zaterdag 31 oktober 2009

Dag 20 – Zaterdag 31 0ctober – Mekong naar Chau Doc


Ondanks de zwoele, vochtige hitte, toch goed geslapen. Vanaf 5 uur begint de bedrijvigheid op het water van de boten die naar de markt of het veld gaan. Ik sta op en zet me even op het terras tot de anderen ook wakker worden.
Er kan rudimentair gedouched worden en we hebben elk een kleine dunne handdoek om ons af te drogen. Alhoewel, afdrogen helpt niet veel want na 2 minuten plak je terug van het zweet.
Om 7 uur verzamelen we om een bezoekje te brengen aan de watermeloenvelden en boomgaarden van onze gastheer. De watermeloenen worden in verhoogde perken geplant en afgedekt met plastic folie om de verdamping tegen te gaan en de planten heel veel warmte te geven. Het waterpeil in de kanaaltjes wordt geregeld zodat ze net voldoende vocht krijgen. Regelmatig moeten overtollige knoppen op elke plant verwijderd worden om mooie grote meloenen te krijgen. In minder dan 2 maanden hebben ze een oogst. Deze teelt werkt hier zeer goed en brengt veel meer op dan de vroegere natte rijstteelt, maar het is arbeidsintensief en nog altijd gehurkt werken.
Van hurken gesproken, hiet spreekt men niet van naar toilet gaan maar van 'naar de brug' gaan. De fruitoogst is veel minder. De bomen staan er wat verkommerd bij en de bladeren zijn droog en vol gaten gevreten. Dalat wijdt het aan de verzengende hitte op dit eiland en inderdaad, om half acht 's morgens is het er al bloedheet.
We gaan terug en krijgen ons ontbijt – heel beperkt : een frans broodje en wat confituur of een La Vache Qui Rit kaasje. Een kop koffie of thee.
De boot ligt ondertussen klaar en we vertrekken naar de drijvende markt. De eerste indruk is minder imposant dan we verwacht hadden, maar onze skipper neemt voldoende tijd om tussen de handelende schepen door te laveren en we krijgen een goede kijk op de activiteiten. Er worden allerlei groenten en fruit verhandeld, ook geïmporteerde wortelen en appelen uit China. Je kan zien wat men verhandeld aan de producten die aan een stok vooraan op het schip hangen. We bekijken de handel. De witte kool wordt van de buitenste bladeren ontdaan voor hij verkocht wordt. Het loof verdwijnt in de rivier. Er varen ook kleine bootjes tussen die soep en andere maaltijden bereiden en bezorgen. Een scheepje heeft geen stok, maar doet goede zaken met eenden te verkopen aan de grotere schepen.
Een schip ligt te koop. Je ziet het aan de stok ; daar hangen dan palmbladeren aan.
Na het de markt kijken we nog binnen in een werf waar met houten schepen bouwt. Het werk is nog 90% manueel. Een scheepje van 6 m kost 150 euro, een kleine passagiersboot voor een 15tal personen kost, inclusief motor, 3000
euro. Het hout is echter van slechte kwaliteit en een schip gaat nog amper 20 jaar mee, en dan wordt de romp nu nog extra bezet met aluminiumplaat. De oudere gingen 50 tot 70 jaar mee. Frie merkt een lange witte plastic worst die tegen het dak van het atelier hangt en vraagt wat het is. Het blijkt een opvangreservoir te zijn voor metaangas dat vrij komt bij de vergisting van de varkensmest in de varkensstal die midden in het atelier staat. Met het gas kan men koken en er is opvallend weinig reuk in de werkplaats.
We varen naar de fruittuinen en krijgen er een korte rondleiding. Dalat legt uit hoe ze planten stekken en enten. Het verkort de periode om vruchtdragende bomen te krijgen van 5 naar 2 jaar. We vinden hier mango, durian, jackfruit, ananas, mango, papaya, melk of Haiti appels, enz. Er is ook een mooie lotusbloementuin. We krijgen een varieteit fruit aangeboden ; ananas, mango, melkappel en watermeloen en Kris besteld nog papaya bij. De porties zijn zo groot dat we al niets meer nodig hebben voor het middageten (ook vanwege de drukkend hitte).
Via de druivende vismarkt varen we terug naar de aanlegstijger waar de auto al wacht. De vis wordt hier levend aangevoerd vanuit de viskwekerijen. Het zijn speciale schepen met een centraal ruim dat men kan laten vollopen (een soort aquarium) en waarin het water tijdens de vaart constant ververst wordt via openingen aan de zijkanten. De skipper manouvreert weer tot we een goed zicht op de schepen hebben.
Tegen 12 uur vertrekken we richting Chau Doc. In elke stad die we tegenkomen, krijgen we van Dalat een beetje uitleg. Een van de steden heeft de naam Chau Tanh. Chau zou verwijzen naar suikerpalmen, een boom die hier vroeger veel voorkwam maar volledig uit de streek verdween toen de Rode Khmer in Cambodja alle land opeisten waar de suikerpalm groeide. In plaats van een nieuw conflict aan te gaan met Pol Pot &co, werden alle suikerpalmen in Vietnam (in de streek tussen Can Tho en de grens) gekapt. Het brengt de discussie op de evolutie in de regio sinds de Amerikaanse-Vietnamese oorlog van 1975. Er blijken toch wel een aantal verschillen in interpretatie te zijn tussen wat de Viet geleerd wordt en wat er in het westen geschreven wordt. Het maakt tevens duidelijk dat deze regio echt centraal op het politieke schaakbord heeft gestaan sinds de tweede wereldoorlog en dat de intriges en manipulaties tussen Amerikanen, Russen en Chinezen om invloed te verwerven nooit veraf waren. De lokale bevolkingen waren er de grote dupe van.
We rijden ondertussen verder en de chauffeur lijkt al maar driester te worden. Waarom ? Op een bepaald ogenblik ramt hij weer bijna een motor van de baan als die niet snel genoeg plaats ruimt, waarop hij er naast blijft rijden en afstopt zodat de brommer ook ferm in de remmen moet. Ondertussen werpt hij wat vieze blikken in de richting van de man. Het wordt me even teveel en met mijn 'allee, hoe is't nu toch mogelijk' schrik ik blijkbaar de rest van de bus wakker die ligt te doezelen. Ook Dalat schiet wakker en kijkt vragend om. Ik denk dat mijn blik genoeg zegde. Ook de chauffeur bleek ineens Antwerps te verstaan, want de rest van de rit ging het er iets voorzichtiger aan toe.
We komen al om 3 uur in Chau Doc aan en checken in in het hotel. De airco werkt alleen in de kamers en in de lobby is het bloedheet. M&F nemen snel een douche, K&L pakken een beetje uit. Om 4 uur vertrekken we naar de 7km verder gelegen Sam berg. Het is een bedevaartsoord geworden voor vooral Chinese zakenmensen die hier komen offeren om goede zaken af te smeken. Je ziet er hele gebraden varkjes geöfferd worden. Doch, wanneer de god de geest van het varken tot zich heeft genomen, wordt het varkentje netjes terug ingepakt en meegenomen voor consumptie thuis...
De hele omgeving is een commerce geworden, Lourdes komt bij me op als beste vergelijkingspunt. We blijven wat te lang in de eerste (van de 20 ?) tempels hangen en ik opper tegen Dalat dat we beter verder gaan om de zonsondergang boven op de Sam berg niet te missen. Deze berg, die midden in het vlakke landschap uit het niets oprijst, is 230 m en 1000 trappen hoog. Frie had al gewaarschuwd dat ze haar tijd nodig had om er te geraken en regelmatig zou moeten rusten om op adem te komen. We zetten de klim in en lopen van het ene tempeltje naar de andere pagode. De trappen lopen over terrasjes en vlak langs huizen, je zou er je weg nooit alleen vinden. Kris wil haar voorraad balonnen nog aanvullen maar Luk maakt een opmerking dat we geen tijd te verliezen hebben. Dalat's tempo ligt vrij hoog en telkens hij aan een tempel of pagode wat uitleg wil geven loop ik al langzaam verder terwijl ik het gesprek gaande hou. Frie heeft het moeilijk met de klim en moet even puffen, maar Kris interpreteert het geluid verkeerd en denkt dat Frie een ballon aan het opblazen is. De signalen worden door geen van de anderen begrepen en even verder wordt het even allemaal teveel. De emoties en spanningen bereiken een toppunt. Dalat weet niet wat er gebeurd en staat er beteuterd en vragend bij. Er wordt nu 5 minuten gewacht en wandelen langzaam verder. We zijn uiteindelijk nog ruim op tijd en zien een prachtige zonsondergang boven Cambodja maar de spanning is nog lang niet weg.
Dalat geeft Marc advies welke oefeningen hij kan doen om geen hoofdpijn meer te krijgen. Hij doet het heel beheerst voor terwijl Marc het probeert. Frie legt alles vast op film.
Het wordt ondertussen flink donker en we beginnen de afdaling. Gelukkig is het bijna volle maan en krijgen we toch nog een beetje hulpverlichting. Toch is het moeilijk lopen op de scheve en ongelijke trappen.
De bus staat voor een laatste mooie tempel met Cham en Hindoeistische invloeden. Dalat geeft zijn toelichting bij de zwarte en witte olifant die er voor staan. De witte heeft minstens 6 slagtanden en zou de moeder van Boeddha in de buik geprikt hebben, waarna ze zwanger werd van Boeddha. De zwarte was een dier dat door een rivaliserende geloogsstroming op Boeddha werf afgestuurd om hem te doden, maar het dier ging aan de Boeddha zijn voeten liggen, tam als een hond.
We rijden de 7km terug naar het hotel. Er wordt geen woord gesproken...
Om 7u30 spreken we met Dalat af om iets te gaan eten in de stad. De sfeer is terug opgeklaard en we beslissen om in een restaurantje met terras op het water te gaan eten. Vooraf lopen we nog een muziekwinkel binnen en zoeken een CD met typisch Vietnamese muziek uit. Het ding, in een plasticzak verpakt, kost 5000 dong (20 eurocent). We kiezen nog een tweede, betalen en wandelen verder. De eerste aanblik van het restaurant is niet echt attractief, maar we lopen binnen. Achteraan zien we een terras en het is pas als we daar komen dat we het vlottend terras op het water onder ons zien liggen. Spijtig genoeg heeft een bus Nederlanders al de beste plaatsen aan de waterkant ingenomen, maar erg is het niet. We zitten op een afzonderlijk ponton en laten ons adviseren door Dalat. Het wordt gegrilde vis (een soort katvis, maar kleiner en minder vet), ribbetjes (gestoofd in vissaus en suiker, sjalot toegevoegd en later even gecarameliseerd), nasi met kip, scampi met champignons in deegblokjes, waterspinazie met look en gewokte groentjes, rijst, mie,..... Het was overheerlijk en een heel mooie afsluiter van onze Vietnamperiode. Morgen eten we in Cambodja....
Op de kamer verzamelen we nog even en bellen Paps. De eerste verbinding is bijzonder slecht, maar de tweede keer lukt het vrij goed. We zijn wederzijds blij elkaar te horen en het thuisfront krijgt de opdrach Mouche haar hiel heel nauwkeurig in het oog te houden en zo nodig terug naar het ziekenhuis te gaan (Frie vergeet te zeggen dat ze de vlak moeten aflijnen met een stift om na te gaan of het groter of kleiner wordt. Paps ; ge weet hiermee wat uw dochter van u verwacht). We vinden het achteraf vreemd dat de paps het hele gesprek voerde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten