donderdag 22 oktober 2009
Dag 7 Van Hanoi naar Ninh Binh : tempels en de ‘droge’ Halong baai
Dit keer was Marc de ongelukkige die de treinreis om 4u30 afsloot zonder al te veel geslapen te hebben.
Van het station naar het hotel, waar we ons konden verfrissen en even slapen als we dat wilden.
In plaats daarvan, lieten we de baggage in de kamer achter en gingen we naar het Hoa Kiem meer, op 10 minuten wandelen van het hotel.
Het was zondagmorgen en halfzes, maar de stad begon al echt druk te worden. Rond het meer liepen duizenden mensen hun ochtendoefeningen te doen onder de flamboyanten (bomen) : de activiteiten varieerden van snel stappen over joggen, naar turnen en fitneessen (alles op straat !) tot de meer gesofisiceerd Tai-Chi oefeningen die vaak in groep en op muziek werden uitgevoerd. Door een misverstand speelden we elkaar kwijt in de buurt van de Ngoc Son tempel aan het mooie rode Japanse bruggetje. Daardoor stond Luk om 7 u terug aan het hotel maar zonder sleutel en zaten de anderen op ondergetekende te wachten aan de tempel. Uiteindelijk raakten we allemaal nog proper gewassen, buikjes gevuld tegen het afgesproken vertrekuur – al was het wel rushen....
We verlaten Hanoy in zuidelijke richting, bestemming Ninh Binh, de 2de grootste stad in Nord Vietnam.
De eeste stop is in Hoa Lu aan de tempels van Dinh en Le (er zijn vele tempels in Vietnam voor deze 2 koningen, maar deze zijn gebouwd vlakbij het oude paleis, dus in de toenmalige hoofdstad van deze koningen).
Konig Dinh was in de 11 eeuw een mandarijn van de Chinese keizer. Er waren er in zo 12 in Noordelijk Vietnma (boven Hue). Binh slaagde er in om zijn 11 medekoningen te onderwerpen en scheurde zich toen af van zijn keizer. Op die manier werd hij in feite de grondlegger van de eerste Vietnamese staat (toen ongeveer de hleft van het huidige Vietnam) en daarom wordt hij nog steeds vereerd. Na zijn troonsafstand ten voordele van de oudste zoon van zijn derde vrouw (men spreekt dan hier van de derde zoon), ontspon er zich een machtsstrijd. De oudste zoon is daar niet gelukkig mee en stelt pa en broer buiten strijd (voorgoed). De eunugh aan het hof vindt dat op zijn beurt niet zo fraai en stelt de oudste 'buiten srijd' waarop de tweede zoon – toen nog een broekventje op de troon komt. Dit alles is weer niet naar de zin van een zekere Generaal Le (nee niet die van de Amerikaanse sessieoorlog) die met de steun van de koningin, het broekventje aan de kant zet (maar niet buiten strijd) zichzelf tot koning uitroept en de vroeger koningin tot vrouw neemt. Je zou je afvragen waarom de Vietnamezen voor zo'n kerel tempels bouwen, maar King Le heeft toch wel een paar mooie pluimen op zijn hoed kunnen steken : zo was hij de man die Mongolen van Djengis Kahn een halt toeroep toen ze na China ook Vietnam wilden inpalmen. Een daad die toch wel tot de verbeelding spreekt, als wij onze geschiedenisboeken mogen geloven. Verder slaagde hij er ook in Vietnam verder uit te breiden naar het zuiden, in het gebied van de Cham.
Maar dat zegt niets over de tempels : die van Dinh is iets grote dan die van Le (is altijd zo) en beide zijn echt wel zeeën van rust en kalmte. In de tempel staan afbeeldingen van de koning en zijn gevolg (altijd in lotushouding) en er wordt hier op zondag erg vrijgevig geofferd door de Vietnamezen die dit ook als een zondagsuitstapje zien. In de tempel van Le zit zijn gemalin, de vroegere vrouw van koning Dinh aan zijn linkerzijde, zodat ze ook zicht heeft op de tempel van koning Dinh (die altijd aan de rechterzijde van Le ligt)
Na dit bezoek weer eens 'overvallen' door een horde verkoopsters. Alhoewel verkopen op de terreinen van de tempels niet toegelaten is, trekken de verkopers er zich niet van aan. De opzichters mogen nog zo hard op hun fluitjes blazen en gebaren, ze kunnet toch niets doen. Het hele gebeuren maakte meer indruk op ons en zorgde voor de nodige verwarring. De prentkaarten werden uiteindelijk tot in ons busje gegooid in de hoop er een paar duizend dong voor te beuren.
Van hier naar Tam Coc, de Halong Baai op het droge zoals wij het noemen, maar de Vietnamezen noemen het de Tam Coc grotten, omdat je via 3 grotten in het water van de ene vallei in de andere komt. Vooraf nog even iets eten in alweer een restaurant uitgekozen door onze gids Sy. Uitzicht op de aanlegplaats van de bootjes die je naar Tam Coc voeren. Lekker gegeten, en veel naar onze normen voor een middagmaal.
We schepen in per 2 en varen af. Het valt ons op dat andere bootjes met 3 of 4 mensen vertrekken en slechts 1 roeier(ster) hebben, terwijl wij 2 roeisters hebben voor 2 passagiers. ZOO zwaar zijn we nu ook weer niet. Het eerste deel is vrij artificieel aangelegd, maar na een paar honderd meter komen we al in de echte natuur terecht. Aan een eerste bruggetje, waar we maar net onderdoorkunnen, komt net een begrafenis processie aan : vaandels en muziek gaan de kist vooraf. In Vietnam wordt je normaal 2 maal begraven : een eerste maal in een houten kist in de aarde en op een openbare begraafplaats. Als de familie dat wil en voldoende bemiddeld is, worden de overschotten (skelet) na 3 jaar opgegraven en terug begraven in een keramieken kist. Nu kan je eender waar begraven worden : in je voortuin, op een rijstveld,....
Eens dit bruggetje voorbij, komt een boot uit de andere richting langszij liggen en er wordt een grote metalen koffer overgeladen op onze boot. We komen nu echt in prachtige landschappen terecht. Je waant je op een meer of rivier, maar het water is slechts 1 m diep. De karstrotsen rijzen aan 2 zijden op. In de bodem van de vallei wordt nog rijst aangeplant, wat je het gevoel geeft door de padi's te varen. Als je denkt dat je aan het einde van de valei bent, zie je plots dat de bootjes in een rots verdwijnen, om 100 m verder in een volgende vallei terug uit te komen. Hier en daar zie enkele geiten tegen de rotsen klauteren of zie je eenden tussen de rijst en het riet wegpaddelen. We zien ook een klein blauw vogeltje zitten en stoten elkaar aan als het opvliegt : een prachtige roodborst ijsvogel ! We zullen er nog verschillende zien op onze tocht. Ondertussen krijgen we door waar de koffer voor dient ; op de bootjes op de terugweg heeft de 2de roeister het peddelen overgelaten aan de collega en zich toegelegd op de 'nevenactiviteit': het slijten van allerhande borduurwerkjes aan de (buitenlandse) toerist/portemonaie. Voorlopig genieten we nog van de landschappen. Na de derde grot/doorgang liggen een aantal bootjes klaar die dranken en koekjes verkopen. Alhoewel we geen dorst hebben, bieden we de roeisters een drankje aan. Er worden prompt 2 soorten koekjes bij verkocht. De koekjes worden geopend en verdeeld, maar de blikjes verdwijnen na een paar minuten onopvallend (en ongeopend) in de rieten mand. Waarschijnlijk om de kindertjes thuis te voeden ;-) Marc en Frie waren slimmer en hielden de boot af. Geen koekjes en geen drankjes.
Op de terugweg wordt er door de roeisters van plaats gewisseld en begint de vlotst bespraakte, 25 jaar oud, in redelijk behoorlijk Frans, geleerd door met de touristen om te gaan, haar verkooppraatje. De doos wordt geopend en de geborduurde tafelkleedjes, de lopertjes, enz komen boven. We laten ons toch weer verleiden en voor 4 euro zijn we weer een taflekleedje zwaarder beladen. Later blijkt dat het in deze arme streek inderdaad een manier is voor de bevolking om hun levensstandaard wat op te drijven. Elke familie heeft er een touristenbootje en volgens een lokale regeling komen ze om de beurt aan de kade de bezoekers ophalen.
Na goed 2 uur meren we terug aan en begeven we ons op weg met de fiets voor een tochtje door het droge gedeelte van de vallei naar een bergflank waar 3 pagodes boven elkaar tegen en in de berg zijn opgetrokken. Vanaf de eerst meter loopt er een begeleidster mee die ons triviale uitleg verkoopt. Beneden zijn schrijnwerkers bezig met het uitzagen van de steunpalen van een nieuw pagode-dak. De zwaluwstaart verbindingen worden bijna volledig manueel uitgezaagd ; knap vakwerk. Op de top van de berg, aan de derde pagode krijgen we elk een half gebrand wierrookstokje in de handen gedrukt van een man die allerlei gekke geluiden en gebaren maakt. Marc wil hem iets geven maar hij gebaart dat hij het 10voud wil. We proberen duidelijk te maken, dat als we willen geven, het aan de monikken is en we menen te begrijpen dat hij daar voor zal zorgen of dat hij zelf een monnik is. We laten het voor wat het is, maar hij blijft Marc druk gesticulerend volgen tot we aan de 2de pagode zijn. Op onze terugtocht krijgen we nog een paar mooie beelden te zien, wat voor de nodige stops zorgt.
We drinken nog iets fris voor we naar het hotel vertrekken want de warmte en de hoge vochtigheid (>30 graden en 90%) hebben ons afgemat en dorstig gemaakt. Luk vindt ondertussen dat hij te weinig aandacht krijgt en gaat dus maar wat op de grond liggen, met de benen omhoog. Het helpt, binnen de korste keren staan er 4-5 mensen rond hem. Maar ook nu is het niet goed : hij heeft liever met rust gelaten te worden : op goed een half uur tijd is de maag volledig van streek geraakt en gapen en een misselijk gevoel duiden op een tekort aan bloed in het hoofd. Dus maar wat liggen en hopen dat het overwaait. Maar dat gebeurt niet, dus maar liggend in het busje naar het hotel en recht het bed in, voeten constant naar boven. Achteraf blijkt dat het is alsof de vertering is stilgevallen want het eten van 's middags is om 10 u 's avonds nog altijd niet verteerd. Ook de anderen hebben absoluut geen honger en slaan de avondmaaltijd over.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten