalve van de binnentuin. Kijk maar. We krijgen een andere gids toegewezen die ons door het museum snelt. Haar uitleg is wel goed maar we hebben te weinig tijd om de dingen echt in ons op te nemen. De meestal hindoeistisch geïnspireerde beeldhouwwerken (steen en brons) zijn echter van een uiterts verfijnd niveau. Er zijn duidelijk Egyptische invloeden in terug te vinden. Ook het gebouw zelf is de moeite waard. De rode constructie met gouden daklijnen oogt heel mooi. Na de rondleiding slenteren we er nog een kwartiertje rond tot Borei ons sommeert verder te gaan.

De volgende halte is een handcraftshop. We proberen dit uit het programma te halen maar laten ons uiteindelijk toch overhalen om er 10' halt te houden. Frie vindt er nog een paar zijden sjaaltjes en Kris wil er nog een houtsnijwerk kopen om aan de muur te hangen, maar we laten het uiteindelijk.

We rijden verder naar de What Phnom tempel. Het is de meest druk bezochtte tempel in PP en er heerst een echte kermissfeer aan de voet van de berg waar de tempel opstaat. Er staat een gigantische stupa, groter dan die van de koning, en een tempel waar een orkestje zit te spelen. Op de berg en het plein lopen er veel roeiers rond die voor een goede wedstrijd komen bidden. Het is er een gezellige drukte.
We laten de markt voor wat ze is en rijden nog even naar een paar fotowinkels om eens te kijken wat hier een nieuw toestel zou kosten. De gids moet er altijd bij zijn ; puur nieuwsgierig naar wat we zoeken en wat het kost. We kopen niets want wat we zoeken hebben ze niet. De prijs zou echter inderdaad beduidend onder de prijs in Belgie liggen.

We nemen afscheid van Borei, maar de 10 dollar die we hem toestoppen voor een goede ¾ dag gidsen vindt hij duidelijk te weinig en er kan amper een dankjewel af. Het stuk pomelo dat we net met hem gedeeld hebben kwakt hij in de goot. Ook goed jong. Ik lig er niet van wakker als jou verwachtingen zo hoog gespannen zijn.

De chauffeur rijdt met ons de stad uit. Hij zou onderweg 2 keer stoppen, op interessante plekken. Uiteindelijk is het 2 keer een pisstop aan een soort wegrestaurant. Bij de eerste rekken we het wat door, net zoals hij, iets te eten te bestellen. Bij de tweede duurt het inderdaad de tijd om te gaan plassen. Bij zonsondergang laten we hem toch maar even stoppen en de plaats waar we staan levert uiteindelijk nog erg mooie beelden op.
Als we even later in Siem Reap aankomen is het pikdonker en verschrikkelijk druk. Voor de eerste keer in 3 weken staan we stil in een file. De chauffeur loodst ons tot voor het hotel en we laden de bagage uit, en nemen afscheid. Hij lijkt iets blijer met zijn tip dan de gids. Heeft er ook harder voor moeten werken.

Het hotel valt wel mee al zijn er een paar kleine kantjes. Net als we de kamer verkend hebben horen we buiten de knallen van vuurwerk. We gaan vanop het eerste verdiep kijken en terwijl het vuurwerk verder duurt (we zouden bijna zeggen dat het mooier is dan in PP) varen nog enkele roeiboten voorbij op het riviertje voor het hotel. Hier kunnen ze dus wel bij donker varen schijnbaar. De verdere verkenning van het hele hotel levert een positiever beeld op. Alleen spijtig dat het zwembad al om 6 uur sluit. We vinden nog wat bijzondere hoekjes, bekijken de menukaart en besluiten hier maar te eten vanavond.
De bediening en het eten vallen 100% mee. De prijzen liggen wel hoger dan in Vietnam maar het restaurant, de sfeer en de afwerking mogen er zijn en voor minder dan 50 euro hebben we hoofdschotel, dessert, sapjes en een fles wijn.
Na de maaltijd lopen we nog een blokje om, om de sfeer van de waterfeesten hier op te snijven. De drukte is al minder dan om 7 uur maar er loopt toch nog heel veel jeugd op straat. We informeren bij terugkomst aan de receptie of ze al iets van onze gids hebben gehoord maar het antwoord is negatief. Daarop gaat om 10 uur het licht uit. We zien morgen wel hoe het loopt.

Dag 21 – Zondag 1 November : Chau Doc naar Phnom Penh (Cambodja)

Kort verslag vandaag.
om 5.45 op – 6.30 ontbijt en 7.30 vertrek naar de boot die ons naar Cambodja brengt. We nemen afscheid van Da Lat en wurmen ons aan boord van de speedboot. Er zijn een 18tal plaatsen en het ding zit bijna vol met Fransen en 2 Finnen. De visa documenten worden op voorhand ingevuld en door de rederij verzameld. Om de afhandeling van de visa te bespoedigen, wordt er 23 dollar gevraagd ipv 20.... Geld smeert ook hier de machine.

De formaliteiten lopen inderdaad vrij vlot, alleen Marc werd vooraf geroepen en hij dacht al dat er een body-check op zijn blote lijf ging volgen, maar toen ze hem zagen was het al niet meer nodig. (Ze hadden waarschijnlijk de leeftijd slecht gelezen op zijn paspoort). Op de 5 uur durende trip wordt er geslapen, gelezen, dagboeken bijgehouden, fotos geselecteerd en geblogd. Omwille van de waterfeesten in Phnom Penh (PP), mogen we niet in de stad aanleggen. Er is een geimproviseerde aanlegsteiger enkele km buiten de stad. De gids, Borei, staat ons op te wachten en zorgt dat de baggage in de auto geraakt. Marc geeft hen 2 dollar, maar ze willen er 6. We vinden het een beetje overdreven en negeren ze verder. Luk vergeet zijn kledinghoes met nieuwe pak en loopt terug, maar ze hebben het al gevonden. Tegen 2 u checken we in in het hotel. De gids spreekt goed verstaanbaar engels, maar doet ons qua instelling terug aan Sy denken in Hanoi ; een beetje te gladde jongen. Op het programma voor de namiddag staat alleen maar het waterfeest : bootraces op de Tonle Sap waarbij teams met 30 of 65 roeiers in fraai versierde lange boten het tegen elkaar opnemen. We wandelen over Sisowath Boulevad, de Boulevard des Anglais van PP, en gaan op in de drukte. We werden gewaarschuwd om geen kettingen, oorbellen, horloges e.d. aan te doen en paspoorten, beurzen en zo in het hotel te laten. De politie en het leger zijn goed vertegenwoordigd. Toch voelen we ons vaak bekeken, vooral door jongeren. De gids loodst ons mee naar een tribune voor het koninklijk paleis. Als toeristen mogen we binnen in de 'afspanning', maar niet vooralleer grondig gecontroleerd te zijn. Fototoestellen moeten ter plaatse aangezet en een foto mee getrokken. De rugzak wordt binnenste buiten gekeerd. Na de check mogen we op de tribune plaats nemen.
Na enkele minuten wachten geraken we op de eerste rij, met een heel goed uitzicht op de finishlijn. Naast deze tribune staat er nog één waar een aantal notabelen (met rijkelijk bestikte gallons op de uniformen) en eregasten zitten. Ook de koning schijnt er regelmatig naar de regatta te komen kijken. Vandaar de veiligheid waarschijnlijk.
We blijven er een uurtje zitten genieten van het kleurrijke spektakel, zien boten waar de roeiers rechtop staan en andere waar ze ziten, of een mix van de twee. Vooraan staat een man die de maat aangeeft en voor de show zorgt. We zien ze finishen, soms met minimaal verschil, zijn getuige van de vreugde bij de winnaars, van een man die net voor de finish uit de boot tuimelt en twee boten die na de aankomst in elkaar varen. Vele boten varen na de aankomst via de eretribune (en die van ons) en maken er nog een showke van. De race begint al vroeg in de morgen en duurt tot 6 uur. Er doen enkele honderden teams mee, uit alle delen van Cambodja en uit enkele buurlanden.

Na een uurtje krijgen we dorst en verlaten het VIPkes park en gaan op zoek naar een terrasje. Er is al veel meer volk op Sisowath en er hangt een echte kermissfeer met duizenden bezoekers (verleden jaar 1 miljoen over 3 dagen) en honderden kraampjes waar je eten, drinken en kleine handwerkstukken kan kopen. Het eerste hotel dat we tegenkomen heeft een open/overdekt terras op de 5 de verdieping. Luk herinnert het zich van tijdens de voorbereiding van de reis : het is een vrij rudimentair hotel zonder goede reputatie maar het is bekend bij backpackers omwille van het terras met zicht op de Tonle Sap. We besluiten te proberen of we er iets kunnen dinken ; dat kan. We hebben ook wel zin in iets zoet, maar men probeert ons het buffet aan te smeren voor 4 euro pp. Frie en Kris gaan eens kijken maar zijn niet overtuigd van de keuze en de kwaliteit. Anderzijds is de lokatie ideaal om straks het vuurwerk en de lichtparade te kunnen bekijken. Na wat overleg besluiten we toch te blijven voor het avondeten. We hebben tenslotte slechts een dun boterhammeke voor lunch gehad en we krijgen honger. We bestellen en vragen tegen 6 u te kunnen eten - hebben de indruk dat ze het begrepen hebben. Volgens de gids zou om 6u30 het vuurwerk beginnen, dus de timing klopt perfect. Tegen kwart voor zes is het donker en stoppen de regatta. Even later zien we al schepen met grote uitbeeldingen van pagodes, draken, paleizen enz gemaakt in lichtjes voor de eretribune veschijnen. Om 5 na zes gaat er een vuurpijl de lucht in. We denken dat het een probeerselke is, maar de ene volgt na de andere. Dit IS het vuurwerk. We vrezen dat ons eten net tegelijk gaat komen, maar de kok heeft blijkbaar vertraging en we kunnen van de bootshow en het vuurwerk genieten.
Een collega had verteld dat het vuurwerk spectaculair is en dat we zo iets nooit gezien zouden hebben. Het zou zich elk uur herhalen. Maar beide bleken onjuist : het was mooi maar zeker niets exceptioneel en er zou geen herhaling komen.
Het eten is zoals het hotel, niets bijzonders. In het lokale Khmer gerecht (kip, rund en vis in een jonge kokosnoot), blijkt alleen kip te zitten. Bovendien is het een soep en geen stoofpot die in een soepkom wordt geserveerd. Er zit een soort groente in die enorm vezelt en absoluut niet te kouwen valt. Het lijkt wat op te oude bamboe, en wordt er dus bij elke hap maar uitgefilterd/gespuugd.

Tegen acht uur gaan we terug naar het hotel. Op Sisiwath boulevard kan je ondertussen over de koppen lopen. De meesten zijn uitgeteld en gaan onmiddellijk slapen. Luk werkt nog een stukje aan de blog en zet de foto's bij de posting van Mui Ne. (mooi he en uiteindelijk toch nog niet zo'n kort verslag)

zaterdag 31 oktober 2009

Dag 20 – Zaterdag 31 0ctober – Mekong naar Chau Doc


Ondanks de zwoele, vochtige hitte, toch goed geslapen. Vanaf 5 uur begint de bedrijvigheid op het water van de boten die naar de markt of het veld gaan. Ik sta op en zet me even op het terras tot de anderen ook wakker worden.
Er kan rudimentair gedouched worden en we hebben elk een kleine dunne handdoek om ons af te drogen. Alhoewel, afdrogen helpt niet veel want na 2 minuten plak je terug van het zweet.
Om 7 uur verzamelen we om een bezoekje te brengen aan de watermeloenvelden en boomgaarden van onze gastheer. De watermeloenen worden in verhoogde perken geplant en afgedekt met plastic folie om de verdamping tegen te gaan en de planten heel veel warmte te geven. Het waterpeil in de kanaaltjes wordt geregeld zodat ze net voldoende vocht krijgen. Regelmatig moeten overtollige knoppen op elke plant verwijderd worden om mooie grote meloenen te krijgen. In minder dan 2 maanden hebben ze een oogst. Deze teelt werkt hier zeer goed en brengt veel meer op dan de vroegere natte rijstteelt, maar het is arbeidsintensief en nog altijd gehurkt werken.
Van hurken gesproken, hiet spreekt men niet van naar toilet gaan maar van 'naar de brug' gaan. De fruitoogst is veel minder. De bomen staan er wat verkommerd bij en de bladeren zijn droog en vol gaten gevreten. Dalat wijdt het aan de verzengende hitte op dit eiland en inderdaad, om half acht 's morgens is het er al bloedheet.
We gaan terug en krijgen ons ontbijt – heel beperkt : een frans broodje en wat confituur of een La Vache Qui Rit kaasje. Een kop koffie of thee.
De boot ligt ondertussen klaar en we vertrekken naar de drijvende markt. De eerste indruk is minder imposant dan we verwacht hadden, maar onze skipper neemt voldoende tijd om tussen de handelende schepen door te laveren en we krijgen een goede kijk op de activiteiten. Er worden allerlei groenten en fruit verhandeld, ook geïmporteerde wortelen en appelen uit China. Je kan zien wat men verhandeld aan de producten die aan een stok vooraan op het schip hangen. We bekijken de handel. De witte kool wordt van de buitenste bladeren ontdaan voor hij verkocht wordt. Het loof verdwijnt in de rivier. Er varen ook kleine bootjes tussen die soep en andere maaltijden bereiden en bezorgen. Een scheepje heeft geen stok, maar doet goede zaken met eenden te verkopen aan de grotere schepen.
Een schip ligt te koop. Je ziet het aan de stok ; daar hangen dan palmbladeren aan.
Na het de markt kijken we nog binnen in een werf waar met houten schepen bouwt. Het werk is nog 90% manueel. Een scheepje van 6 m kost 150 euro, een kleine passagiersboot voor een 15tal personen kost, inclusief motor, 3000
euro. Het hout is echter van slechte kwaliteit en een schip gaat nog amper 20 jaar mee, en dan wordt de romp nu nog extra bezet met aluminiumplaat. De oudere gingen 50 tot 70 jaar mee. Frie merkt een lange witte plastic worst die tegen het dak van het atelier hangt en vraagt wat het is. Het blijkt een opvangreservoir te zijn voor metaangas dat vrij komt bij de vergisting van de varkensmest in de varkensstal die midden in het atelier staat. Met het gas kan men koken en er is opvallend weinig reuk in de werkplaats.
We varen naar de fruittuinen en krijgen er een korte rondleiding. Dalat legt uit hoe ze planten stekken en enten. Het verkort de periode om vruchtdragende bomen te krijgen van 5 naar 2 jaar. We vinden hier mango, durian, jackfruit, ananas, mango, papaya, melk of Haiti appels, enz. Er is ook een mooie lotusbloementuin. We krijgen een varieteit fruit aangeboden ; ananas, mango, melkappel en watermeloen en Kris besteld nog papaya bij. De porties zijn zo groot dat we al niets meer nodig hebben voor het middageten (ook vanwege de drukkend hitte).
Via de druivende vismarkt varen we terug naar de aanlegstijger waar de auto al wacht. De vis wordt hier levend aangevoerd vanuit de viskwekerijen. Het zijn speciale schepen met een centraal ruim dat men kan laten vollopen (een soort aquarium) en waarin het water tijdens de vaart constant ververst wordt via openingen aan de zijkanten. De skipper manouvreert weer tot we een goed zicht op de schepen hebben.
Tegen 12 uur vertrekken we richting Chau Doc. In elke stad die we tegenkomen, krijgen we van Dalat een beetje uitleg. Een van de steden heeft de naam Chau Tanh. Chau zou verwijzen naar suikerpalmen, een boom die hier vroeger veel voorkwam maar volledig uit de streek verdween toen de Rode Khmer in Cambodja alle land opeisten waar de suikerpalm groeide. In plaats van een nieuw conflict aan te gaan met Pol Pot &co, werden alle suikerpalmen in Vietnam (in de streek tussen Can Tho en de grens) gekapt. Het brengt de discussie op de evolutie in de regio sinds de Amerikaanse-Vietnamese oorlog van 1975. Er blijken toch wel een aantal verschillen in interpretatie te zijn tussen wat de Viet geleerd wordt en wat er in het westen geschreven wordt. Het maakt tevens duidelijk dat deze regio echt centraal op het politieke schaakbord heeft gestaan sinds de tweede wereldoorlog en dat de intriges en manipulaties tussen Amerikanen, Russen en Chinezen om invloed te verwerven nooit veraf waren. De lokale bevolkingen waren er de grote dupe van.
We rijden ondertussen verder en de chauffeur lijkt al maar driester te worden. Waarom ? Op een bepaald ogenblik ramt hij weer bijna een motor van de baan als die niet snel genoeg plaats ruimt, waarop hij er naast blijft rijden en afstopt zodat de brommer ook ferm in de remmen moet. Ondertussen werpt hij wat vieze blikken in de richting van de man. Het wordt me even teveel en met mijn 'allee, hoe is't nu toch mogelijk' schrik ik blijkbaar de rest van de bus wakker die ligt te doezelen. Ook Dalat schiet wakker en kijkt vragend om. Ik denk dat mijn blik genoeg zegde. Ook de chauffeur bleek ineens Antwerps te verstaan, want de rest van de rit ging het er iets voorzichtiger aan toe.
We komen al om 3 uur in Chau Doc aan en checken in in het hotel. De airco werkt alleen in de kamers en in de lobby is het bloedheet. M&F nemen snel een douche, K&L pakken een beetje uit. Om 4 uur vertrekken we naar de 7km verder gelegen Sam berg. Het is een bedevaartsoord geworden voor vooral Chinese zakenmensen die hier komen offeren om goede zaken af te smeken. Je ziet er hele gebraden varkjes geöfferd worden. Doch, wanneer de god de geest van het varken tot zich heeft genomen, wordt het varkentje netjes terug ingepakt en meegenomen voor consumptie thuis...
De hele omgeving is een commerce geworden, Lourdes komt bij me op als beste vergelijkingspunt. We blijven wat te lang in de eerste (van de 20 ?) tempels hangen en ik opper tegen Dalat dat we beter verder gaan om de zonsondergang boven op de Sam berg niet te missen. Deze berg, die midden in het vlakke landschap uit het niets oprijst, is 230 m en 1000 trappen hoog. Frie had al gewaarschuwd dat ze haar tijd nodig had om er te geraken en regelmatig zou moeten rusten om op adem te komen. We zetten de klim in en lopen van het ene tempeltje naar de andere pagode. De trappen lopen over terrasjes en vlak langs huizen, je zou er je weg nooit alleen vinden. Kris wil haar voorraad balonnen nog aanvullen maar Luk maakt een opmerking dat we geen tijd te verliezen hebben. Dalat's tempo ligt vrij hoog en telkens hij aan een tempel of pagode wat uitleg wil geven loop ik al langzaam verder terwijl ik het gesprek gaande hou. Frie heeft het moeilijk met de klim en moet even puffen, maar Kris interpreteert het geluid verkeerd en denkt dat Frie een ballon aan het opblazen is. De signalen worden door geen van de anderen begrepen en even verder wordt het even allemaal teveel. De emoties en spanningen bereiken een toppunt. Dalat weet niet wat er gebeurd en staat er beteuterd en vragend bij. Er wordt nu 5 minuten gewacht en wandelen langzaam verder. We zijn uiteindelijk nog ruim op tijd en zien een prachtige zonsondergang boven Cambodja maar de spanning is nog lang niet weg.
Dalat geeft Marc advies welke oefeningen hij kan doen om geen hoofdpijn meer te krijgen. Hij doet het heel beheerst voor terwijl Marc het probeert. Frie legt alles vast op film.
Het wordt ondertussen flink donker en we beginnen de afdaling. Gelukkig is het bijna volle maan en krijgen we toch nog een beetje hulpverlichting. Toch is het moeilijk lopen op de scheve en ongelijke trappen.
De bus staat voor een laatste mooie tempel met Cham en Hindoeistische invloeden. Dalat geeft zijn toelichting bij de zwarte en witte olifant die er voor staan. De witte heeft minstens 6 slagtanden en zou de moeder van Boeddha in de buik geprikt hebben, waarna ze zwanger werd van Boeddha. De zwarte was een dier dat door een rivaliserende geloogsstroming op Boeddha werf afgestuurd om hem te doden, maar het dier ging aan de Boeddha zijn voeten liggen, tam als een hond.
We rijden de 7km terug naar het hotel. Er wordt geen woord gesproken...
Om 7u30 spreken we met Dalat af om iets te gaan eten in de stad. De sfeer is terug opgeklaard en we beslissen om in een restaurantje met terras op het water te gaan eten. Vooraf lopen we nog een muziekwinkel binnen en zoeken een CD met typisch Vietnamese muziek uit. Het ding, in een plasticzak verpakt, kost 5000 dong (20 eurocent). We kiezen nog een tweede, betalen en wandelen verder. De eerste aanblik van het restaurant is niet echt attractief, maar we lopen binnen. Achteraan zien we een terras en het is pas als we daar komen dat we het vlottend terras op het water onder ons zien liggen. Spijtig genoeg heeft een bus Nederlanders al de beste plaatsen aan de waterkant ingenomen, maar erg is het niet. We zitten op een afzonderlijk ponton en laten ons adviseren door Dalat. Het wordt gegrilde vis (een soort katvis, maar kleiner en minder vet), ribbetjes (gestoofd in vissaus en suiker, sjalot toegevoegd en later even gecarameliseerd), nasi met kip, scampi met champignons in deegblokjes, waterspinazie met look en gewokte groentjes, rijst, mie,..... Het was overheerlijk en een heel mooie afsluiter van onze Vietnamperiode. Morgen eten we in Cambodja....
Op de kamer verzamelen we nog even en bellen Paps. De eerste verbinding is bijzonder slecht, maar de tweede keer lukt het vrij goed. We zijn wederzijds blij elkaar te horen en het thuisfront krijgt de opdrach Mouche haar hiel heel nauwkeurig in het oog te houden en zo nodig terug naar het ziekenhuis te gaan (Frie vergeet te zeggen dat ze de vlak moeten aflijnen met een stift om na te gaan of het groter of kleiner wordt. Paps ; ge weet hiermee wat uw dochter van u verwacht). We vinden het achteraf vreemd dat de paps het hele gesprek voerde.