zaterdag 31 oktober 2009
Dag 20 – Zaterdag 31 0ctober – Mekong naar Chau Doc
Ondanks de zwoele, vochtige hitte, toch goed geslapen. Vanaf 5 uur begint de bedrijvigheid op het water van de boten die naar de markt of het veld gaan. Ik sta op en zet me even op het terras tot de anderen ook wakker worden.
Er kan rudimentair gedouched worden en we hebben elk een kleine dunne handdoek om ons af te drogen. Alhoewel, afdrogen helpt niet veel want na 2 minuten plak je terug van het zweet.
Om 7 uur verzamelen we om een bezoekje te brengen aan de watermeloenvelden en boomgaarden van onze gastheer. De watermeloenen worden in verhoogde perken geplant en afgedekt met plastic folie om de verdamping tegen te gaan en de planten heel veel warmte te geven. Het waterpeil in de kanaaltjes wordt geregeld zodat ze net voldoende vocht krijgen. Regelmatig moeten overtollige knoppen op elke plant verwijderd worden om mooie grote meloenen te krijgen. In minder dan 2 maanden hebben ze een oogst. Deze teelt werkt hier zeer goed en brengt veel meer op dan de vroegere natte rijstteelt, maar het is arbeidsintensief en nog altijd gehurkt werken.
Van hurken gesproken, hiet spreekt men niet van naar toilet gaan maar van 'naar de brug' gaan. De fruitoogst is veel minder. De bomen staan er wat verkommerd bij en de bladeren zijn droog en vol gaten gevreten. Dalat wijdt het aan de verzengende hitte op dit eiland en inderdaad, om half acht 's morgens is het er al bloedheet.
We gaan terug en krijgen ons ontbijt – heel beperkt : een frans broodje en wat confituur of een La Vache Qui Rit kaasje. Een kop koffie of thee.
De boot ligt ondertussen klaar en we vertrekken naar de drijvende markt. De eerste indruk is minder imposant dan we verwacht hadden, maar onze skipper neemt voldoende tijd om tussen de handelende schepen door te laveren en we krijgen een goede kijk op de activiteiten. Er worden allerlei groenten en fruit verhandeld, ook geïmporteerde wortelen en appelen uit China. Je kan zien wat men verhandeld aan de producten die aan een stok vooraan op het schip hangen. We bekijken de handel. De witte kool wordt van de buitenste bladeren ontdaan voor hij verkocht wordt. Het loof verdwijnt in de rivier. Er varen ook kleine bootjes tussen die soep en andere maaltijden bereiden en bezorgen. Een scheepje heeft geen stok, maar doet goede zaken met eenden te verkopen aan de grotere schepen.
Een schip ligt te koop. Je ziet het aan de stok ; daar hangen dan palmbladeren aan.
Na het de markt kijken we nog binnen in een werf waar met houten schepen bouwt. Het werk is nog 90% manueel. Een scheepje van 6 m kost 150 euro, een kleine passagiersboot voor een 15tal personen kost, inclusief motor, 3000
euro. Het hout is echter van slechte kwaliteit en een schip gaat nog amper 20 jaar mee, en dan wordt de romp nu nog extra bezet met aluminiumplaat. De oudere gingen 50 tot 70 jaar mee. Frie merkt een lange witte plastic worst die tegen het dak van het atelier hangt en vraagt wat het is. Het blijkt een opvangreservoir te zijn voor metaangas dat vrij komt bij de vergisting van de varkensmest in de varkensstal die midden in het atelier staat. Met het gas kan men koken en er is opvallend weinig reuk in de werkplaats.
We varen naar de fruittuinen en krijgen er een korte rondleiding. Dalat legt uit hoe ze planten stekken en enten. Het verkort de periode om vruchtdragende bomen te krijgen van 5 naar 2 jaar. We vinden hier mango, durian, jackfruit, ananas, mango, papaya, melk of Haiti appels, enz. Er is ook een mooie lotusbloementuin. We krijgen een varieteit fruit aangeboden ; ananas, mango, melkappel en watermeloen en Kris besteld nog papaya bij. De porties zijn zo groot dat we al niets meer nodig hebben voor het middageten (ook vanwege de drukkend hitte).
Via de druivende vismarkt varen we terug naar de aanlegstijger waar de auto al wacht. De vis wordt hier levend aangevoerd vanuit de viskwekerijen. Het zijn speciale schepen met een centraal ruim dat men kan laten vollopen (een soort aquarium) en waarin het water tijdens de vaart constant ververst wordt via openingen aan de zijkanten. De skipper manouvreert weer tot we een goed zicht op de schepen hebben.
Tegen 12 uur vertrekken we richting Chau Doc. In elke stad die we tegenkomen, krijgen we van Dalat een beetje uitleg. Een van de steden heeft de naam Chau Tanh. Chau zou verwijzen naar suikerpalmen, een boom die hier vroeger veel voorkwam maar volledig uit de streek verdween toen de Rode Khmer in Cambodja alle land opeisten waar de suikerpalm groeide. In plaats van een nieuw conflict aan te gaan met Pol Pot &co, werden alle suikerpalmen in Vietnam (in de streek tussen Can Tho en de grens) gekapt. Het brengt de discussie op de evolutie in de regio sinds de Amerikaanse-Vietnamese oorlog van 1975. Er blijken toch wel een aantal verschillen in interpretatie te zijn tussen wat de Viet geleerd wordt en wat er in het westen geschreven wordt. Het maakt tevens duidelijk dat deze regio echt centraal op het politieke schaakbord heeft gestaan sinds de tweede wereldoorlog en dat de intriges en manipulaties tussen Amerikanen, Russen en Chinezen om invloed te verwerven nooit veraf waren. De lokale bevolkingen waren er de grote dupe van.
We rijden ondertussen verder en de chauffeur lijkt al maar driester te worden. Waarom ? Op een bepaald ogenblik ramt hij weer bijna een motor van de baan als die niet snel genoeg plaats ruimt, waarop hij er naast blijft rijden en afstopt zodat de brommer ook ferm in de remmen moet. Ondertussen werpt hij wat vieze blikken in de richting van de man. Het wordt me even teveel en met mijn 'allee, hoe is't nu toch mogelijk' schrik ik blijkbaar de rest van de bus wakker die ligt te doezelen. Ook Dalat schiet wakker en kijkt vragend om. Ik denk dat mijn blik genoeg zegde. Ook de chauffeur bleek ineens Antwerps te verstaan, want de rest van de rit ging het er iets voorzichtiger aan toe.
We komen al om 3 uur in Chau Doc aan en checken in in het hotel. De airco werkt alleen in de kamers en in de lobby is het bloedheet. M&F nemen snel een douche, K&L pakken een beetje uit. Om 4 uur vertrekken we naar de 7km verder gelegen Sam berg. Het is een bedevaartsoord geworden voor vooral Chinese zakenmensen die hier komen offeren om goede zaken af te smeken. Je ziet er hele gebraden varkjes geöfferd worden. Doch, wanneer de god de geest van het varken tot zich heeft genomen, wordt het varkentje netjes terug ingepakt en meegenomen voor consumptie thuis...
De hele omgeving is een commerce geworden, Lourdes komt bij me op als beste vergelijkingspunt. We blijven wat te lang in de eerste (van de 20 ?) tempels hangen en ik opper tegen Dalat dat we beter verder gaan om de zonsondergang boven op de Sam berg niet te missen. Deze berg, die midden in het vlakke landschap uit het niets oprijst, is 230 m en 1000 trappen hoog. Frie had al gewaarschuwd dat ze haar tijd nodig had om er te geraken en regelmatig zou moeten rusten om op adem te komen. We zetten de klim in en lopen van het ene tempeltje naar de andere pagode. De trappen lopen over terrasjes en vlak langs huizen, je zou er je weg nooit alleen vinden. Kris wil haar voorraad balonnen nog aanvullen maar Luk maakt een opmerking dat we geen tijd te verliezen hebben. Dalat's tempo ligt vrij hoog en telkens hij aan een tempel of pagode wat uitleg wil geven loop ik al langzaam verder terwijl ik het gesprek gaande hou. Frie heeft het moeilijk met de klim en moet even puffen, maar Kris interpreteert het geluid verkeerd en denkt dat Frie een ballon aan het opblazen is. De signalen worden door geen van de anderen begrepen en even verder wordt het even allemaal teveel. De emoties en spanningen bereiken een toppunt. Dalat weet niet wat er gebeurd en staat er beteuterd en vragend bij. Er wordt nu 5 minuten gewacht en wandelen langzaam verder. We zijn uiteindelijk nog ruim op tijd en zien een prachtige zonsondergang boven Cambodja maar de spanning is nog lang niet weg.
Dalat geeft Marc advies welke oefeningen hij kan doen om geen hoofdpijn meer te krijgen. Hij doet het heel beheerst voor terwijl Marc het probeert. Frie legt alles vast op film.
Het wordt ondertussen flink donker en we beginnen de afdaling. Gelukkig is het bijna volle maan en krijgen we toch nog een beetje hulpverlichting. Toch is het moeilijk lopen op de scheve en ongelijke trappen.
De bus staat voor een laatste mooie tempel met Cham en Hindoeistische invloeden. Dalat geeft zijn toelichting bij de zwarte en witte olifant die er voor staan. De witte heeft minstens 6 slagtanden en zou de moeder van Boeddha in de buik geprikt hebben, waarna ze zwanger werd van Boeddha. De zwarte was een dier dat door een rivaliserende geloogsstroming op Boeddha werf afgestuurd om hem te doden, maar het dier ging aan de Boeddha zijn voeten liggen, tam als een hond.
We rijden de 7km terug naar het hotel. Er wordt geen woord gesproken...
Om 7u30 spreken we met Dalat af om iets te gaan eten in de stad. De sfeer is terug opgeklaard en we beslissen om in een restaurantje met terras op het water te gaan eten. Vooraf lopen we nog een muziekwinkel binnen en zoeken een CD met typisch Vietnamese muziek uit. Het ding, in een plasticzak verpakt, kost 5000 dong (20 eurocent). We kiezen nog een tweede, betalen en wandelen verder. De eerste aanblik van het restaurant is niet echt attractief, maar we lopen binnen. Achteraan zien we een terras en het is pas als we daar komen dat we het vlottend terras op het water onder ons zien liggen. Spijtig genoeg heeft een bus Nederlanders al de beste plaatsen aan de waterkant ingenomen, maar erg is het niet. We zitten op een afzonderlijk ponton en laten ons adviseren door Dalat. Het wordt gegrilde vis (een soort katvis, maar kleiner en minder vet), ribbetjes (gestoofd in vissaus en suiker, sjalot toegevoegd en later even gecarameliseerd), nasi met kip, scampi met champignons in deegblokjes, waterspinazie met look en gewokte groentjes, rijst, mie,..... Het was overheerlijk en een heel mooie afsluiter van onze Vietnamperiode. Morgen eten we in Cambodja....
Op de kamer verzamelen we nog even en bellen Paps. De eerste verbinding is bijzonder slecht, maar de tweede keer lukt het vrij goed. We zijn wederzijds blij elkaar te horen en het thuisfront krijgt de opdrach Mouche haar hiel heel nauwkeurig in het oog te houden en zo nodig terug naar het ziekenhuis te gaan (Frie vergeet te zeggen dat ze de vlak moeten aflijnen met een stift om na te gaan of het groter of kleiner wordt. Paps ; ge weet hiermee wat uw dochter van u verwacht). We vinden het achteraf vreemd dat de paps het hele gesprek voerde.
Dag 19 – Vrijdag 30 0ctober – Saigon naar de Mekong delta
Om 6u30 uit bed. De ontbijtzaal zit afgeladen vol en we schuiven aan bij 2 Japans ogende dametjes. De Pho (soep) is slechts een flauw afkooksel van wat ik tot nu toe heb gegeten. Om 8 uur moeten we vertrekken maar K&L zijn 10' te laat beneden. De gids staat er al.
We verlaten Saigon en Dalat geeft veel uitleg. Sai-gon zou bos van kapokbomen betekenen. Al tijdens de Khmer-periode had de stad dezelfde naam in het khmer : Prey-Kor
We stoppen onverwacht voor een Cao Dai tempel net voor we in de Mekong komen. Dalat weet er vrij veel over te vertellen. Deze tempel is veel kleurigere (kitcheriger ?) dan deze in Danang. We kunnen er vrij rondwandelen en Dalat geeft uitleg over meditatie binnen het boeddhisme. Hij zegt dat er veel van het Boeddhisme en Taoisme terug komt in het Cao Dai en dat hij er zich best in zou kunnen vinden. Marc vindt het allemaal maar een toeristische show en heeft waarschijnlijk dik gelijk.
Dalat blijft de rust zelve, neemt rustig zijn tijd.
We rijden verder tot Cao Be en Frie haar hartje begint sneller te slaan en het rechterwijsvingertje te jeuken als we plots weer vele witte uniformpjes zien opduiken. De chauffeur stopt pal voor de ingang van een secundaire school en Marc die net aan die zijde van de auto zit, heeft de eer de foto's te trekken. De instructies zijn precies : inzoomen, die nog en die nog... We hopen dat er een paar mooie tussen zitten (de meisjes zijn het in alle geval...)
In de stad gaan we aan boord van een oude motorboot. Kris koopt haar eerst nog een zonnehoed, geen rijstkegel maar een stoffen safariexemplaar L. De boot vertrekt midden in de stad en we varen langs de huizen die schouder aan schouder naast en op het water gebouwd zijn. We draaien een kanaal op en leggen aan bij een steiger. We zien er hoe rijstpapier gebakken en gedroogd wordt. Ernaast maken ze een soort babbelut van cocospoeder en suiker. De hele handel wordt manueel versneden en in afzonderlijke papiertjes ingepakt. Er zijn natuurlijk de nodige verkoopstalletjes en we slaan een voorraad in. We vinden er ook mooier afgewerkte zijden textiel dan op de markt gisteren in Saigon en kopen er een pyjama voor Lies. Naast dit atelier/winkeltje komen we terecht in een atelier waar ze rijst poffen en koeken maken. Maar op weg ernaar wordt er weer halt gehouden om nu wat zijdewerk voor Krisje te kopen. Dalat laat me ondertussen zien hoe de mensen hier wat bijverdienen door drakenoogfruit (longan fruit) te ontpitten en te laten drogen. Het is een soort gedroogde kleine lychie en kreeg zijn naam door de relatief grote zwarte pit die op een oogbol lijkt die er in zit.
Om re rijst te poffen wordt er zand heel erg warm gestookt. Een beetje olie wordt toegevoegd en dan worden er rijstkorrels, met pel en al, ingegooid en snel door het zand gemengd : de vliezen sprigen er af als de rijst zwelt. Het is een bewerking die maximaal 30" duurt. Zand en rijst worden gezift en de vliezen verwijderd en je hebt iets dat erg op popcorn lijkt – poprice. Ook hier slaan we weer een voorraad koeken en thee in.
We varen terug af en komen we aan de meest noordelijke van de 9 Mekong armen. De rivier is hier goed 2 km breed. We steken de rivier over naar een eiland, varen over de kanalen tussen de delen van het eiland. Men is een nieuwe weg aan het aanleggen en de route is niet echt mooi. Marc en Luk worden door de monotone motorronk, de deining en de hitte in slaap gewiegd. De uitleg va Dalat mag niet baten. Slechts de laatste honderden meters is het landschap wat natuurlijker. We leggen aan bij een steiger en bezoeken een bonzai-kweker. De tuin staat vol met potten en er is een restaurant aan waar we kunnen lunchen. Het voorgestelde menu lijkt ons veel te uitgebreid en we beperken ons tot olifantoorvis, tijgergarnalen, nem (mini-loempia), rijst en fruit. Voor 2.5 euro krijgen we een heerlijke maaltijd voorgezet. De vis is in olie gebakken en wordt heel mooie gepresenteerd. Na het eten brengen 2 platbodem roeiboten ons een eindje verder. Het is een zalig rustig tochtje door een kanaal afgezoomd met mangrovebomen. We zien hoe grotere schepen zich onder de bruggetjes op de zijkaanltjes wurmen. Spijtig genoeg moeten we terug overstappen op onze luidruchtige motorboot naar Cao Be. Het busje rijdt ons in ware rodeostijl naar Can Tho. Ik begin me mateloos te ergeren aan de man zijn machogedrag. Om de ferry in Can Tho te nemen is het wringen en drummen. Ik waan me op de Brusselse ring op vrijdagavond. Het is een a-typische situatie in het Vietnamese verkeer waar normaal alles heel gelijdelijk gaat. De ferrydiensten draaien op volle toeren als we aan de 2de Mekong arm komen nabij CanTho. We tellen er twaalf die zoals het gewone verkeer, door elkaar wurmen op de 1.5km brede rivier. We zien nog net de zon ondergaan boven het water.
We rijden Can Tho in en worden gedropt naast een oude brug. Frie wil haar baggagetrolley mee maar beklaagt zich even later dat ze geen dagrugzakje heeft klaargemaakt voor de overnachting bij het gastgezin : de trolley moet gedragen worden want de weg (voetpad is er niet) zit vol kuilen en bulten. Onze gastheer, mr Hung, wacht ons al op en brengt ons met zijn boot naar zijn huis. Onderweg wijst hij op de vuurvliegjes in de struiken, legt uit dat de mannetjes groen en de vrouwtjes oranje oplichten en stuurt prompt zijn boot in de struiken om er een te vangen. Halverwege realiseren we ons dat we het geschenkje dat we voor onze gastheren gekocht hadden, vergeten zijn op het busje. Damn
Met luid getoeter kondigt hij zijn komst aan. De homestay is anders dan ik verwacht had : het zijn 7 kokosrieten hutjes naast elkaar aan de waterkant. Er is een lavabo voorzien en gelukkig een muskietennet, want het zit er vol vliegen. Het is alles samen erg primitief, maar ik had me meer een gewoon lokaal huis voorgesteld.
Na tien minuten worden we in de keuken verwacht waar we nem gaan rollen en bakken. We kunnen echter niet ongemerkt voorbij aan de 2 kleine hondenpups die hier ronddartelen. Frie en Kris zijn direct verkocht, maar de beestjes hebben het gevonden en ze geraken er niet meer van af. Ze blijven in de tenen en de sandalen bijten. Leuk (voor de anderen...).
We krijgen een voorbeeld hoe de nem te rollen. Het zijn vegetarische en bevatten bonen, zoete aardappel, look,
Bootje naar nachtverblijf – zeulen met koffer – pralines vergeten – rieten hutjes aan waterkant – muggen- hondjes - nem rollen – uiterst verzorgde maaltijd met vis, tofu, bonen, nem, rijst, noenels. Nem : zwarte bonen en taro (zoete aardappel). Je kan ze ook met varken maken, dan is het zwarte bonen, taro of wortel, sjalot, peper en varkensvlees. We mogen ze zelf bakken in pindaolie. Bij het opstaan trapt Kris met haar volle gewicht op het frele pootje van een pup. Hij spurt hinkend en jankend het huis in en we horen nog een paar keer nakermen. Marc en Luk hoopten al op jonge hond als hoofschotel, maar Dalat beweert dat boeddhisten geen hond eten, dus vergeet het maar.
De maaltijd wordt opgediend. Er is veel te veel en lekker eten ; spring rolls (hoor net dat ze in Z Vietnam geen nem eten), bon (witte rijstnoedels), rijst, tofu, groene princesbonen, gestoomde olifantoorvis (ook heel lekker), munt, komkommer, tomaat en annanas als dessert. Een paar biertjes erbij en we kunnen geen pap meer zeggen. De gastheer komt erbij zitten en praat wat over zijn boerderij. Hij heeft 2 hectare watermeloen en 2 met fruitbomen. De meloenen doen het goed en kunnen om de 2 maanden geoogst. Zijn fruit doet het veel minder goed, waarschijnlijk door de grote hitte op dit deel van het eiland. De man spreekt erg goed en duidelijk engels – allemaal geleerd uit een boek, zonder tapes of cd. De uitspraak haalde hij van de omgang met toeristen. Dalat vertelde ons hoe hij van nucleair fysicus tot gids uitgroeide, ook vooral door zijn kennis van het engels.
Na het eten trekken we naar onze hutten en verzamelen nog even aan de waterkant. De telefoonkaart is herladen en we willen Paps en Mouche nog eens bellen, maar die geven niet thuis. Dan maar de GSM van Mouche. Ook niets. Uiteindelijk Gaby gebeld om een vroege goede verjaardag te wensen. Ook Krisje nog gesproken. Horen dat de Mouche alsnog een doorligwonde aan de hiel heeft : goed verzorgen he Mouche ! Je weet dat dit heel belangrijk is.
Na het telefoontje daalt de rust terug over het kanaal. De omgeving heeft 5 minuten kunnen genieten van een conversatie in het Nederlands.
We laten de klamboe af en duiken eronderdoor ons bed in – hopen dat er geen vliegen mee zijn. Het is zwoel heet in het hutje, en het nylon onderlaken – een bovenlaken is er niet en blijkt ook niet nodig te zijn – zal niet veel zweet opvangen, maar we vallen snel in slaap.
Dag 18 – donderdag 29 0ctober – Saigon
Om 8 uur worden we opgewacht door onze nieuwe gids. Hij heet Da Lat, zoals de stad. Hij is erg goed verstaanbaar. We stappen de bus in en we rijden onmiddellijk naar Cholong, de Chinese wijk van Ho Chi Minh Stad.
Onze eerste stop is een de Giac Lam pagode. Er staat een erg grote pagodetoren, met een relikwie van Boeddha, gekregen van een (Thaise) monnik. Verder een aantal grote stoepa's waar de asse ligt van geëerde monniken. Voor de tempel staat een dame met een kooi vol kleine vogeltjes. Een soort meesjes aan de bek en het gekwetter te horen. Ze worden verkocht om dan door de koper te worden vrijgelaten. We begrijpen dat het is om de geest vrij te laten en voor voorspoed te zorgen. Kris en Frie kopen er elk een, maar die van Kris baant zich erg snel een weg naar de vrijheid. Frie knijpt waarschijnlijke iets harder en laat het vogeltje gecontroleerd los.
Da Lat geeft ondertussen rustig zijn uitleg en laat ons ruim de tijd om rond te kijken, vragen te stellen en foto's te nemen. In de pagode komen we eerst in de ontvangstkamer. Ook hier staan al een aantal Boeddha en Bodishiva beelden. Da Lat maakt een onderscheid tussen de 1000 armige Bodishiva en de 8 armige Kundi Bodishiva (die zou een trap lager staan op de weg naar het Boeddha zijn. Hij legt de verschillende stadia uit om de Boeddha-staat te bereiken : gelovige => monnik => arahat => kundi => bodishiva => buddha.
De zaal is ook overladen met foto's en naamplaten van overledenen. Ze worden in de pagode opgehangen opdat de monnikken voor hen zouden bidden. Vooral tijdens de 49 dagen na het overlijden, wanneer de geest nog in het lichaam vertoeft, is het voor de Boeddhisten belangrijk dat de geest de juiste weg naar het andere leven gewezen wordt. Vandaar de dagelijkse gebeden en boodschappen door de monnikken.
In de tempel zelf zien we een erg groot boeddha beeld evenals een aantal kleinere. Aan de zijkanten staan de 10 hellerechters en de 18 volgelingen van Boeddha. Er staat ook een heel speciale Bodishiva boom ; een structuur met 49 armen met telkens een vrouwelijke Boeddha figuur en een olielampje. De gelovigen kunnen hier eens wens nalaten achter een olielampje voor een overledene.
Net naast de vertrekken van de monnikken ligt een binnenkoer met op de muren tekeningen van de verlichting van Boeddha – een metamorfose van een zwarte koe in een witte en finaal de overgang in een wolk. Er staat ook een verzinnebeelding van de hel, met een uitbeelding hoe de zondige gelovigen zullen gestraft worden. Pol Pot zou hier ideeën kunne van opgedaan hebben. Omdat de tempel zo druk bezocht wordt is me ernaast een nieuwe en veel grotere aan het bouwen.
Na de rust van de pagode duiken we de Binh Taymarkt in Chaulong in. Ze wordt in feite gebruikt als een groothandelsmarkt, waarbij handelaars uit andere delen van de stad hier grotere partijen inkopen om dan lokaal terug te verkopen. Ze is gebouwd op vraag van een Chinees zakenman door een Franse architect. Ze is vierkant met een grote binnenkoer waar een standbeeld staat van de schenker en heeft een verdiep met een belforttoren. Wij kopen er kruiden en proeven er van een zoete griesmeelsoep. Zoals op alle markten is het er een bedrijvigheid van jewelste en je moet goed uitkijken om geen stoot of trekkar tegen je hielen te krijgen.
Van de markt gaan we naar de Thien Hau tempel – de tempel van de Hemelse Dame, beschermster van de zeevaarders. Hij staat in een klein straatje en als je het niet weet loop je er los voorbij. Dit is een gemengde Confusianistisch/Taoistische tempel.Deze heeft een heel andere architectuur en structuur dan de traditioneel Vietnamese. De invloed van de Chinezen is duidelijk merkbaar. Deze bevat een aantal open binnenplaatsen die allen met veelkleurige en goed bewaarde keramieken friezen afgeboord ijn. Ook hier worden taferelen uit beide levensbeschouwingen afgebeeld. Binnen in de tempel is er prachtig houtsnijwerk. Er zijn beelden van de godin Long Mau en van Bah Me San, die vooral door onvruchtbare moeders aanbeden wordt.
Ook veel teruggekeerde bootvluchtelingen bezoeken de tempel regelmatig als dank dat ze het overleefd hebben. De wierrookstokjes en spiralen branden er met tientallen en hebben het houtsnijwerk al volledig zwart gekleurd.
Het is ondertussen tegen 1 uur en Da Lat loodst ons mee naar een lokaal restaurant om een kom Pho (noedelsoep) te eten. De eerste aanblik is niet echt geruststellend, maar hij loodst ons door de gelagzaal, de trap op naar een afzonderlijk vertrek. Nog steeds niets waar je wow van zegt maar de inox tafels zijn er proper en we zitten apart. Een vrolijke jonge knul bedient ons. Da Lat legt uit dat de soep in het zuiden veel meer groenten en kruiden bevat dan in het noorden en dat elke streek zijn eigen noedels heeft. Wij doppen de sla, het citroengras en nog een andere groene in de soep. De durvers werken af met pepers en doppen het rijkelijk zwemmend runds of kippevlees in de soja-curry mengeling. De soep (of is het de zever) loopt over onze kinnen.
Na deze simpele maar lekkere lunch gaat het richting Notre Dame kathedraal. We bekijken het gebouw alleen van buiten want binnen is er bitter weinig te zien. Enkele bruidspaartjes maken met veel poeha hun opwachting voor een fotosessie, ook al zijn ze elders getrouwd. en post gebouw.
Tegenover de kathedraal ligt het erg bekende centrale postkantoor van Saigon. Het is rond 1900 gebouwd door de Fransen en vertoont duidelijke art-nouveau trekjes. Eiffel stond in voor de constructie van het koepelvormige dak. Achteraan hangt sinds 1975 de foto van nonkel Ho. We hebben verdomme deze morgen vergeten de postkaarten mee te brengen, dus kunnen we vanavond nog eens terugkomen.
Het laatste punt op het programma is de tempel Ngoc Hoang. Deze naam wordt vaak vertaald als de tempel van de jade keizer maar in feite moet het vertaald worden als de tempel van de hemelse heerser (keizer). Hij werd gebouwd in 1909 door een Chinese congregatie uit Kanton.
We komen binnen op het tempelterrein en vinden er een vijver met vissen (voorspoed) en schildpadden (lang leven). Sommige schildpadden dragen een naam op hun schild : het zijn de namen van bootvluchtelingen die de uittocht in 1975 overleefd hebben.
Dit is een echt gemengde tempel : boedhisme (bevrijding van de geest), confusionisme (orde en structuur) en taoisme (natuur). Het bijzondere van deze tempel zijn de grote beelden, allen in papier- mache, maar dat zie je niet en het knappe houtsnijwerk aan de friezen en op de helletaferelen in de zijzaal. Ook hier is het hout gewart door de vele wierrook die er gebrand wordt. In de voorst en kleinste zijzaal worden een aantal Maria-achtige beelden aanbeden door vrouwen die een kind (of zoon) wensen. De beelden zijn niet groot en allen in fleurige blauw-en-rode zijde gekleed. Vrouwen die een kind wensen kunnen een streng rode stof van een van de beelden meenemen.
Normaal zou de gids ons nog over de Banh Thran markt loodsen maar we vragen om ons aan de Saigon rivier af te zetten. We lopen een einde langs de drukke en vuile rivier en steken dan, als volleerde lokalen de drukke 3 vaks oeverboulevard over. We komen allemaal heelhuids aan de overkant. We rusten even en kopen een gekoelde jonge cocosnoot van een straatventster. Een moeder met klein meisje krijgt van Frie een verzameling zeepjes, kammen, tandenborstels, de kleine een ballon. Ze is er blijkbaar geel gelukkig mee. We zetten onze weg voort via de poepchique Dong Khoi boulevard en steken onze neus aan de ruit van Cartier en Vuiton, maar de verkoopsters tonen niet veel interesse in ons. Ze moeten het maar weten, dan verkopen ze niks he. We komen terug langs de opera en het stadhuis en willen ergens iets gaan drinken. Het terras (5de verdiep) van hotel Rex ***** zou een erg mooi uitzicht geven op alle voormeldde bezienswaardigheden. Luk loopt binnen en gaat eens kijken. Het terras blijkt minder goed gelegen dan beschreven en een capucino kost er ook 3 euro. We laten de luxe aan ons voorbijgaan en zoeken en vinden even verder een tuincafe met Latino sfeer. De salsa en samba klinkt er aangenaam. Het is een kleine oase van rust in de drukke mierenhoop. En terwij buiten de brommers en auto's voorthossen genieten we van een koffie en wat fruitsla. Toegegeven ; een ijscapucino is minder lekker dan de echte.
Van hier is het een zucht naar de Ben Thahn markt. We lopen er even binnen en Luk laat zich verleiden om een automatisch uurwerk te kopen voor 12 euro. 2 uur later trekt hij de sluiting al kapot ! We zoeken nog naar de peignoir voor Lies en iets voor Krisje, maar de afwerking is slecht. Voor het eerst worden we bijna lijfelijk binnengetrokken en moeten we de stem verheffen om de verkopers van ons af te schudden. Marc koopt 3 polo's. En we zoren dat we chocolade vinden voor ons gastgezin van morgen. De markt ligt op een boogscheut van het hotel, waar we ons na een drukke dag verfrissen vóór we gaan eten.
Da Lat had ons een adres gegeven van een restaurant waar ze veel lokale specialiteiten hebben en waar veel Saigonezen komen eten. Vertaal als goed en niet duur. We wandelen erheen en komen duidelijk in een uitgangsbuurt terecht ; veel jongeren die hun exclusievere brommers komen showen en opgedirkte, kortgerokte Vietnamezen. We vinden het restaurant. De beneden verdieping lijkt niet echt cozy maar zit zo goed als vol. We zien dat er boven nog een verdiep is en denken dat het daar beter is, maar ook daar is het niet echt gezellig maar er is tenminste airco. We installeren ons en krijgen elk een menu voorgelegd met minstens 300 gerechten in. Het duurt een tijdje voor we onze keuze hebben gemaakt. De sfeer zit er goed in ; aan de tafel naast ons staat de krat bier naast de tafel en een van de mannen zit er erg wazig bij. We kiezen uiteindelijk elk iets anders : macaroni met kaas en ham, rundslapjes met bbq saus, nasi met kip en krokodil met zachte currysaus. Het is allemaal lekker klaargemaakt en Luk is opgetogen over de kokoscurry. Op de terugweg is het nog een pak drukker op de straten. Aan de Koreaanse ambassade merken we een speciale kikker die op ooghoogte tegen een electriciteitspaal zit. Luk mag hem van dichtbij fotograferen. Na de tweede flits vindt de prins het welletjes en springt van de paal tot in de tuin, dik 2m verder, en recht langs het gezicht van Luk. Blijkbaar hield hij niet van mannen, want in het voorbijgaan spuugde hij in Luk zijn gezicht.. De smurrie werd in allerijl weggeveegd. Marc en Luk gaan de kaartjes nog op de bus doen en de bende gaat slapen.
Dag 17 – woensdag 28 0ctober – Mui Ne naar Saigon
Vandaag reeds om 5 u wakker geworden en vermits ik toch niet meer kon slapen, om kwart na opgestaan en aan het strand gaan zitten. Er werden een paar foto's van de opkomende dag geschoten en fotos geselecteerd die bij de blog moesten komen voor dag 5 en 6. Mensen wat kruipt daar tijd in. Ik kan amper bijhouden wat er gebeurt en heb wel een idee welke beelden er bij horen, maar kan dat niet off-line bij elkaar zetten. De foto's moeten afzonderlijk geselecteerd en opgeladen worden. Ik vrees dat dit iets zal zijn voor na de reis... Excuses aan de lezers van de blog.
Net voor het ontbijt al een plonske in het heerlijke zwembad gedaan en dan aan tafel. Lekkere noedelsoep, vers fruit enz. M&F lenen 2 fietsen en rijden naar Mui Ne dorp. L&K installeren zich onder de palmen aan het strand en schrijven wat aan de blog of het dagboek. Alhoewel ik niet in de zon kom, ben ik 's avonds ferm 'gepakt'op mijne voorkant. Kris zoekt nog wat schelpjes. We duiken ook nog even in zee en spoelen ons proper in het zwembad. M&F zijn ondertussen terug van Mui Ne, maar hadden andere verwachtingen van dit vissersdorp. Het is inderdaad een gekke situatie ; een vissersdorp zonder haven. Alle schepen liggen gewoon voor anker. Er is geen steiger of kade. Maar het is wel best kleurig, al die veelkleurige vissersboten die er voor anker liggen.
Tegen 12 uur moeten we de kamers vrijmaken. De baggage wordt naar voor gebracht in afwachting van de auto die ons naar Saigon zal brengen. M&F beslissen om aan het zwembad te blijven. L&K duiken aan de overzijde het kleine restaurant binnen om snel iets te eten.
Om 2 uur vertrekken we naar Ho Chi Minh City. Er is geen gids, alleen een chauffeur. Het hotelpersonneel legt hem uit wat onze wensen zijn ; een stop aan de Chamtorens net voor Phan Thiet en een bezoek aan de bank om geld te wisselen. Hij voert het perfect uit.
De Chamtorens vallen wat tegen. Als je My Son hebt gezien, is dit heel eenvoudig werk. Van de mooie vergezichten op Phan Thiet merken we ook niet veel. Bovendien ligt de haven tegen de zon, dus zijn de fotos ook niet vet.
Even later wordt er gestopt voor een bank en later aan een winkeltje waar men drakenfruit verkoopt. We krijgen er ongevraagd een stuk aangeboden. Luk probeert er wat zoutjes te kopen, maar het zakje met zoutjes dat hij ziet staan krijgt hij niet, het is van de eigenares zelf...
We zetten de reis verder en de chauffeur stopt ongevraagd aan een plantage met drakenfruit. Marc wordt bij de arm genomen als hij de straat wil oversteken en ook wanneer ze terug komen. Je ziet op zijn gezicht hoe plezierig hij dit vindt ;-).
De reis gaat verder naar Saigon en duurt een stuk langer dan verwacht. Hoe drukker het verkeer wordt, hoe aggressiever de man begint te rijden ; rechts of links voorbij maakt niet uit, tegenliggers of fietsers en brommers moeten maar wijken. Om aan te geven dat hij voorbij wil, wordt onophoudelijk getoeterd en hij rijdt op 10 cm van de voorligger – fiets, brommer, auto of vrachtwagen, het maakt geen verschil. Ik probeer me op mijn blog te concentreren om maar niet te moeten kijken.
Rond zevenen worden we voor het mooie hotel in het hoofddistrict van Saigon gedropt. De kamers zien er heel mooi uit. We spreken af om in de stad op zoek te gaan naar restaurant Le Jardin, in de Trotter omschreven als een oase van rust in de drukke stad. Onderwege passeren we aan de Notre Dame basiliek, waar buiten een gebedsdienst bezig rond het beeld van Maria. De gelovigen bidden en zingen. We vinden het restaurant zonder problemen na een wandeling van 20 minuten, maar het zit al vol en we mogen er niet meer in. Dan maar terug naar het hotel en onderwege kijken of we toch nog iets vinden. Het is ondertussen 9 uur en de keukens sluiten hier vrij vroeg naar onze normen. We vinden uiteindelijk iets tegenover het operagebouw op de poepchique hoofdboulevard van Saigon. We eten er niet bijzonder goed noch veel en nemen dus maar een gebakje als dessert. Ook dat kan niet aan de Belgische patisserie tippen, maar de prijs is dan ook in evenredigheid ; van 0.5 to 1 euro max per stuk ! De keet blijkt achteraf van de staat te zijn.
Op de terugweg lopen we nog langs het mooie stadhuis en de Ben Thran markt. Marc loopt op een bepaald moment een paar meter voorop en wordt al onmiddellijk aangesproken : massage mister ?
Dag 16 – dinsdag 26 0ctober – Mui Ne
Ik loop de trappen af en zet me onderaan neer om de boel gade te slaan. Het zijn vooral vrouwen die de manden vis aanvoeren en sorteren. Het is vooral klein grut dat men binnenhaalt. Hier en daar heeft men een mand vol inktvissen van een 50 cm lang of wat grotere krabben. Het zijn ook vrouwen die de handel drijven, de waar keuren en de prijs afspreken. Er zijn minstens 2 opkoopsters actief op het strandje waar ik sta.
Ik merk echter dat ik een pottenkijker ben en bol het terug af, rijdt verder het stadje in en dwaal wat af in de kleinere straatjes. Ik ben op zoek naar de 'haven' maar vind ze niet. Uiteindelijk kom ik via een smal paadje aan het water terecht. Naar links en rechts kan je alleen te voet verder. Stal de fiets en zet me op de oever. Een schooljongen van een jaar of tien komt nieuwsgierig rondneuzen. Ik trek een foto van hem en laat ze hem zien. Hij lacht. Zo eenvoudig is het leven hier.
Ze poetst haar tanden met het zeewater. Ik trek een aantal fotos los uit de hand, en gluur achteloos naar het scherm om te zien of ik juist gemikt heb. De kleine naast me lacht. Als ik doorga laat ik 3 balonnen op de grond liggen. Ze vinden ze direct en de thank-you/ca-mong klinken op. Ze spurten voor me uit naar hun schooltje en waaien me nog na.
In de straatjes voel ik me echt bekeken, heb het gevoel hier niet welkom te zijn, en peddel terug naar de hoofdweg. Op de weg terug zoek ik nog de ingang naar de canyon van de goede fee, maar vind hem niet.
In het hotel is Kris ondertussen ook op en zoekt schelpjes op het strand. Ik wil haar verrassen maar verras een meisje die zich op het strand ernaast aan het omkleden is en iets fleuriger aantrekt om de strandgasten wat parels en schelpen te verkopen. Ik vraag me af waar ze wel moet wonen ?
Even later wacht een lekker ontbijt en we spreken af om daarna met zijn 4 de canyon op te zoeken. We hebben geluk, de 4 fietsen zijn nog beschikbaar en met wat bijkomende instructies van het personeel moeten we de toegang wel vinden. Ik zit op een soort mountainbike, maar zonder versnellingen en met de zaal ongeveer op de buis. De pen zit vastgeroest dus verstellen is er niet bij. Dus dan zo maar op mijn kakstoeleke achter de anderen aan. Gelukkig moet ik nergens bergop.
Zelfs met de uitleg is de canyon niet eenvoudig te vinden, maar met de hulp van enkele plaatselijke jongeren, komen we toch op onze vertrekplaats, net naast een (onwelriekend) visfumebedrijfje.
We beklimmen een duin en daar eindigt de tocht – volgens onze gids.
Het wordt een schitterend tochtje door de bedding. Bij een temperatuur van dan al dik 30 graden is het heerlijk door het water te lopen en af en toe wat schaduw te kunnen opzoeken. De kleurvariaties in de duin-rotsen zijn prachtig.
Een koe staat verloren vastgebonden op een klein stijl plekje en heeft moeilijkheden om terug stabiel te kunnen gaan staan. Ze gaat perfect op in de kleuren van de rode rotsen. Een koereiger blijft in haar buurt tot we te dicht bijkomen.
Na een goed uur wandelen komen we bij de waterval van de goede fee. Er komt nog aardig wat water naar beneden.
Een familie heeft ons ondertussen ingelopen en ik stel voor een foto van hen te nemen en via e-mail te sturen. Ze vinden het goed en zullen me hun e-mail doorsturen. Maar we horen niets meer van Ms Nhi.
Op de terugweg stoppen we in een klein cafeetje. De dame serveert ons 3 verse babykokosnoten en een cola voor 1.5 euro.
Het smaakt. Ze hebben er een drankje in een gerecycleerd waterflesje te koop staan en we vragen wat het is. Ze verstaat ons niet en roept er haar man bij. Hij mist een hand en een been – waarschijnlijk van de oorlog of een mijn. Hij laat ons proeven met een rietje. Het ding is stroperig als honing en mierezoet, maar het is blijkbaar toch geen honing. Het is niet onze smaak en we kopen het niet. Het vrouwtje troont ons mee naar haar tuintje. Er zit een erg luidruchtige vogel die veel nazingt en er lopen schattige pups rond.
Ze lijken er in een klein paradijsje te leven met enkele vijvers enz. We lopen terug verder en krijgen gezelschap van een ventje van een jaar of 9. Hij krijgt ballonnen en amuseert zich er goed mee. Maar hij is erg vrijpostig en wil uiteindelijk geld voor zijn zogezegde gidsactiviteiten. We laten hem duidelijk merken daar niet mee opgezet te zijn en wandelen verder.
Tegen de middag zijn we terug in het hotel en eten iets klein op het terras. Luk is vooraf nog restaurantjes gaan kijken en krijgt bij aankomst van Marc een verfrissing aangeboden.
De namiddag brengen we door aan het strand of aan het zwembad ; luieren en genieten van zon, strand en zee.
Tegen 4 uur huren Luk en Kris een brommertje (2 euro voor 2 uren) en gaan op zoek naar de rode duinen. Marc en Frie beslissen aan het zwembad te blijven.
Kris wijst al op de benzinemeter die in het rood staat. We worden naar gewoonte in de drinkstalletjes naar binnen geloodst om de brommer te parkeren maar beslissen hem aan de duinenzijde te parkeren, iets verder dan de waar de meeste mensen de duinen inwandelen. Toch krijgen we onmiddellijk een meisje van 5-6 mee dat ons het duinsleeën wil demonstreren. Tegen betaling. Kris geeft haar een ballon en we proberen weg te komen, maar ze plakt als een magneet aan ons.
De duinen zelf zijn prachtig in de avondzon. We bekijken onze schaduw op de volgende duin. Er staat echter een stevige wind en die wakkert nog aan. Je ziet het zand van de koppen van de duinen wegvliegen. Soms moeten we ons echt met de rug naar de wind draaien en de fototoestellen beschermen. Luk wisselt van lens en stopt de tele in zijn broekzak.
We wandelen over de duinkoppen om zo weinig mogelijk afdrukken na te laten (die zijn harder omdat het fijne droge zand er al van weggeblazen is). De kleuren zijn als in een marmertafel. We genieten van de zonsondergang en laten ons nog fotograferen. Het was prachtig.
Als we terug naar de brommer wandelen, laat Kris zich overhalen om kaartjes van de Mekong delta te kopen. Luk haalt de brommer op en bergt het fotomateriaal weg. Ontzetting ; de tele zit vol zand en er valt niet meer mee te zoemen, laat staan dat de scherpstelling nog werkt. Het zand tussed de tanden knarst extra hard...
We rijden weg en beslissen de juiste route terug te zoeken om niet nog een keer die extra km om te rijden met de tank in het rood. We blijken de afslag echter terug te missen en rijden alles samen 10-15 km om, want de nieuwe 4-baanvaksbaan heeft geen enkele afslag naar links meer ! De benzinemeter staat onderaan in het rood. Als we terug in de bewoonde wereld komen tanken we voor alle zekerheid een liter bij en rijden de door de dame aangewezen weg in. We komen uit op de kustweg en draaien rechtsop, maar we herkennen ons niet. Het blijkt dat we voorbij ons hotel op de kustweg zijn gekomen en moeten terug. Het is ondertussen al ferm donker en we zijn blij de brommer uiteindelijk veilig te kunnen afleveren. De verhuurder is best tevreden met de extra brandstof en probeert of we de volgende dagen soms willen terugkomen. Tevergeefs voor hem.
We plonsen in het zwembad en spoelen het zand uit onze oren en haar. Het zit werkelijk overal.
We beslissen om buiten het hotel te gaan eten. Er zijn 2 mogelijkheden, ofwel over de deur ofwel bij een Vietnamees-Italiaans restaurant (met Italiaanse kok) een paar honderd meter verder. Als we daar voor de deur staan laten we ons overtuigen om binnen te komen. De miserie begint al bij het drinken ; de meeste verse sapjes zijn er niet en de Gin voor de Sundowner is ook op. In de vervangende campari kan nog geen mug verdrinken, zoveel is er in het glas. We bestellen bruschetta en lookbroodjes als hapje. Dat laat ons tijd om onze keuze voor het hoofdgerecht te maken uit de uitgebreide kaart. We willen pizza, pasta met zalm en rundsfilet met pizzaolasaus. Uiteindelijk is er geen zalm en alleen maar kip. Geen rund of varken. Luk heeft veel zin om te betalen en naar het eerste restaurant te gaan, maar we blijven uiteindelijk zitten. Toegegeven, de broodjes zijn heel lekker en komen vóór de hoofdmaaltijd op tafel. De porties van de gerechten zijn erg karig, maar niet slecht. Alleen had Luk pasta gewenst bij zijn kip-pizzaola en krijgt frieten. De pasta laat een kwartier op zich wachten en wordt apart aangerekend.
We hebben ons lesje geleerd ; in Vietnam eet je lokaal !
We wandelen terug naar het hotel en drinken daar nog iets op het terras, de bedenking makend dat we beter hier hadden gegeten, maar ja, op die manier ontdek je nooit iets nieuws.
Tegen tienen liggen we in bed en slapen heerlijk
woensdag 28 oktober 2009
Dag 15 – maandag 26 0ctober – Dalat naar Mui Ne
Met de lagere temperatuur in Dalat, was het goed slapen in ons oversized bed van 220 ou 200 cm.
We schuiven aan voor het reuzebuffet in de reuzeontbijtzaal. Verrassend genoeg staan aan een tafel waar wij met 4 aanzitten 6 stoelen.
Om 8 vertrekken we al voor de stadstour. De eerste stop is het station. Gebouwd door de Fransen (zoals de rest van de stad trouwens) en momenteel alleen gebruikt voor een traject naar de markt van Dalat 7 km verder op.
Er staat nog een oude stoomlok te roesten. Hier mag je overal op en in, dus ook in de loc. Het gevolg is dan ook dat hij al half gesloopt is.
Van hier gaat het naar het meer en de aangrenzende bloementuin. Die is vooral interessant voor de tientallen, naar onze normen spotgoedkope, bonsais die er aangeboden worden. Ook de collectie orchideeen is indrukwekkend. Verder een net verzorgde tuin met een inkomboog die gemaakt is met allemaal klein bloempotten met plantjes in.
Voor een blik op het meer (best te vergelijken met een blik op een meer in een Alpenstadje) moeten we ons reppen. De mini-Eiffeltoren op de achtergrond krijgen we niet op foto.
Van hier gaat het terug naar het Crazy House hotel. Marc, Frie en Kris bekijken het van buiten. Luk geraakt met zijn ticket van gisteren terug binnen om wat daylight fotos te nemen. Mevrouw de architecte loopt er als een spook met een wollen muts op rond en verdwijnt ijlings achter een deur als ze me opmerkt. Het geheel blijft ook bij daglicht een bizarre bedoening.
Niehg geeft ons de keuze uit 2 watervallen : een met weinig water of een met veel water en een soort rollercoasterbaan om tot aan het uitzichtpunt te komen en terug. Het ding zou door water lopen enz, dus wij dachten aan een soort boomstammentocht a la Bobbejaanland. Bij de laatste was de inkom wel inbegrepen maar de roetsjbaan niet. We kiezen maar voor de laatste. Blijkt die roetsjbaan een bobsleebaan te zijn zoals in Coo. Best leuk om nu eens door de dichte broesse naar beneden te scheuren. De waterval is mooi maar niet spectaculair. Ze wordt druk bezocht door de locale verliefde koppeltjes en er worden fotos genomen op het bruggetje. We gaan er ook voor en laten ons kieken. Aan een klein plasje water komen vele bonte vlinders zich laven. Leuk om zien. Een andere attractie hier is het cowboypaard. Op vele plaatsen staat er wel iemand met een mooi opgetuigde pony. De kinderen lijken er dol op om met cowboyhoed en pistolen in de hand gefotografeerd te worden in een mooie omgeving. Een westerse jongeling staat met een diabolo kunstjes te verkopen terwijl zijn maat hem filmt met het fototoestel, de waterval op de achtergrond. Staat ondertussen wss al op YouTube.
We laten ons terug naar boven trekken en vatten rond 10u30 al de tocht naar Mui Ne aan. De 200 km ging 5 u duren. We vragen ons af waarom we hier dan zo vroeg weg moeten, maar de vraag wordt niet begrepen...
De rit loopt vlotter dan gisteren, de wegen zijn beter. We vragen of we via de kust van noord naar zuid zullen rijden en dat wordt bevestigd. We rijden door een mooi berggebied, vergelijkbaar met de Eiffel maar dan met tropische plantengroei. De Toyota rijdt maar verder. Als we vragen om eens te stoppen voor een foto en een plas, rijden we een mooi uitzichtpunt voorbij om vervolgens ergens in een bocht te stoppen waar erg weinig te zien is. Toegegeven, het is niet gemakkelijk op deze smalle wegen te stoppen.
Om half drie zijn we al in Mui Ne, en ja hoor via de kortere zuidelijke ipv de noordelijke kustroute. Natuurlijk te laat om te reclameren, we staan er al. Waarschijnlijk was de enige reden dat zij zelf voor donker terug thuis wilden zijn (nog 200 km te gaan). Begrijpelijk van hun kant maar niet echt volgens de afspraak.
We checken in en krijgen de beloofde tuinzicht-kamers toegewezen. We vragen wat een kamer met oceaan zicht meer kost. 15 dollar per nacht. We gaan kijken en besluiten om bij onze kamers te blijven. Ze zijn ruimer en veel lichter aangekleedt en dat trekt ons meer aan. Na de welkomdrink duiken we in de baggage voor de zwempakken en trekken naar het mooie kokosbomenstrandje. De Mojito's en sapjes komen er al aan en we plonsen in de Zuid Chinese zee ; zalig warm is dat water. Op het strand zoeken en vinden we mooie schelpen. De eerste van onze 44 kg is gevonden !
We hangen rond tot de zon onder gaat. Spijtig genoeg geen perfecte rode bol die in het water zakt, maar mooi genoeg om te aanschouwen. We spoelen ons af en trekken nog even naar het zwembad. Zalig warm, lekker diep en lang genoeg om eens een ferme baan te kunnen trekken. Het valt allemaal perfect mee. Alles samen zijn we blij dat we zo vroeg hier waren en nog enkele uren van het strand hebben kunnen genieten.
We besluiten 's avonds in het hotel/resort te eten en krijgen er geen spijt van. Marc en Luk proberen de Fisch Hotpot. We denken een soort vispan te zullen krijgen maar het is een visfondue. De garcons bedienen ons tip-top : ze koken de vis en de groenten portie per portie en het smaakt heerlijk samen met een flesje witte wijn. Er kan nog een dessertje bij en we keuvelen wat na vooralleer in bed te kruipen. Luk loopt er met een licht prettig gevoel bij. Frie neemt de laptop mee om haar fotos op een iets groter beeld te kunnen bekijken en een eerste selectie door te voeren.
dinsdag 27 oktober 2009
Dag 14 – zondag 25 october – Lak Lake en Dalat
L&K hebben redelijk geslapen op de zachtere matrassen maar zijn een paar keer gestoken door muggen. M&F hebben daarentegen het muskietennet gehangen en zijn van steken gespaard gebleven.
De zon is echter van de partij en we krijgen nu voor het eerst zicht op het Lakmeer. We moeten reeds om 8 uur vertrekken dus we zeulen al om 7u met de zware trolleys naar de receptie en zetten ons aan de karige ontbijttafel : we mogen 1 gerecht van het ontbijtmenu en 1 drankje kiezen. De koffie die hier zo intensief geteeld wordt is niet echt anders dan elders in Vietnam. Door onze gids ontdekken we waar die speciale smaak in de koffie hier vandaan komt : de boter die ze onder de bonen mengen bij het branden. En volgens Niehg is de boter hier van slechte kwaliteit (en de koffie dus ook volgens haar).
Op het terrein van het 'resort' staan ook een paar langhuizen – de typische oude bouwvorm van de Hmong en Ede gemeenschappen die hier wonen.Ze staan op palen en de wanden zijn van rieten matten gemaakt. Ze zijn in erg goede staat en dienen nu als onderkomen voor het personneel en de echte trotters die er niet mee inzitten om samen met anderen in de ene grote kamer te slapen. Privacy mag je hier niet verwachten. Binnen zijn er immers geen scheidingsvlakken. Aan de kanten en op de koppen kunnen een paar panelen weggeschoven worden om wat licht binnen te laten. De trapjes zijn heel primitief en er zijn normaal gescheiden trapjes voor de mannen en voor de vrouwen (met 2 ronde bollen bovenaan – symbool voor de borsten).
We checken uit en vertrekken naar het naburige dorp Jun. Dit dorp wordt bewoond door Mong. Dit zijn de meesters in het vangen en temmen van olifanten.
Omdat men later op de morgen meer wind verwacht, maken we eerst een tochtje op het meer in een langboot (longboat). De bootjes zijn gemaakt uit 1 boomstam en worden gebruikt voor het transport over het meer (niet voor te vissen). Ze kunnen 4 tot 6 personen en nog wat vracht vervoeren. 2 meisjes uit het dorp zijn roeister van dienst. De dingen zijn niet echt stabiel maar als je niet overdreven bruusk beweegt valt het allemaal wel mee. Ze varen ons tot tussen de lotusbloemen en plukken er een aantal af voor een mooi boeket. Ondertussen worden we omgeven door tientallen rode libellen. Marc ziet er ook een grote tijgerlibel (geel-zwart gestreept) en een grotere ijsvogel. We landen terug in het dorp via de varkensstal.Ze houden hier witte varkens. Die zouden volgens Niehg veel beter smaken dan de hangbuik of roze varkens (die we hier trouwens nog niet gezien hebben, tenzij ze zo vuil zijn dat je de kleur niet meer ziet). Ook hier zijn de levensomstandigheden vaak nog rudimentair, al zijn er reeds grote verschillen. Sommigen wonen nog in de traditionele riet/houten langwoningen. Anderen hebben reeds fel gekleurde bakstenen varianten van de langwoning. Tien jaar geleden was hier nog geen electriciteit, dus het evolueert vlug. De integratie van deze volkeren wordt schijnnbaar wat geforceerd door de staat. Na 1985 zijn er verschillende honderduizend Kin (of Viet), de grootste bevolkingsgroep verplicht verhuisd naar de centrale bergstreek. Dat heeft tot aardig wat wrijvingen geleid met de Ede en Mong die hier al eeuwen woonden met opstanden en aanslagen tot gevolg. De regering is daarop gaan ondehandelen met de lokale groepen en er zijn projecten gestart voor de verbetering van de levensomstandigheden van de lokalen.
We wandelen door het dorp terug en alhoewel we met hun olifanten gaan rijden, hebben we toch het gevoel niet echt welkom te zijn. Het heeft misschien te maken met het feit dat er een begrafenis voorbereid wordt.
Net buiten het dorp staan de olifanten en hun begeleiders ons op te wachten. We worden een soort laadplatform opgestuurd en nemen plaats in de mand/bank die op de rug van het dier is bevestigd. De drijver zit in de nek met de voeten onder de oren. De 2 kolossen zetten zich in beweging. Het waggelt eerst een beetje maar het went snel. De beesten kunnen zelfs een beetje draven. Niehg zit bij L&K. Ze zit centraal en legt uit hoe de Mong de olifanten vangen. Luk zegt dat hij het niet begrijpt (een combinatie van het toch weer alles behalve duidelijke Engels en het verhaal zelf). Ze legt het nog eens uit, maar nog steeds houdt het verhaal geen steek voor Luk. Ze begrijpt niet dat hij het niet (wil) begrijpen. Na meerdere vragen ter verduidelijking begint het te dagen ('t is soms nen hele trage zulle). Het gaat dus (min of meer) als volgt :
1- de Mong verstoppen zich in het oerwoud in de bomen en vangen een wijfje dat een jong heeft. Wanneer ze dat vangen (met grote netten en zo) gaat de rest van de kudde op de loop
2 – het wijfje wordt gekalmeerd door het veel lekker eten voor te zetten (rietsuiker) en wordt naar een plaats in het woud gebracht waar men haar vastbindt en voedt (daarvoor worden andere tamme olifanten ingezet om het wijfje te kunnen manouvreren, want zo'n beest duw of trok je niet even op zijn plaats natuurlijk)
3 – de kudde en het jong komen terug naar de moeder (het jong wil immers drinken en vindt de moeder terug) en men probeert nu het jong te vangen, weer met netten. De Mong moeten dus uren, soms dagen, stil in de bomen kunnen blijven zitten, anders slaat de moeder weer alarm. Nu hebben ze dus moeder en kind en kan de baby verder gevoed worden. Tevens kan het africhten/temmen beginnen. Blijkbaar zijn volwassen olifanten nooit volledig betrouwbaar te temmen en daarom hebben ze dus babys nodig. Alleen met die kan je bv toeristen vervoeren. Onze lastdieren waren dus als kleintje gevangen en afgericht. De onze was ondertussen 25 jaar oud. Ondetussen wandelden we door het dorp, langs de velden en uiteindelijk stapten we op het meer toe (we moesten wel eerst nog flink bukken om onder de electriciteitsleidingen door te kunnen. En ollie liep vervolgens netjes het meer in, tot bijna aan de ogen onder water – de drijver zat in alle geval met de voeten in het water. Om te ademen diende ollie te snorkelen. Regelmatig kwam de slurf boven en werd er frisse lucht getankt waarop de neusklep zoals bij een volleerd zwemmer gesloten werd en terug onderging. De gids vertelde dat er soms wel eens een waterfontein wordt opgezet, zelfs dat hij durft gaan liggen, maar dat gebeurt vooral met moeilijke toeristen die niet via een (terugkerend) agentschap boeken. Wij hadden er geen last van en kwamen droog terug aan de kant. We werden opgewacht door een bus studenten en mochten voor een keer ervaren wat het is om in het middelpunt van de fotoshoot te staan.
De beestjes kregen een banaantje (zelfs een paar) die vlot binnengingen. De drijvers een fooi voor het droge werk. Een prettige ervaring, zo hoog op de rug.
Na nog een koffietje, terug de bus in naar het Ede dorp, Dat bleek slechts 500 m verder te liggen. Niehg gaf een uitleg over de matriarchale traditie bij de Ede. Hier werden tot voor enkele jaren de jongens uitgehuwelijkt. Als de jonge vrouw haar zinnen op een kerel had gezet, werd er door haar ouders onderhandeld met de ouders van de jongen over de bruidsschat. Indien de gast het niet zag zitten en het afbolde, werd hij door zijn famile verstoten. (gelijkaardig aan zeg maar de oude Marokaanse traditie maar dan omgekeerd van sexe). Het jonge koppel trok in bij de ouders van het meisje tot ze voldoende geld hadden om een eigen huis te bouwen, De hele toelichting werd gegeven staande voor een langwoning identiek aan die vand e Mong. Er was geen mens in de omgeving te bespeuren. Vragen ? Geen vragen ! Dan terug de bus in. Wat een schertsvertoning. Als dit een bezoek aan een minderhedendorp moet voorstellen, dan is het ver gekomen.
Op weg dan maar naar Dalat. Een lange en slechte weg. Onderweg nog wat uitleg over fruit en bomen en een stop om parsimmon vruchten te proeven en te kopen. Het hotel in Dalat is een beetje over de top voor ons. Een kamer waar een heel Vietnamees gezin met een man of 6 riant in kan wonen, gemillimeterde hagen en bloemperken, een lobby waar je twee tennisvelden naast elkaar kan in onderbrengen en het plaffond zal je niet raken. Het bed is gigantisch (maar nog altijd redelijk hard).
Na het inchecken gaat Luk nog op zoek naar het Crazy House, een hotel gebouwd door de dochter van de voormalige rechterhand van Ho Chi Minh.
Onderweg wordt neemt hij een mototaxi. De prijs zou 3000 dong zijn (15 cent), Hij weet niet hoe ver het juist is, maar voor 6 BEF twijfel je niet. De brommer blijft echter maar rijden en zelfs in een goedkoop land als Vietnam kloppen de economics niet echt. Voor het Crazy House wordt er gestopt en 3000 dong boven gehaald maar dat was blijkbaar niet goed. De man zegt iets van ninety, maar dat is zuivere stroperij. Met de hulp van de receptionist van het hotel kom ik erachter dat de man 30 000 bedoeld, Uiteindelijk raken we het eens over 20000. Ondertussen is the Crazy House gesloten zegt de man. Morgen terugkomen. Ik vraag van de openingsuren te mogen zien en daar staat dat het tot 7 uur open is en het is pas 6u30. Ik mag er toch in na betaling van 16000 entreegeld,
Ik loop wat rond en waan me in een tagereel in Disneyland Parijs. Het kasteel van Doornroosje of zo iets ; een giraffenek, een buffelkop, kabouters en paddenstoelen, spinnenwebben, kronkelende gangetjes en trapjes om de kakkawalk op te doen, en hier en daar een heuse kamer (al waren er zo te zien niet veel bezet). Kortom te gek voor woorden. Met nog wat gebroken faience steenjes her en der zou je zeggen dat Goudi er was beter geweest, alleen bouwde die man een stuk functioneler. Voor 20000 dong, zonder palaberen, vond ik een mototaxi terug. Alleen was het behoorlijk fris in Dalat en in mijn hemd zat ik behoorlijk te bibberen achter de frele chauffeur.
Niehg troonde ons mee naar een restaurant vlab bij het hotel, Net maar niet overdreven. Alleen waren we weer de enigste gasten. Ze besteld voor ons de lokale specialiteiten : ree met limoengras, konijn, waterspinazie met look en de lokale salade met mayonaise. Het smaakte goed maar het konijn was in kleine stukjes gehakt en gebraden, niet gestoofd. Daardoor was het taaier dan bij ons. Frie vond niet echter haar gading en wilde noedels met crab bestellen maar de gids beweerde dat het noedelsoep was en veranderde de bestelling in gebakken rijst. Dat bleek dan inderdaad gestoomde rijst te zijn die eens door de wok gehaald was, maar groenten of ei waren er niet in te bespeuren... De dame had nog 'trekjes'. Luisteren bleek ontzettend moeilijk terwijl ze maar al te graag haar verhalen deed : over haar 2 huwelijken en haar verblijf in Frankrijk enz. We werden nog verlekkerd op aardbeien, maar die waren er nu niet. We kregen wel een fruitschoteltje aangeboden door het restaurant.
Alles samen was het eten goed en de prijs was redelijk. Waarop we naar onze balzaal trokken voor de nacht. Enkele minuten later wordt er bij K&L op de deur geklopt. We vertrouwen het niet en kijken door het spionneke. Er staat iets blauw voor de deur. We doen de veiligheidsketting in en doen de deur open. Het blauwe manneke blijkt de Marc te zijn met de overschot van zijn regenzeiltje op zijn hoofd ; dat stuk was nog bruikbaar en zou dus nog dienen J
Dag 13 – zaterdag 24 october – My Son, Danang en de verbinding naar Bon Ma Tuot
Vroeg wakker, dus maar wat op het terras gaan zitten om aan de blog te werken. De zon scheen voor de verandering en het leven komt zoals gewoonlijk al vroeg op gang (half zes). De eerste straatventers prijzen hun waar aan ; gewoonlijk soep of andere ontbijtproducten.
We nemen het ontbijt op het terras van het hotel. Er staat slechts een klein tafeltje maar we wurmen ons er met vier aan. Om negen uur komt de kleermaker van Frie om haar gisteren bestelde bloes af te leveren (en zo nodig aan te passen). Luk moet ook tegen negen zijn vest ophalen en zijn zonnebril. Alles verloopt onvoorstelbaar vlot : Frie is erg tevreden over het maatwerk van haar laatste aankoop en Luk zijn vest past perfect, ook zonder de minste aanpassing. De bril wil nog voor wat problemen zorgen. Men had gisteren inderdaad een glas gebroken bij het slijpen. Het verre zicht door de bril was goed. Geen merkbaar verschil met de gewone bril (alleen donkerder natuurlijk). Het lezen ging echter minder goed. Ik moest mijn hoofd naar rechts draaien om scherp te zien bij het lezen. Er werd wat aan de neus gemorreld en opnieuw geprobeerd, zonder verschil. Ik realiseerde me plots dat elke dubbelzicht bril toch wel een beetje anders is, en probeerde een andere sectie in het glas te vinden om te lezen en wonder boven wonder (of is het toch gewoon normaal met dit type glazen), ik kon recht voor me lezen door een minder sterke vergroting te kiezen. Tot opluchting van de optiekster zei ik dat het goed was.
Om half tien vertrekken we voor onze tour. Eerst stop is My Son, de grootste overblijvende vindplaats van de Chamcultuur in Vietnam. De Hindoeistische tempels liggen midden in een stuk tropisch woud. We hebben geluk dat de zon schijnt en dat het al een tijd niet meer geregend heeft ; de paden liggen er nog erg modderig en glibberig bij. Sommige van de tempels zijn nog in zeer goede staat, anderen hebben weer geleden onder de bombardementen in de laatste oorlog. In de centrale tempel in blok B, die ter ere van Shiva, kan je binnen. Er zijn hier geen ventsters, en slechts 1 ingang. Het licht is er heel beperkt. Aan de zijden van de muren zijn nissen, waar vroeger kaarsen stonden. Centraal staat weer een offeraltaar. Alleen het onderste (vrouwelijke) deel is nog aanwezig. Het mannelijke bovendeel, de linga, is verdwenen.
Geen nood, er staan voldoende linga buiten, sommigen met heel duidelijke fallus-kenmerken. In enj om de andere tempels zijn nog zeer goed intact gebleven beeldhouwwerken van Shivas (met en zonder hoofd) en Ghanesh te zien.
Alles samen een mooie site al zal de volledige restauratie nog lang duren.
Nie wil ons laten proeven van een lokale specialiteit. Op een klein terrasje op de site laat hij Mie Quang aanrukken, zoals de naam zegt is het de dunne noedel maar in een rundssoep verwerkt met citroengras, soja en veel andere verse groeten. Ze smaakt heerlijk. Luk probeert de rode chili maar krijgt ongeveer de zelfde kleur na de eerste hap van 1 mm.
Van My Son rijden we naar de Marmerbergen bij Dahlat. De naam werd door de Fransen gegeven, maar de Vietnamezen spreken van de bergen van de 5 elementen : hout, ijzer, water, aarde en vuur. De berg van het water is de hoogste en er staan minsten 5 pagodes op. Het was keizer Min Mangh die er de eerste pagode liet bouwen en er ook regelmatig vertoefde. Aan een kant van de berg heb je een mooi uitzicht op de Zuid Chinese zee. Van de andere kant zie je de 4 andere bergen, met daartussen, zo ver als je kan zien, allemaal kleine huisjes met marmerbewerkings ateliers ; helemaal niet mooi. Wanneer je terug beneden komt wordt je weer aangespoord om een marmeren boeddha of ander beeldje te kopen. All for 1 dollar ! Nie verwittigd dat het allemaal geperst mamerpoeder is, vandaar de lage prijs. Als we echt iets willen kopen in marmer, raadt hij aan naar een andere winkel, weg van de trap naar de berg, te gaan. Hij duidt er 2 aan, maar zegt dat hij de voorkeur geeft aan de ene een beetje verderop omdat de auto daar mag blijven staan. We hebben absoluut niet de indruk dat hij er voordeel bij heeft. Marc en Frie vinden er hun keuze en Frie demonstreert haar nieuwe onderhandelingstechnieken ten volle : ze slaagt erin kortin op de korting te krijgen !
De tijd in ondertussen kort geworden om nog naar de Cao Dai tempel in Dahlat te rijden, maar zonder aan te dringen rijden we er toch heen. Het is kwart voor zes als we er aan komen en mogen nog net 5 minuten rondkijken in dit gebedshuis. We hadden ons verwacht aan overladen kitcherige afbeeldingen en beelden maar van de overvloed aan heiligen was absoluut niets te zien. Er was alleen de wereldbol met het grote oog en het schilderij met de beeldtenis van de 5 inspiratiebronnen van deze godsdienst : Mohammed, Lao Tse, Christus, Boeddha en Confusius met ernaast de tekst ; alle godsdiensten hebben dezelfde rede(n). Verder is het vrij eenvoudig van interieur. Geen banken, alleen maar kussentjes. We worden vriendelijk gemaand de tempel te verlaten want de 6-uur viering gaat beginnen. De vrouwen komen van de linkerzijde al aangewandeld. De mannen even later van de rechterzijde. Allen in smetteloos witte gewaden. Nie weet nog te vertellen dat de beoefenaars van deze godsdienst vanuit verder afgelegen dorpen naar hier komen voor 40 dagen en tijdens die periode hier verblijven. Een soort retraite. Een kort maar toch wel interessant bezoek.
Van de Tempel gaat het in ijltempo naar de luchthaven. Gelukkig is het verkeer in midden Vietnam veel minder druk dan in Hanoy en 10 minuten later staan we op de kleine luchthaven. Nie zorgt voor de check-in(wat een verschil met Sy). Er wordt geen probleem gemaakt van de 84 kg baggage (en dan staat 1 wiel van een trolley nog op een hoger gelegen steunpunt en weegt hij dus niet de volledig door op de weegschaal). Vanaf nu kan de koopwoede zegevieren. Bij de volgende vlucht mogen we 128 kg inchecken – nog 44 kg te gaan !!!
We nemen afscheid van Nie en de chauffeur en begeven ons door de veiligheidscontrole. We hebben allemaal wel iets bij dat niet mag ; een fles water, een schaartje, een kurkentrekker met stopsnijmes. De schaartjes mogen door, de fles water moet ter plaatse geledigd en de stoppentrekker blijft achter...
We hopen op de luchthaven nog iets te eten te kunnen kopen, maar dat valt dik tegen. Het blijft bij zoute koekjes en cashew noten.
We denken eerst dat we alleen op het vliegtuig zullen zitten, maar 20 minuten voor het vertrek loopt de vertrekhal toch langzaam vol. De boarding verloopt ontzettend vlot en het kleine turboprop toestel (trand Fokker 50) zit op enkele plaatsen na vol. Ook op het vliegtuig blijft de catering beperkt tot een flesje water.
Na een uur staan we in Bon Ma Thuot op een nog kleiner vliegveldje. Antwerpen is dubbel zo groot. We worden opgewacht door onze eerste vrouwelijk gids : Huong. Ze praat honderuit in een redelijk Engels en doet ons wat denken aan Jani, onze reisbegeleidster in Indonesie een paar jaar geleden.
Ze informeert of we al gegeten hebben en stopt meteen aan een winkeltje (alle winkels zijn hier open van 6 tot 22 u hebben we de indruk, dus geen nood aan nachwinkels want hier slapen ze nog 's nachts). We kopen er wat cake en een soort sandwich broodje om de grootste honger te stillen en zetten ons op weg voor 60 km inhet donker naar Lak Lake. Het is ondertussen zachtjes beginnen regenen, maar dat blijkt hier normaal. De chauffeur zet er vaart in op de slechte wegen en miskijkt zich op een verzakking in de weg. We vliegen allemaal uit onze stoel en de vlindergewichten botsen (lichtjes) met het hoofd tegen het dak. Het tempo vertraagt even...
Rond 10 uur zijn we er : het Lak Lake Resort is een beetje aftands en waarschijnlijk het dichts bij een lokaal Vietnamees hotel. Alhoewel, slecht is het zeker niet. We laten de baggage in de kamer droppen, drinken nog iets en draaien het licht uit. Morgen vertrekken we terug om 8 uur ! Buiten zingt een koor van krekels hun oorverdovend lied en een vogel (toekan ?) laat regelmatig een luid klepperend geluid horen. Door de aangename temperatuur zonder airco en het voor een keer zachte bed, vallen we al snel in slaap.
maandag 26 oktober 2009
Dag 12 – vrijdag 23 october - Hoi An en omgeving
Wat een verkwikkende nacht had moeten worden, ging er toch weer even anders uitzien : alhoewel de kamer en het bed heel mooi een sfeervol waren, bleek het bed weer 'Vietnameese stijl' keihard te zijn – de matrassen hier geven amper een cm of 2 mee denk ik, ook al zijn ze vaak 20 cm dik. De hele nacht is de regen neergegutst. De straten stonden bij wijlen 10 cm onder water. En dit terwijl het water in de kreek gisterenen avond al over de boordsteen stond. Om 6 uur opgestaan om wat aan deze blog te werken.
In de voormiddag komt Nie ons ophalen voor een wandeling door het oude Hoy-An. Hij is zelf geen liefhebber van de stad want veel te touristisch !
De eerste stop is een handwerkplaats waar ook hier weer zijde geborduurd, geschilderd, genaaid en gestikt wordt. Ook hier zien we weer prachtige handwerkstukjes. De rondleiding begint met een uiteenzetting over de zijdeproductie : van larve tot pop. Je ziet hoe ze ruwe zijde maken rechtstreeks van de pop en hoe ze de fijne – 1-draad - zijde spinnen. We zien hoe ze lampions maken en rieten matten weven. Op de eerste verdieping is de voor Hoy An obligate kledingwinkel. Ze hebben er allerhande zijde en wollen stoffen liggen. Frie vindt er een stofje dat ze graag zou kopen maar het patroon voor de bloes ligt nog in de andere winkel. Als ze het wil moet ze voor 5u30 terug zijn, dan kan het nog tegen morgen klaar zijn, maar de andere kleren kan ze pas om 5 u ophalen. Dat wordt dus krap. Luk past er een vestje zonder kraag in ruwe zijde. Het stofje bevalt hem. Voor een sportieve vest vragen ze 50 euro. Hij laat voorbijgaan.
Na de handwerkshop, die de lokale bevolking zou tengoede komen, wandelen we naar een oud Chinees huis. Een gids leidt ons rond door het huis. Ze geeft aan tot waar het water gestaan heeft bij de laatste tyfoon : gemakkelijk 1m50 ! De mensen waren verwittigd en brengen alle meubels naar een hoger niveau. Gelukkig maar want er staan waardevolle oude kasten tussen. Na wat uitleg over architectuur en stijlkenmerken worden in de aanpalende kamer weer handwerkjes getoond. We worden het gewoon en zeggen nu gewoon nee – we hebben al genoeg. Boven ligt nog ander spul te koop en alhoewel er interesse is beginnen we ook de prijzen te kennen en zeggen we weer nee. In de voorplaats, een soort leefkamer op de eerste verdieping, staat het huisaltaar en wat typische meubels. Er wordt thee aangeboden, maar dat is weer slechts een excuus om houtsnijwerk aan te prijzen. We zeggen nogmaals nee waarop we naar de uitgang schuiven. Het huis was net naast het Japans bruggetje gelegen. Enkele eeuwen geleden was Hoi An een echte handelsdraaischijf waar Chinezen, Japanners en later ook Portugezen, Engelsen en Nederlanders verbleven. De Japanse brug was de verbinding tussen de Chinese en de (kleine) Japanse wijk. De brug is overdekt en er is een tempeltje aan gebouwen (boven de rivier). Ijn hoofd zat in India, zijn staart in Japan en zijn rug in Hoi An. Telkens de draak zich roerde kwam er onheil over Hoi An (wat wil je met zo'n beest) en om de draak gunstig te stemmen werd de brug en tempel gebouwd. De tempel wordt bewaakt door de aap en de hond (die zitten aan weerszijden van d brug). Dit is het kenmerk van Hoi An en wie recent de beelden zag die Tyfoon in Vietnam aanrichtte zag dit bruggetje tot ¾ onder watet in het TV nieuws.
Eens het bruggetje over, kom je in de echte oude stad van Hoi An ; geen auto's en op woensdag en zaterdag zelfs geen fietsen en brommers. De hele oude stad is Unesco werelderfgoed verklaard en niet onterrecht. Alleen is de staat van de meeste huizen erbarmelijk te noemen. Ze zien zwart van de schimmel. Het kan ook bijna niet anders het klimaat en de oude bouwwijzen in acht genomen. Sommigen zijn reeds gerestaureerd (de 4 chinese huizen, de tempels,het lokale folklore museum, hier en daar een ander pand) maar er is nog ontzettend veel werk aan de winkel en de middelen moeten van buiten Vietmam komen. De eerste Chinese tempel die we tegen komen gaan we binnen. Hier is van de wateroverlast al niets meer te merken. De draken en andere ornamenten staan er te blinken. Boven het altaar hangen een tiental maand-wierrookspiralen. We besluiten er een te kopen als intentie voor de familie thuis. Het kaartje wordt geschreven en in de serpentine gehangen en Frie en Kris steken hem aan. Een moment van bezinning en een gebed en we verlaten de tempel.
We besluiten elk onze weg te gaan en wat door de stad te struinen. Nie zorgt er voor dat er tegen 2 uur fietsen aan het hotel zullen staan. Het bezoek aan het kruidendorp in de namiddag wordt afgelast. Omwille van de hoge waterstand is het niet toegangkelijk. We besluiten op eigen intiatief een tochtje te maken want we hadden erg mooie beelden van de rijstvelden gezien toen we gisteren aankwamen en willen daar wat fotos gaan maken.
Voor de lunch vinden we elk een restaurantje naar keuze : Marc en Frie hebben iets gevonden in een mooi oud huis, Kris en Luk laten zich 'binnenpraten' op een straathoek voor een kleine hap. Er staan een aantal lange tafels onder een zijldoek opgesteld. Op het ogenblik dat we toestemmen worden we door een dame 'onderschept'en naar de verste tafel gevoerd. Blijkbaar is er een afspraak waarbij elke tafel om beurt aan de bak komt. We merken dan pas dat het in feite 8 of 9 restaurant/gaarkeukentjes naast elkaar zijn, elk met een eigen fornuisje en 'chef'. We kiezen wat van de kaart en eten uiteindelijk snel en lekker – ze maken er een aantal lokale specialiteiten. Terwijl we eten breekt er nog maar eens een wolkbreuk los, maar we zitten droog. Marc en Frie zitten nog beter, want ze hebben van de regenbui zelfs niets gemerkt. Terwijl wij aan het eten zijn zoekt de dame die bedient uit hoe lang we nog blijven. Als ze hoort dat we er nog een dag zijn krijgen we een visitekaartje in de hand met de vraag terug te komen – bij hen aan de tafel natuurlijk. Ondertussen komt er een meisje met de fiets aan. Ze heeft een wasbekken en een toiletzak bij. Het blijkt de manicure te zijn die de 'cheffin' even de voeten komt verzorgen. Alles gebeurt in een stil hoekje op de achtergrond. Maar goed dat ondertussen de andere tafels hun beurt van gasten krijgen, anders hadden ze hier even moeten wachten.
We komen met 100m verschil terug aan het hotel aan – perfect timing – en vragen de fietsen op. Ze worden prompt aangevoerd, de zadels van hoogte gesteld, en wij weg. We rijden de stad uit en draaien een weg in maar vergissen ons blijkbaar ; over een bruggetje komen we in een wijk waar blijkbaar geen van de bewoners een auto heeft. Alles wordt met de fiets en brommer aangevoerd, waar nodig uitgerust met aanhangwagen waarop alles versleept wordt : bouwstaal, rijnzand, frigo's... Als we na 2 km nog geen mooie rijstvelden hebben gevonden, keren we op onze stappen terug. De eerste regen begint te vallen. Terug over het bruggetje genieten we nog even van het vakmanschap van de plaatslagers hier ; uit een lap verzinkte plat toveren ze gieters, vergieten, stoofbuizen op maat enz. De regen valt nu intens en we besluiten op een terrasje iets te drinken tot de bui over is. Frie trekt Marc zijn nieuw verworven regenzijltje vakkundig over de zadels, kwestie van straks geen nat gat te hebben. Bij vertrek blijkt echter dat het nieuwe zijltje niet meer zo nieuw lijkt en een flinke extra verluchting heeft gekregen. De vraag blijft : komt dit door het aanbrengen of verwijderen van het zijl ? De discussie zal waarchijnlijk niet zo vlug beslecht worden. Feit is dat het ding een groot stuk van zijn functie verloren heeft – de Marc droog houden. En dat zal later blijken. We zoeken de weg van gisteren terug op en rijden eindelijk tussen de padi's, trekken wat foto's maar blijven op onze honger want de lucht is grijs overtrokken en dreigend en we hadden zoveel meer verwacht. Frie en Marc keren eerder terug want moeten om 5 u bij de ene kleermaker zijn om de besteld kleren op te halen en het patroon naar de andere te kunnnen brengen.
Kris en Luk rijden verder op zoek naar de mooie shots.
Ze worden enkele km verder gestopt door de volgende wolkbreuk – schuilen onder een boom. Ook Marc en Frie hebben ervan en komen als verzopen kiekens in de eerste kledingwinkel toe.
Ook K&L houden het een km verder voor bekeken, maken wat beelden van de schuimkoppen op de zee en keren terug – onder voortdurende regen. Was dit wel het goede idee ? Ze komen net aan in de kledingzaak als M&F doorrijden maar door het drukke verkeer zien de aankomers de vertrekkers niet. Kris past haar bloesjes ; eentje past perfect, het andere moet aan een zijde een beetje ingenomen worden. Dat is op 10 minuten gefikst – ophalen en terugbrengen met de brommer inbegrepen. Ondertussen informeert Luk of ze ruwe zijde hebben en wat een vest kan kosten. 35 dollar (24 euro) ! En ze kunnen ze nog klaar krijgen tegen morgen 9 uur ! We kiezen voor blauw maar de stof is niet egaal geverfd en we gaan dan maar voor het zwart. Tegen dat Kris haar bloes terug is, is Luk opgemeten.
Tegen 8u kan Luk zijn kostuum gaan passen. De vest dient achteraan 1 cm ingenmomen maar zit verder zeer goed. De broekspijpen zijn echter te smal gemaakt... De verkoopster zegt dat ik dit gevraagd had, maar dat moet een misverstand zijn ; ik had gezecht versmald tot boven de knie en dan recht. Zij had het anders begrepen. De kleermaker wordt gebeld en rukt in zijn haast de vest al mee terwijl ik er nog met 1 arm half inzit. Ondertussen passen we de hemden. Luk is niet echt tevreden over de kollen. De knoopjes worden verzet en het is veel beter, maar 1 hemd zal je waarschijnlijk nooit zonder das kunnen dragen.
Een half uur later zijn vest en broek klaar maar de broek blijft te smal en valt als een jeans op je schoenen. Om de aandacht af te leiden trekt de verkoopster mijn vest aan maar Kris verwittigd me en ik kijk niet op tot ik mijn onvrede over de broek geformuleerd heb om dan echt wel in de lag te schieten ; 1m50 en 35 kg in een vest maat 52 ! Het leek Kris wel in de Paps zijn legeruniform met nieuwjaar in 1978 of 79, maar nog koddiger want deze droeg het bewust schots en scheef.
Dan maar zelf de lintmeter erbij genomen en de broek vergeleken met een broek die er uitgestald hing : 31 tegen 34 cm ! Daar had je had. De baas zegde dat het in orde ging komen. 10 minuten later was het inderdaad gefikst ; de broek viel veel beter. Opstrijken en wegwezen. Niet 100 % een meevaller...
In het hotel hadden we ondertussen tel gekregen. Of we naar de receptie wilden komen. Wie mocht dat zijn ? Het bleek de optiekster, beteuterd : probleempje met de bril : geraakte vandaag niet klaar. Of we morgen ten vroegste om 9 u wilden komen. Dat zag er niet goed uit. En hoe ging dat verlopen als de bril niet klaar was ? Alles was reeds betaald met Visa. Zorgen voor morgen – we behielden vertrouwen in de dame.
Uiteindelijk om 9 u pas de stad in om te gaan eten. We wisten gelukkig waar naar toe. Het adresje van gisteren had alle speciliteiten van Hoi An op de lijst staan. We gingen er recht naar toe (want de kok bolde het af om 10 u weet je wel). We stelden samen onze hapjestafel samen, wat blijkbaar voor westerlingen niet zo vanzelfsprekend is in Vietnam. We aten erg lekker : white rose (open dim sum met gebraden garnalen), Cao Lau – de lokale noedelsoep (noedels gekookt in aswater), en Hoanh Thanh, gebakken stukjes deeg met garnalen, krokant en lekker, enz. Lekker flesje wijn erbij en we konden weer voort. Rustig terug naar het hotel en de beddebak in.
































