zaterdag 31 oktober 2009
Dag 19 – Vrijdag 30 0ctober – Saigon naar de Mekong delta
Om 6u30 uit bed. De ontbijtzaal zit afgeladen vol en we schuiven aan bij 2 Japans ogende dametjes. De Pho (soep) is slechts een flauw afkooksel van wat ik tot nu toe heb gegeten. Om 8 uur moeten we vertrekken maar K&L zijn 10' te laat beneden. De gids staat er al.
We verlaten Saigon en Dalat geeft veel uitleg. Sai-gon zou bos van kapokbomen betekenen. Al tijdens de Khmer-periode had de stad dezelfde naam in het khmer : Prey-Kor
We stoppen onverwacht voor een Cao Dai tempel net voor we in de Mekong komen. Dalat weet er vrij veel over te vertellen. Deze tempel is veel kleurigere (kitcheriger ?) dan deze in Danang. We kunnen er vrij rondwandelen en Dalat geeft uitleg over meditatie binnen het boeddhisme. Hij zegt dat er veel van het Boeddhisme en Taoisme terug komt in het Cao Dai en dat hij er zich best in zou kunnen vinden. Marc vindt het allemaal maar een toeristische show en heeft waarschijnlijk dik gelijk.
Dalat blijft de rust zelve, neemt rustig zijn tijd.
We rijden verder tot Cao Be en Frie haar hartje begint sneller te slaan en het rechterwijsvingertje te jeuken als we plots weer vele witte uniformpjes zien opduiken. De chauffeur stopt pal voor de ingang van een secundaire school en Marc die net aan die zijde van de auto zit, heeft de eer de foto's te trekken. De instructies zijn precies : inzoomen, die nog en die nog... We hopen dat er een paar mooie tussen zitten (de meisjes zijn het in alle geval...)
In de stad gaan we aan boord van een oude motorboot. Kris koopt haar eerst nog een zonnehoed, geen rijstkegel maar een stoffen safariexemplaar L. De boot vertrekt midden in de stad en we varen langs de huizen die schouder aan schouder naast en op het water gebouwd zijn. We draaien een kanaal op en leggen aan bij een steiger. We zien er hoe rijstpapier gebakken en gedroogd wordt. Ernaast maken ze een soort babbelut van cocospoeder en suiker. De hele handel wordt manueel versneden en in afzonderlijke papiertjes ingepakt. Er zijn natuurlijk de nodige verkoopstalletjes en we slaan een voorraad in. We vinden er ook mooier afgewerkte zijden textiel dan op de markt gisteren in Saigon en kopen er een pyjama voor Lies. Naast dit atelier/winkeltje komen we terecht in een atelier waar ze rijst poffen en koeken maken. Maar op weg ernaar wordt er weer halt gehouden om nu wat zijdewerk voor Krisje te kopen. Dalat laat me ondertussen zien hoe de mensen hier wat bijverdienen door drakenoogfruit (longan fruit) te ontpitten en te laten drogen. Het is een soort gedroogde kleine lychie en kreeg zijn naam door de relatief grote zwarte pit die op een oogbol lijkt die er in zit.
Om re rijst te poffen wordt er zand heel erg warm gestookt. Een beetje olie wordt toegevoegd en dan worden er rijstkorrels, met pel en al, ingegooid en snel door het zand gemengd : de vliezen sprigen er af als de rijst zwelt. Het is een bewerking die maximaal 30" duurt. Zand en rijst worden gezift en de vliezen verwijderd en je hebt iets dat erg op popcorn lijkt – poprice. Ook hier slaan we weer een voorraad koeken en thee in.
We varen terug af en komen we aan de meest noordelijke van de 9 Mekong armen. De rivier is hier goed 2 km breed. We steken de rivier over naar een eiland, varen over de kanalen tussen de delen van het eiland. Men is een nieuwe weg aan het aanleggen en de route is niet echt mooi. Marc en Luk worden door de monotone motorronk, de deining en de hitte in slaap gewiegd. De uitleg va Dalat mag niet baten. Slechts de laatste honderden meters is het landschap wat natuurlijker. We leggen aan bij een steiger en bezoeken een bonzai-kweker. De tuin staat vol met potten en er is een restaurant aan waar we kunnen lunchen. Het voorgestelde menu lijkt ons veel te uitgebreid en we beperken ons tot olifantoorvis, tijgergarnalen, nem (mini-loempia), rijst en fruit. Voor 2.5 euro krijgen we een heerlijke maaltijd voorgezet. De vis is in olie gebakken en wordt heel mooie gepresenteerd. Na het eten brengen 2 platbodem roeiboten ons een eindje verder. Het is een zalig rustig tochtje door een kanaal afgezoomd met mangrovebomen. We zien hoe grotere schepen zich onder de bruggetjes op de zijkaanltjes wurmen. Spijtig genoeg moeten we terug overstappen op onze luidruchtige motorboot naar Cao Be. Het busje rijdt ons in ware rodeostijl naar Can Tho. Ik begin me mateloos te ergeren aan de man zijn machogedrag. Om de ferry in Can Tho te nemen is het wringen en drummen. Ik waan me op de Brusselse ring op vrijdagavond. Het is een a-typische situatie in het Vietnamese verkeer waar normaal alles heel gelijdelijk gaat. De ferrydiensten draaien op volle toeren als we aan de 2de Mekong arm komen nabij CanTho. We tellen er twaalf die zoals het gewone verkeer, door elkaar wurmen op de 1.5km brede rivier. We zien nog net de zon ondergaan boven het water.
We rijden Can Tho in en worden gedropt naast een oude brug. Frie wil haar baggagetrolley mee maar beklaagt zich even later dat ze geen dagrugzakje heeft klaargemaakt voor de overnachting bij het gastgezin : de trolley moet gedragen worden want de weg (voetpad is er niet) zit vol kuilen en bulten. Onze gastheer, mr Hung, wacht ons al op en brengt ons met zijn boot naar zijn huis. Onderweg wijst hij op de vuurvliegjes in de struiken, legt uit dat de mannetjes groen en de vrouwtjes oranje oplichten en stuurt prompt zijn boot in de struiken om er een te vangen. Halverwege realiseren we ons dat we het geschenkje dat we voor onze gastheren gekocht hadden, vergeten zijn op het busje. Damn
Met luid getoeter kondigt hij zijn komst aan. De homestay is anders dan ik verwacht had : het zijn 7 kokosrieten hutjes naast elkaar aan de waterkant. Er is een lavabo voorzien en gelukkig een muskietennet, want het zit er vol vliegen. Het is alles samen erg primitief, maar ik had me meer een gewoon lokaal huis voorgesteld.
Na tien minuten worden we in de keuken verwacht waar we nem gaan rollen en bakken. We kunnen echter niet ongemerkt voorbij aan de 2 kleine hondenpups die hier ronddartelen. Frie en Kris zijn direct verkocht, maar de beestjes hebben het gevonden en ze geraken er niet meer van af. Ze blijven in de tenen en de sandalen bijten. Leuk (voor de anderen...).
We krijgen een voorbeeld hoe de nem te rollen. Het zijn vegetarische en bevatten bonen, zoete aardappel, look,
Bootje naar nachtverblijf – zeulen met koffer – pralines vergeten – rieten hutjes aan waterkant – muggen- hondjes - nem rollen – uiterst verzorgde maaltijd met vis, tofu, bonen, nem, rijst, noenels. Nem : zwarte bonen en taro (zoete aardappel). Je kan ze ook met varken maken, dan is het zwarte bonen, taro of wortel, sjalot, peper en varkensvlees. We mogen ze zelf bakken in pindaolie. Bij het opstaan trapt Kris met haar volle gewicht op het frele pootje van een pup. Hij spurt hinkend en jankend het huis in en we horen nog een paar keer nakermen. Marc en Luk hoopten al op jonge hond als hoofschotel, maar Dalat beweert dat boeddhisten geen hond eten, dus vergeet het maar.
De maaltijd wordt opgediend. Er is veel te veel en lekker eten ; spring rolls (hoor net dat ze in Z Vietnam geen nem eten), bon (witte rijstnoedels), rijst, tofu, groene princesbonen, gestoomde olifantoorvis (ook heel lekker), munt, komkommer, tomaat en annanas als dessert. Een paar biertjes erbij en we kunnen geen pap meer zeggen. De gastheer komt erbij zitten en praat wat over zijn boerderij. Hij heeft 2 hectare watermeloen en 2 met fruitbomen. De meloenen doen het goed en kunnen om de 2 maanden geoogst. Zijn fruit doet het veel minder goed, waarschijnlijk door de grote hitte op dit deel van het eiland. De man spreekt erg goed en duidelijk engels – allemaal geleerd uit een boek, zonder tapes of cd. De uitspraak haalde hij van de omgang met toeristen. Dalat vertelde ons hoe hij van nucleair fysicus tot gids uitgroeide, ook vooral door zijn kennis van het engels.
Na het eten trekken we naar onze hutten en verzamelen nog even aan de waterkant. De telefoonkaart is herladen en we willen Paps en Mouche nog eens bellen, maar die geven niet thuis. Dan maar de GSM van Mouche. Ook niets. Uiteindelijk Gaby gebeld om een vroege goede verjaardag te wensen. Ook Krisje nog gesproken. Horen dat de Mouche alsnog een doorligwonde aan de hiel heeft : goed verzorgen he Mouche ! Je weet dat dit heel belangrijk is.
Na het telefoontje daalt de rust terug over het kanaal. De omgeving heeft 5 minuten kunnen genieten van een conversatie in het Nederlands.
We laten de klamboe af en duiken eronderdoor ons bed in – hopen dat er geen vliegen mee zijn. Het is zwoel heet in het hutje, en het nylon onderlaken – een bovenlaken is er niet en blijkt ook niet nodig te zijn – zal niet veel zweet opvangen, maar we vallen snel in slaap.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten