dinsdag 27 oktober 2009
Dag 14 – zondag 25 october – Lak Lake en Dalat
L&K hebben redelijk geslapen op de zachtere matrassen maar zijn een paar keer gestoken door muggen. M&F hebben daarentegen het muskietennet gehangen en zijn van steken gespaard gebleven.
De zon is echter van de partij en we krijgen nu voor het eerst zicht op het Lakmeer. We moeten reeds om 8 uur vertrekken dus we zeulen al om 7u met de zware trolleys naar de receptie en zetten ons aan de karige ontbijttafel : we mogen 1 gerecht van het ontbijtmenu en 1 drankje kiezen. De koffie die hier zo intensief geteeld wordt is niet echt anders dan elders in Vietnam. Door onze gids ontdekken we waar die speciale smaak in de koffie hier vandaan komt : de boter die ze onder de bonen mengen bij het branden. En volgens Niehg is de boter hier van slechte kwaliteit (en de koffie dus ook volgens haar).
Op het terrein van het 'resort' staan ook een paar langhuizen – de typische oude bouwvorm van de Hmong en Ede gemeenschappen die hier wonen.Ze staan op palen en de wanden zijn van rieten matten gemaakt. Ze zijn in erg goede staat en dienen nu als onderkomen voor het personneel en de echte trotters die er niet mee inzitten om samen met anderen in de ene grote kamer te slapen. Privacy mag je hier niet verwachten. Binnen zijn er immers geen scheidingsvlakken. Aan de kanten en op de koppen kunnen een paar panelen weggeschoven worden om wat licht binnen te laten. De trapjes zijn heel primitief en er zijn normaal gescheiden trapjes voor de mannen en voor de vrouwen (met 2 ronde bollen bovenaan – symbool voor de borsten).
We checken uit en vertrekken naar het naburige dorp Jun. Dit dorp wordt bewoond door Mong. Dit zijn de meesters in het vangen en temmen van olifanten.
Omdat men later op de morgen meer wind verwacht, maken we eerst een tochtje op het meer in een langboot (longboat). De bootjes zijn gemaakt uit 1 boomstam en worden gebruikt voor het transport over het meer (niet voor te vissen). Ze kunnen 4 tot 6 personen en nog wat vracht vervoeren. 2 meisjes uit het dorp zijn roeister van dienst. De dingen zijn niet echt stabiel maar als je niet overdreven bruusk beweegt valt het allemaal wel mee. Ze varen ons tot tussen de lotusbloemen en plukken er een aantal af voor een mooi boeket. Ondertussen worden we omgeven door tientallen rode libellen. Marc ziet er ook een grote tijgerlibel (geel-zwart gestreept) en een grotere ijsvogel. We landen terug in het dorp via de varkensstal.Ze houden hier witte varkens. Die zouden volgens Niehg veel beter smaken dan de hangbuik of roze varkens (die we hier trouwens nog niet gezien hebben, tenzij ze zo vuil zijn dat je de kleur niet meer ziet). Ook hier zijn de levensomstandigheden vaak nog rudimentair, al zijn er reeds grote verschillen. Sommigen wonen nog in de traditionele riet/houten langwoningen. Anderen hebben reeds fel gekleurde bakstenen varianten van de langwoning. Tien jaar geleden was hier nog geen electriciteit, dus het evolueert vlug. De integratie van deze volkeren wordt schijnnbaar wat geforceerd door de staat. Na 1985 zijn er verschillende honderduizend Kin (of Viet), de grootste bevolkingsgroep verplicht verhuisd naar de centrale bergstreek. Dat heeft tot aardig wat wrijvingen geleid met de Ede en Mong die hier al eeuwen woonden met opstanden en aanslagen tot gevolg. De regering is daarop gaan ondehandelen met de lokale groepen en er zijn projecten gestart voor de verbetering van de levensomstandigheden van de lokalen.
We wandelen door het dorp terug en alhoewel we met hun olifanten gaan rijden, hebben we toch het gevoel niet echt welkom te zijn. Het heeft misschien te maken met het feit dat er een begrafenis voorbereid wordt.
Net buiten het dorp staan de olifanten en hun begeleiders ons op te wachten. We worden een soort laadplatform opgestuurd en nemen plaats in de mand/bank die op de rug van het dier is bevestigd. De drijver zit in de nek met de voeten onder de oren. De 2 kolossen zetten zich in beweging. Het waggelt eerst een beetje maar het went snel. De beesten kunnen zelfs een beetje draven. Niehg zit bij L&K. Ze zit centraal en legt uit hoe de Mong de olifanten vangen. Luk zegt dat hij het niet begrijpt (een combinatie van het toch weer alles behalve duidelijke Engels en het verhaal zelf). Ze legt het nog eens uit, maar nog steeds houdt het verhaal geen steek voor Luk. Ze begrijpt niet dat hij het niet (wil) begrijpen. Na meerdere vragen ter verduidelijking begint het te dagen ('t is soms nen hele trage zulle). Het gaat dus (min of meer) als volgt :
1- de Mong verstoppen zich in het oerwoud in de bomen en vangen een wijfje dat een jong heeft. Wanneer ze dat vangen (met grote netten en zo) gaat de rest van de kudde op de loop
2 – het wijfje wordt gekalmeerd door het veel lekker eten voor te zetten (rietsuiker) en wordt naar een plaats in het woud gebracht waar men haar vastbindt en voedt (daarvoor worden andere tamme olifanten ingezet om het wijfje te kunnen manouvreren, want zo'n beest duw of trok je niet even op zijn plaats natuurlijk)
3 – de kudde en het jong komen terug naar de moeder (het jong wil immers drinken en vindt de moeder terug) en men probeert nu het jong te vangen, weer met netten. De Mong moeten dus uren, soms dagen, stil in de bomen kunnen blijven zitten, anders slaat de moeder weer alarm. Nu hebben ze dus moeder en kind en kan de baby verder gevoed worden. Tevens kan het africhten/temmen beginnen. Blijkbaar zijn volwassen olifanten nooit volledig betrouwbaar te temmen en daarom hebben ze dus babys nodig. Alleen met die kan je bv toeristen vervoeren. Onze lastdieren waren dus als kleintje gevangen en afgericht. De onze was ondertussen 25 jaar oud. Ondetussen wandelden we door het dorp, langs de velden en uiteindelijk stapten we op het meer toe (we moesten wel eerst nog flink bukken om onder de electriciteitsleidingen door te kunnen. En ollie liep vervolgens netjes het meer in, tot bijna aan de ogen onder water – de drijver zat in alle geval met de voeten in het water. Om te ademen diende ollie te snorkelen. Regelmatig kwam de slurf boven en werd er frisse lucht getankt waarop de neusklep zoals bij een volleerd zwemmer gesloten werd en terug onderging. De gids vertelde dat er soms wel eens een waterfontein wordt opgezet, zelfs dat hij durft gaan liggen, maar dat gebeurt vooral met moeilijke toeristen die niet via een (terugkerend) agentschap boeken. Wij hadden er geen last van en kwamen droog terug aan de kant. We werden opgewacht door een bus studenten en mochten voor een keer ervaren wat het is om in het middelpunt van de fotoshoot te staan.
De beestjes kregen een banaantje (zelfs een paar) die vlot binnengingen. De drijvers een fooi voor het droge werk. Een prettige ervaring, zo hoog op de rug.
Na nog een koffietje, terug de bus in naar het Ede dorp, Dat bleek slechts 500 m verder te liggen. Niehg gaf een uitleg over de matriarchale traditie bij de Ede. Hier werden tot voor enkele jaren de jongens uitgehuwelijkt. Als de jonge vrouw haar zinnen op een kerel had gezet, werd er door haar ouders onderhandeld met de ouders van de jongen over de bruidsschat. Indien de gast het niet zag zitten en het afbolde, werd hij door zijn famile verstoten. (gelijkaardig aan zeg maar de oude Marokaanse traditie maar dan omgekeerd van sexe). Het jonge koppel trok in bij de ouders van het meisje tot ze voldoende geld hadden om een eigen huis te bouwen, De hele toelichting werd gegeven staande voor een langwoning identiek aan die vand e Mong. Er was geen mens in de omgeving te bespeuren. Vragen ? Geen vragen ! Dan terug de bus in. Wat een schertsvertoning. Als dit een bezoek aan een minderhedendorp moet voorstellen, dan is het ver gekomen.
Op weg dan maar naar Dalat. Een lange en slechte weg. Onderweg nog wat uitleg over fruit en bomen en een stop om parsimmon vruchten te proeven en te kopen. Het hotel in Dalat is een beetje over de top voor ons. Een kamer waar een heel Vietnamees gezin met een man of 6 riant in kan wonen, gemillimeterde hagen en bloemperken, een lobby waar je twee tennisvelden naast elkaar kan in onderbrengen en het plaffond zal je niet raken. Het bed is gigantisch (maar nog altijd redelijk hard).
Na het inchecken gaat Luk nog op zoek naar het Crazy House, een hotel gebouwd door de dochter van de voormalige rechterhand van Ho Chi Minh.
Onderweg wordt neemt hij een mototaxi. De prijs zou 3000 dong zijn (15 cent), Hij weet niet hoe ver het juist is, maar voor 6 BEF twijfel je niet. De brommer blijft echter maar rijden en zelfs in een goedkoop land als Vietnam kloppen de economics niet echt. Voor het Crazy House wordt er gestopt en 3000 dong boven gehaald maar dat was blijkbaar niet goed. De man zegt iets van ninety, maar dat is zuivere stroperij. Met de hulp van de receptionist van het hotel kom ik erachter dat de man 30 000 bedoeld, Uiteindelijk raken we het eens over 20000. Ondertussen is the Crazy House gesloten zegt de man. Morgen terugkomen. Ik vraag van de openingsuren te mogen zien en daar staat dat het tot 7 uur open is en het is pas 6u30. Ik mag er toch in na betaling van 16000 entreegeld,
Ik loop wat rond en waan me in een tagereel in Disneyland Parijs. Het kasteel van Doornroosje of zo iets ; een giraffenek, een buffelkop, kabouters en paddenstoelen, spinnenwebben, kronkelende gangetjes en trapjes om de kakkawalk op te doen, en hier en daar een heuse kamer (al waren er zo te zien niet veel bezet). Kortom te gek voor woorden. Met nog wat gebroken faience steenjes her en der zou je zeggen dat Goudi er was beter geweest, alleen bouwde die man een stuk functioneler. Voor 20000 dong, zonder palaberen, vond ik een mototaxi terug. Alleen was het behoorlijk fris in Dalat en in mijn hemd zat ik behoorlijk te bibberen achter de frele chauffeur.
Niehg troonde ons mee naar een restaurant vlab bij het hotel, Net maar niet overdreven. Alleen waren we weer de enigste gasten. Ze besteld voor ons de lokale specialiteiten : ree met limoengras, konijn, waterspinazie met look en de lokale salade met mayonaise. Het smaakte goed maar het konijn was in kleine stukjes gehakt en gebraden, niet gestoofd. Daardoor was het taaier dan bij ons. Frie vond niet echter haar gading en wilde noedels met crab bestellen maar de gids beweerde dat het noedelsoep was en veranderde de bestelling in gebakken rijst. Dat bleek dan inderdaad gestoomde rijst te zijn die eens door de wok gehaald was, maar groenten of ei waren er niet in te bespeuren... De dame had nog 'trekjes'. Luisteren bleek ontzettend moeilijk terwijl ze maar al te graag haar verhalen deed : over haar 2 huwelijken en haar verblijf in Frankrijk enz. We werden nog verlekkerd op aardbeien, maar die waren er nu niet. We kregen wel een fruitschoteltje aangeboden door het restaurant.
Alles samen was het eten goed en de prijs was redelijk. Waarop we naar onze balzaal trokken voor de nacht. Enkele minuten later wordt er bij K&L op de deur geklopt. We vertrouwen het niet en kijken door het spionneke. Er staat iets blauw voor de deur. We doen de veiligheidsketting in en doen de deur open. Het blauwe manneke blijkt de Marc te zijn met de overschot van zijn regenzeiltje op zijn hoofd ; dat stuk was nog bruikbaar en zou dus nog dienen J
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten