zaterdag 31 oktober 2009

Dag 18 – donderdag 29 0ctober – Saigon


Om 8 uur worden we opgewacht door onze nieuwe gids. Hij heet Da Lat, zoals de stad. Hij is erg goed verstaanbaar. We stappen de bus in en we rijden onmiddellijk naar Cholong, de Chinese wijk van Ho Chi Minh Stad.
Onze eerste stop is een de Giac Lam pagode. Er staat een erg grote pagodetoren, met een relikwie van Boeddha, gekregen van een (Thaise) monnik. Verder een aantal grote stoepa's waar de asse ligt van geëerde monniken. Voor de tempel staat een dame met een kooi vol kleine vogeltjes. Een soort meesjes aan de bek en het gekwetter te horen. Ze worden verkocht om dan door de koper te worden vrijgelaten. We begrijpen dat het is om de geest vrij te laten en voor voorspoed te zorgen. Kris en Frie kopen er elk een, maar die van Kris baant zich erg snel een weg naar de vrijheid. Frie knijpt waarschijnlijke iets harder en laat het vogeltje gecontroleerd los.
Da Lat geeft ondertussen rustig zijn uitleg en laat ons ruim de tijd om rond te kijken, vragen te stellen en foto's te nemen. In de pagode komen we eerst in de ontvangstkamer. Ook hier staan al een aantal Boeddha en Bodishiva beelden. Da Lat maakt een onderscheid tussen de 1000 armige Bodishiva en de 8 armige Kundi Bodishiva (die zou een trap lager staan op de weg naar het Boeddha zijn. Hij legt de verschillende stadia uit om de Boeddha-staat te bereiken : gelovige => monnik => arahat => kundi => bodishiva => buddha.
De zaal is ook overladen met foto's en naamplaten van overledenen. Ze worden in de pagode opgehangen opdat de monnikken voor hen zouden bidden. Vooral tijdens de 49 dagen na het overlijden, wanneer de geest nog in het lichaam vertoeft, is het voor de Boeddhisten belangrijk dat de geest de juiste weg naar het andere leven gewezen wordt. Vandaar de dagelijkse gebeden en boodschappen door de monnikken.
In de tempel zelf zien we een erg groot boeddha beeld evenals een aantal kleinere. Aan de zijkanten staan de 10 hellerechters en de 18 volgelingen van Boeddha. Er staat ook een heel speciale Bodishiva boom ; een structuur met 49 armen met telkens een vrouwelijke Boeddha figuur en een olielampje. De gelovigen kunnen hier eens wens nalaten achter een olielampje voor een overledene.
Net naast de vertrekken van de monnikken ligt een binnenkoer met op de muren tekeningen van de verlichting van Boeddha – een metamorfose van een zwarte koe in een witte en finaal de overgang in een wolk. Er staat ook een verzinnebeelding van de hel, met een uitbeelding hoe de zondige gelovigen zullen gestraft worden. Pol Pot zou hier ideeën kunne van opgedaan hebben. Omdat de tempel zo druk bezocht wordt is me ernaast een nieuwe en veel grotere aan het bouwen.
Na de rust van de pagode duiken we de Binh Taymarkt in Chaulong in. Ze wordt in feite gebruikt als een groothandelsmarkt, waarbij handelaars uit andere delen van de stad hier grotere partijen inkopen om dan lokaal terug te verkopen. Ze is gebouwd op vraag van een Chinees zakenman door een Franse architect. Ze is vierkant met een grote binnenkoer waar een standbeeld staat van de schenker en heeft een verdiep met een belforttoren. Wij kopen er kruiden en proeven er van een zoete griesmeelsoep. Zoals op alle markten is het er een bedrijvigheid van jewelste en je moet goed uitkijken om geen stoot of trekkar tegen je hielen te krijgen.
Van de markt gaan we naar de Thien Hau tempel – de tempel van de Hemelse Dame, beschermster van de zeevaarders. Hij staat in een klein straatje en als je het niet weet loop je er los voorbij. Dit is een gemengde Confusianistisch/Taoistische tempel.Deze heeft een heel andere architectuur en structuur dan de traditioneel Vietnamese. De invloed van de Chinezen is duidelijk merkbaar. Deze bevat een aantal open binnenplaatsen die allen met veelkleurige en goed bewaarde keramieken friezen afgeboord ijn. Ook hier worden taferelen uit beide levensbeschouwingen afgebeeld. Binnen in de tempel is er prachtig houtsnijwerk. Er zijn beelden van de godin Long Mau en van Bah Me San, die vooral door onvruchtbare moeders aanbeden wordt.
Ook veel teruggekeerde bootvluchtelingen bezoeken de tempel regelmatig als dank dat ze het overleefd hebben. De wierrookstokjes en spiralen branden er met tientallen en hebben het houtsnijwerk al volledig zwart gekleurd.
Het is ondertussen tegen 1 uur en Da Lat loodst ons mee naar een lokaal restaurant om een kom Pho (noedelsoep) te eten. De eerste aanblik is niet echt geruststellend, maar hij loodst ons door de gelagzaal, de trap op naar een afzonderlijk vertrek. Nog steeds niets waar je wow van zegt maar de inox tafels zijn er proper en we zitten apart. Een vrolijke jonge knul bedient ons. Da Lat legt uit dat de soep in het zuiden veel meer groenten en kruiden bevat dan in het noorden en dat elke streek zijn eigen noedels heeft. Wij doppen de sla, het citroengras en nog een andere groene in de soep. De durvers werken af met pepers en doppen het rijkelijk zwemmend runds of kippevlees in de soja-curry mengeling. De soep (of is het de zever) loopt over onze kinnen.
Na deze simpele maar lekkere lunch gaat het richting Notre Dame kathedraal. We bekijken het gebouw alleen van buiten want binnen is er bitter weinig te zien. Enkele bruidspaartjes maken met veel poeha hun opwachting voor een fotosessie, ook al zijn ze elders getrouwd. en post gebouw.
Tegenover de kathedraal ligt het erg bekende centrale postkantoor van Saigon. Het is rond 1900 gebouwd door de Fransen en vertoont duidelijke art-nouveau trekjes. Eiffel stond in voor de constructie van het koepelvormige dak. Achteraan hangt sinds 1975 de foto van nonkel Ho. We hebben verdomme deze morgen vergeten de postkaarten mee te brengen, dus kunnen we vanavond nog eens terugkomen.
Het laatste punt op het programma is de tempel Ngoc Hoang. Deze naam wordt vaak vertaald als de tempel van de jade keizer maar in feite moet het vertaald worden als de tempel van de hemelse heerser (keizer). Hij werd gebouwd in 1909 door een Chinese congregatie uit Kanton.
We komen binnen op het tempelterrein en vinden er een vijver met vissen (voorspoed) en schildpadden (lang leven). Sommige schildpadden dragen een naam op hun schild : het zijn de namen van bootvluchtelingen die de uittocht in 1975 overleefd hebben.
Dit is een echt gemengde tempel : boedhisme (bevrijding van de geest), confusionisme (orde en structuur) en taoisme (natuur). Het bijzondere van deze tempel zijn de grote beelden, allen in papier- mache, maar dat zie je niet en het knappe houtsnijwerk aan de friezen en op de helletaferelen in de zijzaal. Ook hier is het hout gewart door de vele wierrook die er gebrand wordt. In de voorst en kleinste zijzaal worden een aantal Maria-achtige beelden aanbeden door vrouwen die een kind (of zoon) wensen. De beelden zijn niet groot en allen in fleurige blauw-en-rode zijde gekleed. Vrouwen die een kind wensen kunnen een streng rode stof van een van de beelden meenemen.
Normaal zou de gids ons nog over de Banh Thran markt loodsen maar we vragen om ons aan de Saigon rivier af te zetten. We lopen een einde langs de drukke en vuile rivier en steken dan, als volleerde lokalen de drukke 3 vaks oeverboulevard over. We komen allemaal heelhuids aan de overkant. We rusten even en kopen een gekoelde jonge cocosnoot van een straatventster. Een moeder met klein meisje krijgt van Frie een verzameling zeepjes, kammen, tandenborstels, de kleine een ballon. Ze is er blijkbaar geel gelukkig mee. We zetten onze weg voort via de poepchique Dong Khoi boulevard en steken onze neus aan de ruit van Cartier en Vuiton, maar de verkoopsters tonen niet veel interesse in ons. Ze moeten het maar weten, dan verkopen ze niks he. We komen terug langs de opera en het stadhuis en willen ergens iets gaan drinken. Het terras (5de verdiep) van hotel Rex ***** zou een erg mooi uitzicht geven op alle voormeldde bezienswaardigheden. Luk loopt binnen en gaat eens kijken. Het terras blijkt minder goed gelegen dan beschreven en een capucino kost er ook 3 euro. We laten de luxe aan ons voorbijgaan en zoeken en vinden even verder een tuincafe met Latino sfeer. De salsa en samba klinkt er aangenaam. Het is een kleine oase van rust in de drukke mierenhoop. En terwij buiten de brommers en auto's voorthossen genieten we van een koffie en wat fruitsla. Toegegeven ; een ijscapucino is minder lekker dan de echte.
Van hier is het een zucht naar de Ben Thahn markt. We lopen er even binnen en Luk laat zich verleiden om een automatisch uurwerk te kopen voor 12 euro. 2 uur later trekt hij de sluiting al kapot ! We zoeken nog naar de peignoir voor Lies en iets voor Krisje, maar de afwerking is slecht. Voor het eerst worden we bijna lijfelijk binnengetrokken en moeten we de stem verheffen om de verkopers van ons af te schudden. Marc koopt 3 polo's. En we zoren dat we chocolade vinden voor ons gastgezin van morgen. De markt ligt op een boogscheut van het hotel, waar we ons na een drukke dag verfrissen vóór we gaan eten.
Da Lat had ons een adres gegeven van een restaurant waar ze veel lokale specialiteiten hebben en waar veel Saigonezen komen eten. Vertaal als goed en niet duur. We wandelen erheen en komen duidelijk in een uitgangsbuurt terecht ; veel jongeren die hun exclusievere brommers komen showen en opgedirkte, kortgerokte Vietnamezen. We vinden het restaurant. De beneden verdieping lijkt niet echt cozy maar zit zo goed als vol. We zien dat er boven nog een verdiep is en denken dat het daar beter is, maar ook daar is het niet echt gezellig maar er is tenminste airco. We installeren ons en krijgen elk een menu voorgelegd met minstens 300 gerechten in. Het duurt een tijdje voor we onze keuze hebben gemaakt. De sfeer zit er goed in ; aan de tafel naast ons staat de krat bier naast de tafel en een van de mannen zit er erg wazig bij. We kiezen uiteindelijk elk iets anders : macaroni met kaas en ham, rundslapjes met bbq saus, nasi met kip en krokodil met zachte currysaus. Het is allemaal lekker klaargemaakt en Luk is opgetogen over de kokoscurry. Op de terugweg is het nog een pak drukker op de straten. Aan de Koreaanse ambassade merken we een speciale kikker die op ooghoogte tegen een electriciteitspaal zit. Luk mag hem van dichtbij fotograferen. Na de tweede flits vindt de prins het welletjes en springt van de paal tot in de tuin, dik 2m verder, en recht langs het gezicht van Luk. Blijkbaar hield hij niet van mannen, want in het voorbijgaan spuugde hij in Luk zijn gezicht.. De smurrie werd in allerijl weggeveegd. Marc en Luk gaan de kaartjes nog op de bus doen en de bende gaat slapen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten