maandag 26 oktober 2009

Dag 10 – woensdag 21 october – Hue, de oude keizerstad

Als we bij het ochtengloren wakker worden op de hobbelende trein, horen we het bekende maar onaangename geluid van regen op een stalen dak boven ons. Een blik door de ruit zegt genoeg ; egaal grijze luhcht en water dat in beekjes over de venster loopt. Het weer is terug omgeslagen.
Niemand heeft jeuk, dus ofwel hebben de lakens ons goed bescherm ofwel warer de matrassen toch properder dan ze eruit zagen. We lezen het uurschema in het boekje van de treinmaatschappij nog eens na en komen tot de vaststelling dat we al om 8 uur en niet om 8u40 in Hue zullen zijn ! Dank je gids, om ons zo goe te informeren. Deze keer zorgen we dat we klaar staan als de trein stopt. Bij het uitstappen realiseren we ons pas hoe lang de trein is – minstens 20 wagons.
Op het stationsplein zien we onze naam terug verschijnen. Een man van rond de 30 pikt ons op en loodst ons naar een Mercedes minibus. Nie is de naam (Nie-é, zoals nee in sommige delen van Antwerpen. Dat onthouden we gemakkelijk). De chauffeur rijdt ons de stad in en Nie begint zijn verhaal over de vele regen in de laatste dagen en een verandering in programma. We hebben eens te meer moeite om ons aan het moeilijk verstaanbare Engels aan te passen, maar houden voet bij stuk om ons programma af te werken. Alleen een boottocht op de Parfume rivier zal moeten vervallen omdat er door de hoge waterstand geen boten mogen varen tot aan de keizerlijke graven. Vragen naar de weersverwachting worden handig ontweken. Ook het programma voor de volgende dagen zou door het weer kunnen beinvloed worden... Nie heeft ook goed nieuws : we zouden al onmiddellijk op de hotelkamer kunnen (en douchen voor we op tour vertrekken)

De eerste stop is echter voor het ontbijt. Nie vertelt ons over de lokale specialiteit : Bun Bo Hue – een krachtige rundssoep met noedels. We verwachtten te kunnen ontbijten in het hotel en daar eens te kunnen testen of het ons wel bevalt, maar de chauffeur rijdt het hotel voorbij om 50 meter verder te keren en te stoppen voor een echt lokaal, druk bezet restaurantje. We zitten achteraan onder een plastic golfplaten dak (zonder lekken) terwijl de regen boven ons blijft gutsen. De stoeltjes zijn kramikkig en de tafel vluchtig afgekuist. De TL-verlichting draagt niet bij aan de 'gezelligheid'. De keuken (!) bevindt zich vooraan aan de straat en stelt in feite niets voor. Het personeel rukt onophoudelijk aan met schotels rundslapjes, vers gedraaide noedels, groenten, potten water enz. Vooraan wordt het allemaal onmiddellijk verwerkt. We krijgen elk een diepe kom voorgezet een een glas met warm water en 4 lepels. De stokjes ontbreken ook niet. We beginnen eraan en... moeten toegeven dat de soep inderdaad heel lekker is. Het vlees is absoluut niet vet en het geheel is erg krachtig. Marc is als eerst klaar, de anderen hebben wat meer werk of krijgen het gewoon niet op.
We hoppen terug in het busje voor de 50 meter naar het hotel – geen luxe want nog altijd regen – en checken in. De kamers zijn heel mooi en ruim. We spreken af om vrij snel terug te zijn om aan het stadsbezoek te beginnen.

De eerste stop (nog altijd in de regen) is het graf van Tu Duc, de vierde keizer uit de Nguyen-dynastie van 13 die vanuit Hue regeerden tussen 1802 en 1945. Tu Duc was een klein manneke van 1m53 en onder zijn bewind namen de Fransen hun intrek in Vietnam. Hij had 103 vrouwen maar geen kinderen, was verfijnd, muzkaal en een poeet. Hij superviseerde zelf de bouw van zijn mausoleum en woonde er meer dan 20 jaar tot aan zijn dood. Tu Dic was een romanticus en dat weerspiegelt zich in zijn paleis ; meertjes, mooie tuinen e.d. Het geheel doet echter nog steeds sterk Chinees-Confusionistisch aan. Gezien hij geen kinderen had, schreef hij zelf de ode aan zichzelf die op de centrale stele staat. Het geheel werd in 3 jaar opgetrokken, onder zware druk van de mandarijnen die de leding in handen hadden, De werkdruk was zo hoog dat er zelfs een opstand uitbrak.
Voor de bouw van de mausolea werden tot 10 000 ambachtslui en gevangenen ingezet en de werkomstandigheden waren zo slecht dat velen ziek werden en stierven tijdens de biouw.

De volgende stop wordt gemaakt aan de pagode van Tu Hieu. Deze staat op de rechteroever van de Parfume rivier, in het landschap tussen de 7 mausolea die er voor de keizers gebouwd werden. Deze pagode voor het medeleven light op een heuveltop bebost met pijnbomen en straalt eens te meer een zalige rust uit. Ze is perfect onderhouden en er zijn geen andere bezoekers als wij er rondlopen (nog steeds in een malse regen).

We rijden gelijk door naar het mausoleum van Min Mangh, de tweede Nguyen keizer. Om er te geraken moeten we wel even een hindernis overwinnen ; de weg staat lichtjes onder water. Binnen zou het volgens de gids ook nog erg nat en glibberig zijn, maar na 'intens overleg' en de aanschaf van enkele plastic sleffertjes voor de vrouwen, wordt er toch besloten de straat over te steken. Blijkt achteraf dat de wagen via een andere weg toch tot aan de overkant zou geraakt zijn. Ergens in de verte weerklonk tandengeknars. ;-)
Dit graf werd in 20 jaar opgetrokken en is slechts 6 jaar voor dat van Tu Duc afgewerkt maar lijkt veel strakker en zuiverder Chinees van opzet. Het complex is 700 m lang en Min Mangh ligt helemaal achteraan op een ommuurde heuvel begraven (al weet niemand precies exact waar, want de gevangenen die voor de gangen moesten graven waar de kist werd geplaatst werden voor de veiligheid mee onder geschupt). Maar de site is de natte voeten waard en we vergapen ons aan de mooie tuinen en strakke patronen. De regen heeft ondertussen plaats gemaakt voor een waterzonnetje dat af en toe komt piepen.

De gids had ondertussen bericht gekregen dat we toch een eindje met de boot op de rivier konden varen, dus reden we terug naar de stad. Vermits er niet over eten gesproken werd, brachten we zelf het onderwerp maar aan. Nie stelde voor wat fruit te kopen en deed zelf de inkopen voor ons. Even verder stopte hij voor broodjes met ei (soort knapperige baguette).
In Hue dan aan boord van een motorbootje om van de citadel tot aan de Thien Mu pagode te varen. Het water op de rivier staat inderdaad heel hoog. We zijn nog maar net vertrokken of we krijgen een drankje aangeboden en de dame begint stapels satijnen/zijden kleding op een rieten mat uit te stallen die ze vervolgens tussen onze stoelen schuift. Nie geeft aan dat de prijzen goed zijn maar de kwaliteit lager is dan in Hoy An.

We meren aan vlak voor de Thien Mu pagode. Het is de oudste van de 100 pagodes die Hue telt en de geschiedenis gaat terug tot 1601 toen op deze plaats een genadige vrouw (Thien Mu) de plaats van de latere hoofdstad van de Nguyen dynastie had voorspeld aan Keize Nguyen Hoang. De huidge 21 m hoge pagodetoren telt 7 verdiepingen die de 7 incarnaties van de Boeddha voorstellen. De oorspronkelijke gouden beelden zijn gestolen (door de Fransen ??) en werden vervangen door bronzen. De deurtjes van de pagode waren echter gesloten, dus we konden ze niet zien. Het tempelcomplex bevat een heel mooi beeld van de lachende Boeddha en achteraan is een heel aantrekkelijke klein pagode en lotusvijver. We zien hier ook voor het eerst 2 konijnen rondhuppelen, maar het lijken wel tamme te zijn.
Deze pagode raakte onder het Diem regime in de zestiger jaren in het nieuws toen een van de monikken van hier naar Saigon reed en zich daar, als eerste in een rij van velen, op een kruispunt met benzine overgoot en liet in brand steken als protest tegen de onderdrukking van het boeddhisme in het door de katholieke Diem regeerde Zuid-Vietnam. We zijn nog getuigen van een boeddhistische gebed in de tempel, waar er nog een groot aantal jonge monikken (15-20 jaar) wonen.

Ons busje pikt ons terug op en we rijden de citadel binnen. Voor de poort van de verboden stad worden we afgezet. De Citadel is 5 km2 groot en werd gebouwd tussen 1803 en 1844 op vraag van de eerste Nguyen keizer Gia Long (de vader van Min Mangh). De stad telt 3 ommuringen : die van de keizerlijke stad, die van de koninklijke en die van de verboden stad. Deze citadel is de enige overblijvende, min of meer intacte, in Vietnam. De citadels in andere keizerlijke steden zijn allen helemaal verwoest. Ook deze citadel heeft erg geleden tijdens de Vietnamoorlog, toen de noordelijke Vietcong de stad in 68 innamen en zich in de citadel verschansten. De Amerikaanse marines leverden een gevecht in de straten van Hue om de stad te heroveren en de bombardementen maakten ook op de citadel de nodige schade. Er lopen ondertussen projecten in samenwerking met Zuid-Korea (bondgenoot van de VSA in de oorlog) om de verwoestte gebouwen te restoreren. De wandeling duurt ongeveer een uur en we bezoeken de grootste bezienswaardigheden van dit erg grote complex. We beignnen aan de zuidelijke poort. Op het plein ervoor werden de diplomas uitgereikt aan de geleerden die voor de examens geslaagd waren. We zien de esplanade van de grote begroetingen waar de ceremonieen en toespraken tot de gezagvoerders (burgerlijke en militaire mandarijnen) werden gehouden, het paleis van de troon en werpen een blik op wat ooit de verboden stad is geweest. Er resten nog slechts 2 zijgebouwen en verder zwart geblakerde en beschimmelde resten nadat er een bom is op gevallen. Wat ook nog overblijft zijn 2 bronzen urnen. Gegoten uit materiaal dat door vroegere keizers was buitgmaakt op de vijand. Verder naar tempel van de cultus voor de keizers. Hier worden 10 vand de 13 keizers geeerd. (2 regeerden zo kort dat ze geen verering 'verdienden' en de laatste werd omwille van zijn onderdanigheid aan de Fransen sterk verguisd.
Aan de overzijde van het plein hier staat de 9 bronzen urnen voor elk van de keizers (al is er geen spoor van asse in te vinden).
We lopen door het paviljoen van de stralende goedheid (Hiem Lam Coc). Het telt 3 verdiepingen en is het hoogste van de citadel en tegelijk van alle bouwwerken op de rechterover van de Song Huong rivier (Perfume river). Door de erg mooi gerestaureerde Poort van de Deugd, lopen we terug naar ons vertrekpunt.
Het is kwart voor zes en donker als we buiten komen. 4 'cyclo's' staan al op ons te wachten om ons terug naar het hotel te tuk-tukken. We gaan op in de gestage stroom van fietsen en brommers, ruiden de citadel buiten, over de rivier en worden voor het hotel gedropt. We krijgen nog even de kans om zelf 'te doen alsof'.

Voor het diner raadt Nie ons het Mandarin Cafe aan ; goed en niet duur. We wandelen er heen worden blij verrast door de prachtige fotos aan de muren. Mr Co is een amateurfotograaf en heeft duidelijk gevoel voor portretten, We eten lekker en goedkoop en geven evenveel uit aan de aankop van fotos als aan het eten.
Wandeling terug naar het hotel en bed in na een lange en erg drukke dag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten