maandag 26 oktober 2009

Dag 11 – donderdag 22 october - Hue naar Hoy An


Ik probeer op te staan maar krijg mijn rug niet recht. Heb het gevoel op een plank geslapen te hebben. Het duurt 5 min voor ik rechtop kan lopen. Nog slecht nieuws – het regent weer pijpenstelen. We vertrekken rond 9u30 voor onze transfer naar Hoy-An. We gaan geen extra bezoek aan Hue meer inlassen en zullen proberen tegen 12u in Danang te zijn om eventueel een ceremonie van de Cao Dai gemeenschap bij te wonen.
We moeten over 3 passen op onze weg naar Danang, de laatste is de Hoi Van of wolkenpas. Hij doet zijn naam alle eer aan vandaag want we rijden door regen en lage wolken naar boven. Vanop de pas is er haast niets te zien. Tegen 12 zijn we in Danang. Je ziet nog duidelijk de schade die is veroorzaakt door de laatste tyfoon ; stukken van de borstwering op de dijk zijn omgevallen en er liggen nog 3 kleine kustvaartuigen (ong 5000 ton) op het strand. Ook de huizen moeten aardig te lijden hebben gehad onder de winden die snelheden tot 120 km/u haalden. Bij ons levert zo een storm ook schade op maar voor de eenvoudige houten huisjes is dit vaak vernietigend.
De Cad Dai tempel kan tijdens de ceremonie niet bezocht worden maar Nie krijgt het voor elkaar dat we op zaterdag in de namiddag een bezoek kunnen brengen aan de tempel. We rijden verder naar het Cham museum, vlakbij het strand van Danang. Het werd opgericht door een Frans archeoloog na de ontdekking van de My Son site. Er staan een 300 tal beeldhouwwerken, offeralltaren (het onderste deel stelt de vrouw voor, het bovenste de man), zuilen en andere ornamenten die vanop verschillende Cham vindplaatsen naar hier werden overgebracht. De beeldhouwkunst van dit Hindoe volk dat van de 4de tot de 13de eeuw zuidoost Vietnam bevolkte stond op een erg hoog peil. Vooral de werken vanaf de 11de eeuw zijn heel erg mooi gedecoreerd. Vooral het beeld van Ganesh, met het olifantenhoofd en het altaar met de verhalen uit de Ramayana zijn erg de moeite waard.
Nie dropt ons voor een heel chique restaurant met de welluidende naam Apsara ; de naam voor de hemelse maagden in het Hindoeïsme van de Cham cultuur. We worden op onze wenken bediend. Zoals bijna overal in Vietnam is er pesoneel in overvloed. Voor de 4 bezette tafeltjes lopen er minstens 6 garcons rond. We eten een heerlijk noedelgerecht met langoest en krab en tjgergarnalen. Maar we worden ook voortdurend op de vingers gekeken door het personneel en blijkbaar zijn onze eetgewoonten toch niet echt de hunne want er wordt regelmatig (met ons) gelachen – denken we toch.
We rijden verder naar Hoy-An. Alhoewel de overvloedige regens hebben plaats gemaakt voor wat miezer, wordt het bezoek aan de Marmerbergen toch maar verschoven naar zaterdag wegens te glibberig en geen uitzicht. We komen rond 3 uur in Hoy-An aan ; de stad van de kleermakers. Nie laat ons eerst de meest bekende winkel zien – een die breed reclame maakt door heel het land en daarbuiten. We doen er referentiewaarden op voor de pijzen maar de afwerking laat toch te wensen over. Vervolgens brengt hij ons naar een heel klein winkeltje (25 m2) waar hij goede referenties van heeft zegt hij. De prijzen liggen er beduidend lager en er worden 5 damesbloesjes en kleedjes opgemeten en besteld. Vermits ik niet echt de stof vind die ik zoek voor een kostuum, loop ik met Nie even verder naar nog een andere winkel. Weer wat luxueuzer en duurder, maar vind nog niet wat ik zoek. Na het dames-meten wisselen we nog wat geld (we zullen ze hier nodig hebben) en trekken vervolgens naar het hotel. Ook hier weer erg mooie kamers met aangrenzende balkons. Kris en Luk trekken terug op jacht naar het juiste stofje en laten zich uiteindelijk overtuigen om 130 euro te spenderen voor een kostuum in heel mooi cashmire en 2 bijpassende hemden.
Gezien de goede lunch is de honger niet groot en besluiten we tegen 8u30 de oude stad te gaan verkennen en iets te gaan drinken. Onderweg lopen we langs enkele optiekers en Marc wil wel eens weten wat een bril op sterkte hier kan kosten ( we herinneren ons dat in Indonesie brillen spotgoedkoop waren). Terwijl Marc opgemeten werd, informeerde ik wat een zonnebril met dubbelzicht zou kosten. Eerst werden de glazen gemeten en een montuur gekozen. Alle grote merken werden voorgesteld maar de prijs van het montuur was steeds 31 dollar... De glazen,gekleud, ontspiegeld en krasvrij kostten 100 dollar – voor de 2 !!! In Belgie betaal je 250 euro voor 1 glas. Ik liet me verleiden, in de wetenschap dat als de glazen nog niet van 100% dezelfde kwaliteit zijn als bij ons, ik de bril toch maar bij fel licht zou gebruiken en dus minder gevoelig was aan fouten. De prijs was niet negocieerbaar (er ging 1 dollar af en er werden geen kosten gerekend voor de betaling per credit card). Ofwel had de dame een heel goed inzicht van de prijzen in Europa én wist ze dat ik al beslist had, ofwel rekende ze inderdaad netto prijzen. 24 uur later zou de bril klaar zijn. Het was half tien toen we in de oude stad aankwamen en de meest bars en restaurants dachten al aan sluiten. We vonden een aangenaam plekje en bestelden toch nog fruitsla en pannenkoek met ananas. Toen Marc even later mocht proeven van de lekker geurende pannenkoek, verbrandde hij prompt zijn verhemelte maar kreeg toch de smaak te pakken. De keuken was echter ondertussen gesloiten en hij bleef op zijn honger zitten. We wandelden nog even langs de vaargeul van deze oude havenstad en trokken terug naar het hotel. De laatste meters begon het terug zachtjes te regenen..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten