De boten liggen allemaal in de baai voor anker en in de ochtendzon komen de kleuren prachtig tot uiting.
Ik loop de trappen af en zet me onderaan neer om de boel gade te slaan. Het zijn vooral vrouwen die de manden vis aanvoeren en sorteren. Het is vooral klein grut dat men binnenhaalt. Hier en daar heeft men een mand vol inktvissen van een 50 cm lang of wat grotere krabben. Het zijn ook vrouwen die de handel drijven, de waar keuren en de prijs afspreken. Er zijn minstens 2 opkoopsters actief op het strandje waar ik sta.
Ik loop de trappen af en zet me onderaan neer om de boel gade te slaan. Het zijn vooral vrouwen die de manden vis aanvoeren en sorteren. Het is vooral klein grut dat men binnenhaalt. Hier en daar heeft men een mand vol inktvissen van een 50 cm lang of wat grotere krabben. Het zijn ook vrouwen die de handel drijven, de waar keuren en de prijs afspreken. Er zijn minstens 2 opkoopsters actief op het strandje waar ik sta.
Ik merk echter dat ik een pottenkijker ben en bol het terug af, rijdt verder het stadje in en dwaal wat af in de kleinere straatjes. Ik ben op zoek naar de 'haven' maar vind ze niet. Uiteindelijk kom ik via een smal paadje aan het water terecht. Naar links en rechts kan je alleen te voet verder. Stal de fiets en zet me op de oever. Een schooljongen van een jaar of tien komt nieuwsgierig rondneuzen. Ik trek een foto van hem en laat ze hem zien. Hij lacht. Zo eenvoudig is het leven hier.
Ze poetst haar tanden met het zeewater. Ik trek een aantal fotos los uit de hand, en gluur achteloos naar het scherm om te zien of ik juist gemikt heb. De kleine naast me lacht. Als ik doorga laat ik 3 balonnen op de grond liggen. Ze vinden ze direct en de thank-you/ca-mong klinken op. Ze spurten voor me uit naar hun schooltje en waaien me nog na.
In de straatjes voel ik me echt bekeken, heb het gevoel hier niet welkom te zijn, en peddel terug naar de hoofdweg. Op de weg terug zoek ik nog de ingang naar de canyon van de goede fee, maar vind hem niet.
In het hotel is Kris ondertussen ook op en zoekt schelpjes op het strand. Ik wil haar verrassen maar verras een meisje die zich op het strand ernaast aan het omkleden is en iets fleuriger aantrekt om de strandgasten wat parels en schelpen te verkopen. Ik vraag me af waar ze wel moet wonen ?
Even later wacht een lekker ontbijt en we spreken af om daarna met zijn 4 de canyon op te zoeken. We hebben geluk, de 4 fietsen zijn nog beschikbaar en met wat bijkomende instructies van het personeel moeten we de toegang wel vinden. Ik zit op een soort mountainbike, maar zonder versnellingen en met de zaal ongeveer op de buis. De pen zit vastgeroest dus verstellen is er niet bij. Dus dan zo maar op mijn kakstoeleke achter de anderen aan. Gelukkig moet ik nergens bergop.
Zelfs met de uitleg is de canyon niet eenvoudig te vinden, maar met de hulp van enkele plaatselijke jongeren, komen we toch op onze vertrekplaats, net naast een (onwelriekend) visfumebedrijfje.
Ze bieden hun diensten als gids aan en we accepteren, ook al om de fietsen een beetje bewaking te garanderen. We beginnen de tocht in het water van een beekje en gaan stroomopwaarts.
Na enkele honderden meters doemen de rood en witte krijtrotsen op aan onze linkerkant. We beklimmen een duin en daar eindigt de tocht – volgens onze gids.
Het wordt een schitterend tochtje door de bedding. Bij een temperatuur van dan al dik 30 graden is het heerlijk door het water te lopen en af en toe wat schaduw te kunnen opzoeken. De kleurvariaties in de duin-rotsen zijn prachtig.
Een koe staat verloren vastgebonden op een klein stijl plekje en heeft moeilijkheden om terug stabiel te kunnen gaan staan. Ze gaat perfect op in de kleuren van de rode rotsen. Een koereiger blijft in haar buurt tot we te dicht bijkomen.
Na een goed uur wandelen komen we bij de waterval van de goede fee. Er komt nog aardig wat water naar beneden.
Een familie heeft ons ondertussen ingelopen en ik stel voor een foto van hen te nemen en via e-mail te sturen. Ze vinden het goed en zullen me hun e-mail doorsturen. Maar we horen niets meer van Ms Nhi.
Op de terugweg stoppen we in een klein cafeetje. De dame serveert ons 3 verse babykokosnoten en een cola voor 1.5 euro.
Het smaakt. Ze hebben er een drankje in een gerecycleerd waterflesje te koop staan en we vragen wat het is. Ze verstaat ons niet en roept er haar man bij. Hij mist een hand en een been – waarschijnlijk van de oorlog of een mijn. Hij laat ons proeven met een rietje. Het ding is stroperig als honing en mierezoet, maar het is blijkbaar toch geen honing. Het is niet onze smaak en we kopen het niet. Het vrouwtje troont ons mee naar haar tuintje. Er zit een erg luidruchtige vogel die veel nazingt en er lopen schattige pups rond.
Ze lijken er in een klein paradijsje te leven met enkele vijvers enz. We lopen terug verder en krijgen gezelschap van een ventje van een jaar of 9. Hij krijgt ballonnen en amuseert zich er goed mee. Maar hij is erg vrijpostig en wil uiteindelijk geld voor zijn zogezegde gidsactiviteiten. We laten hem duidelijk merken daar niet mee opgezet te zijn en wandelen verder.
Tegen de middag zijn we terug in het hotel en eten iets klein op het terras. Luk is vooraf nog restaurantjes gaan kijken en krijgt bij aankomst van Marc een verfrissing aangeboden.
De namiddag brengen we door aan het strand of aan het zwembad ; luieren en genieten van zon, strand en zee.
Tegen 4 uur huren Luk en Kris een brommertje (2 euro voor 2 uren) en gaan op zoek naar de rode duinen. Marc en Frie beslissen aan het zwembad te blijven.
Gezien er nergens wegwijzers staan en het kaartje minder dan rudimentair is, missen we de juiste afslag. We rijden door Mui Ne, achter een ijs-man en draaien daar linksop.
Kris wijst al op de benzinemeter die in het rood staat. We worden naar gewoonte in de drinkstalletjes naar binnen geloodst om de brommer te parkeren maar beslissen hem aan de duinenzijde te parkeren, iets verder dan de waar de meeste mensen de duinen inwandelen. Toch krijgen we onmiddellijk een meisje van 5-6 mee dat ons het duinsleeën wil demonstreren. Tegen betaling. Kris geeft haar een ballon en we proberen weg te komen, maar ze plakt als een magneet aan ons.
De duinen zelf zijn prachtig in de avondzon. We bekijken onze schaduw op de volgende duin. Er staat echter een stevige wind en die wakkert nog aan. Je ziet het zand van de koppen van de duinen wegvliegen. Soms moeten we ons echt met de rug naar de wind draaien en de fototoestellen beschermen. Luk wisselt van lens en stopt de tele in zijn broekzak.
We wandelen over de duinkoppen om zo weinig mogelijk afdrukken na te laten (die zijn harder omdat het fijne droge zand er al van weggeblazen is). De kleuren zijn als in een marmertafel. We genieten van de zonsondergang en laten ons nog fotograferen. Het was prachtig.
Als we terug naar de brommer wandelen, laat Kris zich overhalen om kaartjes van de Mekong delta te kopen. Luk haalt de brommer op en bergt het fotomateriaal weg. Ontzetting ; de tele zit vol zand en er valt niet meer mee te zoemen, laat staan dat de scherpstelling nog werkt. Het zand tussed de tanden knarst extra hard...
We rijden weg en beslissen de juiste route terug te zoeken om niet nog een keer die extra km om te rijden met de tank in het rood. We blijken de afslag echter terug te missen en rijden alles samen 10-15 km om, want de nieuwe 4-baanvaksbaan heeft geen enkele afslag naar links meer ! De benzinemeter staat onderaan in het rood. Als we terug in de bewoonde wereld komen tanken we voor alle zekerheid een liter bij en rijden de door de dame aangewezen weg in. We komen uit op de kustweg en draaien rechtsop, maar we herkennen ons niet. Het blijkt dat we voorbij ons hotel op de kustweg zijn gekomen en moeten terug. Het is ondertussen al ferm donker en we zijn blij de brommer uiteindelijk veilig te kunnen afleveren. De verhuurder is best tevreden met de extra brandstof en probeert of we de volgende dagen soms willen terugkomen. Tevergeefs voor hem.
We plonsen in het zwembad en spoelen het zand uit onze oren en haar. Het zit werkelijk overal.
We beslissen om buiten het hotel te gaan eten. Er zijn 2 mogelijkheden, ofwel over de deur ofwel bij een Vietnamees-Italiaans restaurant (met Italiaanse kok) een paar honderd meter verder. Als we daar voor de deur staan laten we ons overtuigen om binnen te komen. De miserie begint al bij het drinken ; de meeste verse sapjes zijn er niet en de Gin voor de Sundowner is ook op. In de vervangende campari kan nog geen mug verdrinken, zoveel is er in het glas. We bestellen bruschetta en lookbroodjes als hapje. Dat laat ons tijd om onze keuze voor het hoofdgerecht te maken uit de uitgebreide kaart. We willen pizza, pasta met zalm en rundsfilet met pizzaolasaus. Uiteindelijk is er geen zalm en alleen maar kip. Geen rund of varken. Luk heeft veel zin om te betalen en naar het eerste restaurant te gaan, maar we blijven uiteindelijk zitten. Toegegeven, de broodjes zijn heel lekker en komen vóór de hoofdmaaltijd op tafel. De porties van de gerechten zijn erg karig, maar niet slecht. Alleen had Luk pasta gewenst bij zijn kip-pizzaola en krijgt frieten. De pasta laat een kwartier op zich wachten en wordt apart aangerekend.
We hebben ons lesje geleerd ; in Vietnam eet je lokaal !
We wandelen terug naar het hotel en drinken daar nog iets op het terras, de bedenking makend dat we beter hier hadden gegeten, maar ja, op die manier ontdek je nooit iets nieuws.
Tegen tienen liggen we in bed en slapen heerlijk

































Geen opmerkingen:
Een reactie posten